Aanvullende pensioenen nemen een steeds belangrijkere plaats in onze samenleving. Zij hebben niet alleen een nationale dimensie maar ook een Europese. Ook hun economische impact neemt gestadig toe.
Dit betekent dat om een coherent beleid betreffende aanvullende pensioenen te kunnen uittekenen, de overheid niet alleen aan een goede datavergaring moet doen, maar ook moet kunnen beschikken over de gegevens van de betrokken partijen.
De commissie stelt vast dat de overheid in een recent verleden al een aantal initiatieven heeft genomen en andere op stapel staan. Zij denkt hierbij in de eerste plaats aan de Sigedis-databank. Een project waarvan zij hoopt dat het binnen afzienbare tijd wordt opgestart en waaraan alle betrokken sectoren hun medewerking verlenen.
De Commissie voor Aanvullende Pensioenen stelt vast dat er nu al tal van statistische gegevens beschikbaar zijn die verwijzen naar of betrekking hebben op aanvullende pensioenen, maar niet op elkaar zijn afgestemd.
De Commissie meent daarom dat het in de eerste plaats nuttig zou zijn mocht de CBFA op haar website een overzicht publiceren van alle bestaande voor aanvullende pensioenen nuttige websites.
Zij vraagt tevens de CBFA te onderzoeken of op basis van de bestaande en op die manier reeds ter hare beschikking gestelde gegevens een verslag, eventueel in vereenvoudigde vorm, voor de ondernemingspensioenplannen gepubliceerd kan worden zoals dit reeds bestaat voor de sectorale pensioenplannen, zodat de betrokkenen en het publiek de evolutie van de gegevens inzake aanvullende
pensioenen kunnen opvolgen.
De Commissie doet tevens een oproep tot de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Hoge Raad voor Financiën en de Vergrijzingscommissie, opdat zij het initiatief zouden nemen om door de bevoegde diensten te laten onderzoeken hoe de bestaande statistische gegevens inzake pensioenen en aanvullende pensioenen beter op elkaar kunnen worden afgestemd en vergelijkbaar kunnen worden gemaakt.
Dit zou volgens de Commissie de accuraatheid van de statistische gegevens die door de Belgische overheid worden overgemaakt aan EUROSTAT en de OESO ten goede komen.
Op termijn kan dit – mits het respecteren van de nodige kwaliteitsgaranties – leiden tot de ontwikkeling van een gecoördineerde visie op de gegevensverstrekking inzake aanvullende pensioenen. Dit zal de overheid ook in
staat stellen periodiek de evolutie van de aanvullende pensioenen in kaart te brengen en op een voor het publiek toegankelijke manier te publiceren.
Advies nr 31, 6 april 2010, Commissie Aanvullende pensioenen