Vakcentrale FNV in Nederland wil toe naar een flexibele pensioenleeftijd, die van sector tot sector kan verschillen. Het idee is dat werknemers in de toekomst een vast aantal pensioenjaren gaan opbouwen. De uitkering gaat in op een moment dat afhankelijk is van de gemiddelde levensverwachting in de sector waar zij werken.
De ideeën zijn nog niet uitgewerkt, het is een denkrichting, zo liet een woordvoerder vandaag weten. Maar die denkrichting is wel ingebracht in de gesprekken die de vakcentrale voert met de werkgevers over de pensioenen.
De stijgende levensverwachting vormt een probleem voor pensioenfondsen. De FNV denkt op deze manier „een zo eerlijk mogelijke” pensioenregeling te kunnen maken. Verschuift de levensverwachting, dan schuift ook de pensioendatum op. Wie eerder wil stoppen, krijgt een lagere uitkering. Wie langer leeft, krijgt langer pensioen.
In het FNV-voorstel gaat het om de aanvullende pensioenen waarvoor werknemers via hun werkgever sparen en die bovenop de AOW komen. Werkgevers betalen een flink deel van de premie. Doordat mensen steeds ouder worden, dreigt het aanvullend pensioen onbetaalbaar te worden. Werkgevers zijn met de vakbeweging in overleg om hiervoor een oplossing te zoeken.
Basis van de oudedagsvoorziening is de AOW, die iedereen nu op zijn 65e krijgt. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunt plannen om de leeftijd op termijn te verhogen naar 67. Die plannen leidden afgelopen najaar tot een heftige botsing tussen werkgevers, die voor zijn, en de vakbeweging die er fel tegen heeft geageerd. FNV kwam toen samen met CNV en MHP met een tegenvoorstel om mensen de keuze te geven tussen hun 65e en 70e te stoppen met werken.
Wie later met pensioen gaat, krijgt een hogere AOW-uitkering. De vakbeweging wil iedereen een welvaartsvaste AOW garanderen, zowel de ouderen van nu als die van de toekomst. De uitkering groeit in dit plan mee met de ontwikkeling van de lonen en wordt gecorrigeerd voor de stijgende levensverwachting.