"Onderzoek en evaluatie van de transparantieregeling in het kader van de aanvullende pensioenen en de instellingen voor collectieve belegging" is een studie- en evaluatieopdracht uitgeschreven door de Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling.
Om het Maatschappelijk Verantwoord Investeren (MVI) te stimuleren werden een aantal initiatieven ontwikkeld door de Belgische overheid, waaronder de transparantieverplichtingen in het kader van de aanvullende pensioenen (WAP) en met betrekking tot de instellingen voor collectieve beleggingen (ICB’s).
Beide initiatieven zijn geïnspireerd op de “SRI-disclosure regulation” zoals deze in het Verenigd Koninkrijk werd ingevoerd.
Beide transparantiemaatregelen maken het onderwerp uit van de opdracht.
De doelstelling van de onderzoeks- en evaluatieopdracht bestaat er enerzijds uit een analyse te maken van de naleving van bovenstaande transparantieverplichtingen in de prospectussen en jaarverslagen van ICB’s en dan meer specifiek met betrekking tot het al dan niet rekening houden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten bij het beheer van de middelen (beleggingsstrategie) en eventueel uitoefening van de rechten die hieraan verbonden zijn. In wat volgt wordt dit verkort vernoemd als de SEE clausules (de Sociale, Ecologische en Ethische clausules).
Anderzijds heeft deze opdracht ook tot doel na te gaan wat het effect is geweest van de invoering van deze transparantieclausule aangaande het inbouwen van SEE aspecten, bij het beheer van de middelenen in de rapportering in het kader van de Wet op de Aanvullende Pensioenen.
Een bijkomende doelstelling is na te gaan wat de eventuele moeilijkheden of barrières zijn geweest bij de invoering van deze specifieke transparantieclausules.
Specifieke vragen
Een aantal vragen staan hierbij voor de opdrachtgever centraal.
Een eerste reeks vragen is eerder gericht aan de inrichters en pensioeninstellingen.
Het betreft de volgende vragen:
1. Werden wijzigingen aangebracht in het beheer van de middelen door de invoering van deze transparantieclausules?
2. Welke zijn de redenen voor het eventuele niet-rekening houden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten?
3. Welke zijn de meest voorkomende sociale, ethische en leefmilieuaspecten waarmee rekening wordt gehouden?
Een tweede reeks vragen zijn eerder gericht op vermogensbeheerders en fondsbeheerders:
4. Hoe worden deze aspecten geïntegreerd in het beheer?
5. Hoe staan de beheerders t.o.v. zulke transparantieclausules aangaande gebruik van sociale, ethische en milieuaspecten?
6. Welke zijn de voornaamste problemen bij het gebruik van sociale, ethische en milieuaspecten in het beheer van de middelen?
Een laatste vraag is eerder een sectorale, statistische vraag:
7. Werden meer middelen georiënteerd naar maatschappelijk verantwoorde investeringen ten gevolge van deze transparantieclausules?
Onderzoek en evaluatie van de transparantieregeling in het kader van de aanvullende pensioenen en de instel...