Het groenboek van minister van Pensioenen Michel Daerden (PS) is een wetenschappelijke cursus geworden. Het maakt duidelijk dat alle lichten stilaan op rood springen, maar knopen zijn er nog niet doorgehakt.
Twee en een halve maand na zijn schertsvertoning in de Senaat – ‘groenboek, witboek' – legt minister van Pensioenen Michel Daerden (PS) eindelijk het resultaat van zijn denkwerk op tafel. De federale regering nam gisteren akte van zijn groenboek, dat de veelbelovende titel Een toekomst voor onze pensioenen draagt.
Daerden is er trots op. ‘We hebben de grootste specialisten gehoord, ons systeem vergeleken met andere. Je kunt ervan denken wat je wilt, maar lees het tenminste. In deze 250 bladzijden en vier exceptionele bijdragen valt er veel te ontdekken', zo verdedigt Daerden zijn werkstuk.
Het groenboek, waarvan de grote lijnen al bekend waren, is een situatieschets en een discussiedocument geworden; Daerden gaat er prat op dat het ‘wetenschappelijke waarde' heeft en nog aan de universiteit gedoceerd zal worden. Een bijlage somt een reeks vragen op rond de financiële levensvatbaarheid en houdbaarheid van de pensioenen, de modernisering en vereenvoudiging van de stelsels, de wettelijke en aanvullende pensioenen en de plaats van de ouderen in de samenleving.
Antwoorden op al die vragen zijn er nog niet. De federale regering is het erover eens dat de pensioenleeftijd niet verhoogd hoeft te worden, maar dat is zowat het enige waar al een akkoord over bestaat. Daerden herhaalde gisteren bij de voorstelling van zijn groenboek zijn stelling dat iedereen drie jaar langer zou moeten gaan werken dan vandaag. Dat zou al een enorme impact hebben op de financiering van de sociale zekerheid.
Daerden hoopt dat te bereiken door bonussen uit te keren aan mensen die langer aan de slag blijven, maar de praktijk leert dat het effect beperkt blijft. De huidige bonussen leveren erg weinig op. Ze verhogen is een optie, maar dan moet dat financieel elders worden gecompenseerd, waarschuwt premier Yves Leterme (CD&V).
Omgekeerd denkt de regering eraan om werknemers te ontmoedigen te vroeg te stoppen met werken door het brugpensioen te ontmoedigen. ‘We moeten zoveel mogelijk vermijden dat mensen vanaf 52 jaar de arbeidsmarkt verlaten', zegt Leterme.
Het groenboek maakt overduidelijk dat alle lichten stilaan op rood springen: de schuldenlast is door de financiële crisis weer ophoog gesprongen, het pensioenbedrag in België is in vergelijking met dat van de buurlanden al erg laag, ouderen vertrekken nog altijd te vroeg.
Of de federale regering erin zal slagen om nog voor de verkiezingen beslissingen te nemen om de pensioenen overeind te houden, is minder duidelijk. De Pensioenen krijgt de opdracht om antwoorden te bedenken op de vele vragen in het boek. Intussen kan het document besproken worden in het parlement en op een soort ontmoetingsdagen met gewone burgers.
In het beste geval mondt dat tegen de zomervakantie uit in een witboek met concrete beleidsvoorstellen, maar premier Leterme wil zich niet laten vastpinnen op een timing over de beslissingen die daarop moeten volgen. ‘Deze hervorming is te belangrijk om ze op te sluiten in een kalender', vindt hij.
De meerderheidspartij CD&V, die vorige week een eigen pensioenplan lanceerde, reageert tevreden. De regering houdt nochtans vast aan de pensioenleeftijd van 65 jaar, terwijl CD&V de pensioenleeftijd wil schrappen en de nadruk legt op het aantal gewerkte jaren. Maar de intentie van de federale regering om de daadwerkelijke loopbaanduur te verlengen, gaat voor CD&V-voorzitster Marianne Thyssen alvast in dezelfde richting.