Recent werden werkgevers en vakbonden het eens over een stijging van de pensioenleeftijd in Nederland van 65 naar 66 jaar, met mogelijk een verdere toename vanaf 2025. In Frankrijk is grote onrust ontstaan oor regeringsplannen de pensioenleeftijd te verhogen van gemiddeld 58,7 jaar naar 62 jaar in 2018.
Maar het blijkt dat de pensioenleeftijden in de diverse Europese landen sterk uiteen lopen, terwijl niet overal bewegingen gaande zijn om de leeftijden te verhogen, laat staan op Europees niveau te harmoniseren. Even een opsomming:
Griekenland, nu gemiddeld 55 jaar, plannen om dit op te trekken tot 60 jaar.
België: gemiddeld 58 jaar, nog geen plannen tot verhoging.
Oostenrijk: gemiddeld 59 jaar bij een officiële pensioenleeftijd van 65 jaar.
Verenigd Koninkrijk: mannen 65 jaar, vrouwen 60 jaar, in 2020 voor iedereen 67 jaar.
Italië: gemiddeld 61 jaar, in 2012 wordt dit 65 jaar.
Duitsland: nu 65 jaar, geleidelijk tot 2030 stijgend naar 67 jaar.
Spanje: officieel 65 jaar, maar gemiddeld 62. Leeftijd moet van de regering Zapatero omhoog naar 67 jaar.
Ierland: nu 65 jaar, in 2028 68 jaar.
Denemarken, Noorwegen en IJsland zitten nu al op 67 jaar en hebben geen plannen tot verdere aanpassing.
Italië heeft overigens een bijzondere positie: de pensioenleeftijd van 65 jaar is opgelegd door het Europese Hof. Vrouwelijke Italiaanse ambtenaren mogen op dit moment op hun 60e met pensioen. In de praktijk betekent dit vaak 56 jaar. Gezien de ongelijke behandeling heeft “Europa” zich hierover uitgesproken.
“Brussel” verwacht dat de gemiddelde pensioenleeftijd in Europa in 2060 op 70 jaar zal liggen.