Een relatief kleine bonus om het werken na 60 of 62 aan te moedigen, heeft weinig of geen effect.
De bonus die vastbenoemde ambtenaren krijgen als ze doorwerken na hun zestigste verjaardag, heeft niet geleid tot een stijging van het aantal werkende 60-plussers. Het effect van de bonusinvoering is nihil.
Het percentage ambtenaren dat werkt na 60, is niet gestegen. De gemiddelde leeftijd waarop ambtenaren met pensioen gaan, evenmin (60,8 jaar).
De bonus werd ingevoerd in 2001. Hij bedraagt 0,125 procent per gewerkte maand voor wie doorwerkt tussen 60 en 62 (1,5 procent per jaar) en 0,1675 per maand voor wie tot 63, 64 of 65 werkt (2 procent per jaar).
Wie tot 65 volhardt, krijgt dus 9 procent extra, bovenop de normale pensioenverhoging die het gevolg is van langer werken (meer dienstjaren, een hogere wedde als berekeningsbasis).
Mogelijk is de premie te weinig bekend. Het bedrag is voorzeker te klein, zegt Edwin De Paepe, directeur Studies van de pensioendienst PDOS. Mensen laten zich vooral beïnvloeden door de werkomstandigheden en de verwachtingen van hun omgeving.
Er zijn wel opvallend veel hoge ambtenaren die de pensioenbonus ontvangen. Maar wellicht zouden zij zonder die pensioenbonus ook langer gewerkt hebben. Omdat de pensioenbonus een procent is, brengt hij hen wel meer op (tot 400 euro per maand) dan lagerbetaalden (100 à 150 euro per maand).
De bonus werd ook niet vastgelegd aan de hand van een marktonderzoek dat naging vanaf welk bedrag men het pensioneringsgedrag kon beïnvloeden. Dat gebeurde ook niet later in 2007, toen een vergelijkbare beperktere pensioenbonus van kracht werd voor werknemers uit de particuliere sector en zelfstandigen. Er zijn nog onvoldoende recente statistieken om aan te tonen dat het stelsel ook daar niet werkt.