De regering weet nog van geen kanten hoe ze de hervorming van het pensioenstelsel zal aanpakken. Maar over één ding zijn alle partijen en politici – ook die van de oppositie – het roerend eens: op bijklussen mag geen grens meer staan
Het zal wel aan mij liggen. Maar elke keer als ik de beleidsmakers daarover bezig hoor, gaan mijn wenkbrauwen aan het fronsen. Bijklussen voor wie al een pensioenuitkering trekt? Onbeperkt dan nog? Tja, kan dat wel, een arbeidsinkomen cumuleren met een uitkering? Is dit het groenboek/witboek waarop we zitten te wachten?
Wanneer een werkloze een uitkering ontvangt en daarbovenop bijklust, staat iedereen op zijn achterste poten. Terecht. Bezoldigde arbeid verrichten en toch stempelen, dat is sociale fraude. Dagelijks zijn inspecteurs op pad om na te gaan of er in de bouw of de horeca niet van twee walletjes wordt gegeten. Hetzelfde met ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Wie “op ziekenkas gaat”, is werkonbekwaam. Punt en gedaan.
Blijkbaar wordt er voor pensioenen anders geredeneerd. Nu al mogen gepensioneerden tot bepaalde bedragen bijverdienen, zelfs al vanaf 60. Alle partijen willen dat plafond voor 65-plussers helemaal laten springen. Ik begrijp dat niet.
Toegegeven, men kan argumenteren dat een pensioen geen vervangingsinkomen is als een ander. 65 jaar worden is niet echt een risico. Het is een zekerheid, althans voor wie het geluk van leven heeft. Zelfs in ons omslagstelsel waarin geen reserves opzij worden gelegd, wordt een pensioen blijkbaar beschouwd als een onvoorwaardelijk recht waarvoor men zelf (plus de werkgever) via maandelijkse bijdragen gespaard heeft. Maar ook voor de ziekte- en werkloosheidsverzekering betalen we bijdragen. Daar is cumul wèl uit den boze. Of krijgt wie nooit ziek is geweest voortaan ook het “recht” om een paar jaar te leven op kosten van de gemeenschap?
Ja maar, zeggen de politici (of zeggen de politici hun kiezers achterna). Door de mensen na hun 65ste onbeperkt te laten bijverdienen, zetten we meer ouderen aan het werk en dat levert belastingen op. Want moet de activiteitsgraad van ouderen niet dringend omhoog?
Het zal mij benieuwen. Ik vrees dat die plannen de mensen niet langer doen werken, maar vroegen doen stoppen. Iedereen maakt zijn rekening. We kenden al de werkloosheidsval: indien het combineren van stempelen plus twee dagen in de week zwartwerk meer opbrengt dan reguliere arbeid, dan is de keuze vlug gemaakt. Binnenkort krijgen we de pensioenval: waarom zou je na je 60ste en zeker na je 65ste gewoon doorwerken wanneer je, zelfs bij part time werken, meer kan verdienen in combinatie met een pensioenuitkering?
Komt dat allemaal wel de financierbaarheid van de pensionen ten goede? Iedere man of vrouw die nu al vastbesloten is gewoon door te werken na 65, zal hoe dan ook van dan af zijn pensioenuitkering opnemen. Dat kan de put in de pensioenkassen alleen maar groter maken. En als de nieuwe regeling bedoeld is om gepensioneerden er toe aan te zetten bij te klussen, dan vraag ik me toch af of de (para-)fiscale inkomsten op een bijkomende activiteit in de marge groter zijn dan het bedrag van een volwaardig pensioen. En welke politicus zal over enkele jaren - als de vergrijzing er toe dwingt de pensioenleeftijd tot zeg maar 67 jaar te verhogen - bereid zijn de regel in te trekken dat de pensioenuitkering ook voor krasse oudjes automatisch verworven is vanaf 65?
Jerry van Waterschoot is actief in economie en journalistiek. Hij schrijft onder meer voor De Staatscourant (Den Haag) en is secretaris-generaal van de European League for Economic Cooperation. Hij was hoofdredacteur van De Financiel-Economische Tijd en van Financiële Berichten (ING België).