Op 1 april 2010 treedt een wet in werking die voor een harmonisatie zorgt van de socialezekerheidsbijdragen en –inhoudingen op de brugpensioenen en de pseudobrugpensioenen (canada dry). De ontwerp uitvoeringsbesluiten werden op de Ministerraden van 12 februari en 19 maart 2010 goedgekeurd.
In deze E-flash leest u wat de concrete gevolgen zijn voor uw onderneming.
De nieuwe wetgeving heeft twee grote doelstellingen: enerzijds de administratie van de werkgevers vereenvoudigen en anderzijds de vervroegde uittreding uit het arbeidscircuit ontmoedigen.
De werkgeversbijdragen
Voortaan hoeft u de verschillende bijdragen voor (pseudo)brugpensioenen niet langer aan de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) te storten, maar alleen nog aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ). De bijdragen worden immers samengevoegd tot één bijdrage, de bijzondere werkgeversbijdrage. U moet ze integreren in de kwartaalaangifte aan de Sociale Zekerheid (DmfA).
De bijdrage is bovendien niet langer forfaitair, maar ze maakt een percentage uit van het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding. Voor u kan dit een daling, dan wel een stijging betekenen van de kosten van het brugpensioen, naargelang de samenstelling van de populatie bruggepensioneerden in uw onderneming.
De percentages die u moet betalen, zien er als volgt uit
In het kader van de nieuwe brugpensioenen wordt de werkgeversbijdrage bepaald op het ogenblik van brugpensionering en wijzigt niet gedurende deze periode. Er is m.a.w. geen sprake van degressiviteit.
In het kader van de nieuwe pseudo brugpensioenen wordt de werkgeversbijdrage bepaald op het ogenblik van brugpensionering en wijzigt niet gedurende deze periode. Er is m.a.w. geen sprake van degressiviteit.
De werknemersbijdragen
Aan de bedragen van de werknemersbijdragen nl. in totaal 6,5% verandert er niets, wel aan de manier waarop ze geïnd worden.
Vanaf 1 april 2010 houdt de werkloosheidsinstelling immers geen werknemersbijdragen meer in. Die taak is voortaan weggelegd voor de schuldenaar van de aanvullende vergoeding, zijnde uw onderneming, de onderneming die de betaling ten laste genomen heeft, het sociaal fonds of het fonds sluiting ondernemingen, die de bijdrage zal moeten doorstorten aan de RSZ.
De (pseudo)bruggepensioneerde zal merken dat zijn aanv+-ullende vergoeding lager ligt, maar dat hij wel een hogere werkloosheidsuitkering ontvangt. Het totale nettobedrag blijft gelijk.
Wat indien uw plan geconsolideerd is?
In het kader van een brugpensioenplan kunt u de betaling van de vergoedingen en de administratieve werkzaamheden uitbesteden (consolideren) aan een verzekeraar door de storting van een éénmalige premie.
De invoering van de nieuwe bijzondere werkgeversbijdrage kan echter een verhoging van uw verplichtingen inhouden. Indien uw plan geconsolideerd is en indien het tegoed van het financieringsfonds ontoereikend is, kan de verzekeringsmaatschappij hiervoor een bijkomende premie opvragen.