Er zijn nauwelijks nog ambtenaren die vóór hun 60ste met pensioen mogen gaan. En er zijn er ook nauwelijks die na hun 60ste nog willen doorgaan.
Niet 65 maar 60 jaar wordt de normleeftijd voor pensionering bij ambtenaren. Dat is het gevolg van twee evoluties. Aan de ene kant zijn de regelingen voor vervroegd pensioen voor je 60ste aan het uitdoven. Aan de andere kant maken nog maar weinig ambtenaren hun loopbaan ‘vol' door tot de echte pensioenleeftijd (65) te werken.
Het echte vervroegd pensioen is zo goed als verdwenen. Alleen specifieke groepen bij politie en leger mogen nog voor hun 60ste echt met pensioen. ‘Hier en daar zijn nog enkele oudere regelingen aan het uitlopen. Nieuwe komen er niet bij', zegt Edwin De Paepe, directeur Studies van de PDOS, de pensioendienst van de openbare sector.
Er zijn nog wel oneigenlijke pensioenregelingen die ingaan voor je 60ste, vergelijkbaar met het brugpensioen, zoals de TBS-regeling (terbeschikkingstelling) in het onderwijs. Dat zijn geen pensioenen, integendeel, de TBS-jaren tellen zelfs mee als ‘gewerkte jaren' voor de berekening van het latere pensioen. In Vlaanderen is de TBS-leeftijd opgetrokken tot 58. TBS'ers moeten op hun 60ste overstappen op pensioen.
Er is ook nog het pensioen om gezondheidsredenen. Per jaar worden meer dan 3.000 ambtenaren zo op pensioen gesteld, soms op heel jonge leeftijd. Dat is 15 procent van alle nieuwe pensioenen. Het zijn mensen die langdurig ziek zijn en de overheid stuurt ze definitief met pensioen, liever dan te proberen ze nu of later aan een andere baan te helpen. Het Rekenhof merkte recent nog op dat dit systeem ‘zeer ongelijk' wordt toegepast (DS 27 januari).
Aan de andere kant is werken na je 60ste de uitzondering onder ambtenaren. Dat is af te leiden uit het jaarverslag van PDOS.
Van hen die niet om gezondheidsredenen vervroegd weg moeten, gaat 80 procent met pensioen ‘zodra het kan', op hun 60ste. Zowat 7 procent werkt tot de officiële leeftijd, 65 jaar. En zo'n 12 procent gaat op 61, 62, 63 of 64 jaar.
De pensioenbonus voor ambtenaren, die hen aanmoedigt om langer dan tot 60 te werken, heeft geen effect gehad. Het percentage ambtenaren dat langer dan tot 60 werkt, is niet toegenomen sinds de invoering van de bonus in 2001. De gemiddelde pensioenleeftijd is ook niet gestegen; die schommelt rond 60,8 jaar.
Dat kan te wijten zijn aan de geringe bekendheid van de bonus. Er is nooit veel publiciteit over gemaakt. Wellicht is het bonusbedrag te klein om effect te hebben. Er is nooit een marketingstudie gedaan om te bepalen hoe hoog die het best kon zijn. Ook niet toen hij in 2007 uitgebreid werd tot werknemers en zelfstandigen.
De PDOS-studie vermoedt dat ambtenaren hun pensioenleeftijd minder laten bepalen door het pensioenbedrag dan door de werkomstandigheden.
http://www.pdos.be/
PDOS JAARSVERSLAG 2008