woensdag 4 november 2009

Zet vergrijzingsparagraaf in cao’s


Werkgevers moeten in de cao tonen wat ze doen om ouderen productief te houden
Het verhogen van de AOW-leeftijd betekent in theorie een toename van de arbeidsdeelname van ouderen, maar het kabinet erkent dat er belemmeringen zijn. De Vergrijzingsmonitor 2009 laat zien dat werkgevers oudere medewerkers zien als minder betrokken bij de organisatie en hun motivatie lager inschatten. Zij zijn minder bereid te investeren in de inzetbaarheid van oudere werknemers en doen minder om hen te behouden.

Functioneringsgesprekken met oudere werknemers worden slechts routinematig gevoerd en opleidingsbudgetten worden liever in jongere medewerkers geïnvesteerd.

Inzetbaarheid
Het kabinet benadrukt dat inzetbaarheid een primaire verantwoordelijkheid is van werknemers en werkgevers en de sociale partners in de bedrijfstak. Uit deze formulering blijkt een belangrijke oorzaak van de inzetbaarheidsproblematiek, namelijk het ontbreken van eigenaarschap. Wie is er verantwoordelijk voor de inzetbaarheid van de oudere werknemer? Binnen organisaties is dit vaak niet duidelijk: iedereen wijst naar de ander als eindverantwoordelijke.

De hogeropgeleide oudere medewerker profiteert straks van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Zodra de eerste economische zonnestralen doorbreken, ontstaat een tekort aan hogeropgeleiden en groeit ook de populariteit van de oudere hogeropgeleide. Verhoging van de productiviteit is dan de belangrijkste uitdaging bij het vergroten van de inzetbaarheid van deze groep.

Geen ruimte
Voor oudere lageropgeleiden is het probleem groter: de vraag naar laaggeschoolde arbeid neemt af.

De hogeropgeleide oudere medewerker profiteert straks van de ontwikkelingen op de arbeidsmarktDe ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zullen de inzetbaarheidsproblematiek dus slechts voor een deel oplossen. In de wetenschap dat er geen financiële ruimte is om werknemers vervroegd met pensioen te laten gaan, zullen extra maatregelen nodig zijn.

Wat de vergrijzing betreft, wordt snel teruggevallen op kortetermijnoplossingen. Het verhogen van de AOW-leeftijd is een goede aanleiding hierin verandering te brengen. Daarom stellen wij voor in elke cao een aparte vergrijzingsparagraaf op te nemen.

Kennisoverdracht
De vergrijzingsparagraaf behandelt naast de inzetbaarheidsproblematiek van oudere werknemers, ook andere vergrijzingsvraagstukken, zoals de kennisoverdracht van oudere werknemers en maatregelen om de uitstroom van personeel op te vangen. In elk geval dient hierin beschreven te zijn welke maatregelen werkgevers moeten nemen om hun oudere medewerkers productief te houden.

Denk aan afspraken over functieroulatie, verdeling van opleidingsbudgetten, functioneringsgesprekken en personeelsplanning op basis van verwachte ontwikkeling van het werkaanbod.

Een belangrijke functie van de vergrijzingsparagraaf is de verankering van het eigenaarschap: wie is verantwoordelijk voor welk deel van de oplossing? De vergrijzingsparagraaf biedt de lijnmanager bovendien de handelingsruimte die hij nodig heeft om ouderen productief in te blijven zetten en niet te zien als kostenpost.

Binnenkort starten de onderhandelingen voor veel nieuwe cao’s. Het zou goed zijn als bij het afsluiten van deze cao’s de eerste vergrijzingsparagrafen een feit zouden zijn.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :