Het seizoen van het pensioensparen is aangebroken. Wie nog voor het einde van het jaar 870 euro op zijn pensioenspaarrekening stort, zal er volgend jaar wellicht een mooi belastingcadeau bovenop krijgen. Maar wist je dat niet iedereen recht heeft op die fiscale bonus? En dat je een pensioenstorting beter in het begin van het jaar doet dan op het einde? Zeven tips.
Tip 1 : Doe niet aan pensioensparen als je geen belasting betaalt
Wie tussen 18 en 64 jaar oud is, komt volgens de wet in aanmerking voor het fiscaal voordeel van pensioensparen. Dat wil echter niet zeggen dat iedereen die binnen deze leeftijdsklasse valt, daar ook daadwerkelijk recht op heeft. Van dat belastingvoordeel kan je enkel genieten als je personenbelasting betaalt. Heb je geen belastbare inkomsten of blijven je inkomsten beneden het belastingvrije minimum, dan kan je het fiscaal voordeel van pensioensparen dus niet verzilveren. Dat is meestal het geval voor studenten, gepensioneerden met een laag pensioen en genieters van een vervangingsinkomen. Er is één uitzondering op deze regel: gehuwde huisvrouwen zonder eigen beroepsinkomsten kunnen dankzij het huwelijksquotiënt soms toch van dit voordeel genieten.
Ben je een randgeval en twijfel je of je recht hebt op het fiscaal voordeel van pensioensparen? Check dan op je laatste fiscale aanslagbiljet of er op jouw naam belasting verschuldigd is aan de staat. Is je fiscale situatie het afgelopen jaar sterk gewijzigd, bijvoorbeeld omdat je werkloos bent geworden of met pensioen bent gegaan, dan zit er niets anders op dan de berekening opnieuw te maken op basis van de nieuwe toestand. Met een fiscaal berekeningsprogramma is dat niet zo moeilijk. Maar ook je bankier of verzekeringsmakelaar zal je daar graag bij helpen. Kan je niet genieten van dit fiscaal voordeel, doe dan ook niet aan pensioensparen. Want zelfs al heb je niet van de belastingvermindering genoten, op het einde van de rit zal je eindkapitaal wel belast worden.