Doorgaan naar hoofdcontent

Extra legaal pensioenkapitaal uit een groepsverzekering

Veel zelfstandige zaakvoerders of bestuurders hebben vragen over de fiscale behandeling van hun extra legaal pensioenkapitaal dat ze via een vennootschap hebben opgebouwd in het kader van een groepsverzekering. Wat gebeurt er indien u dit pensioenkapitaal opvraagt of wanneer dit kapitaal wordt uitgekeerd aan uw erfgenamen. Hierna worden de belangrijkste fiscale regels toegelicht.

Kapitaal of rente?
Indien u de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt kan u op een fiscaal voordelige manier het extra legaal pensioenkapitaal opvragen. Indien het reglement van de groepsverzekering dit toelaat, kan U kiezen om ofwel dit kapitaal in de vorm van een kapitaal uit te keren ofwel in de vorm van een rente. Opgelet, de uitbetaling in de vorm van een rente houdt risico’s in. Indien u bijvoorbeeld 1 jaar later overlijdt dan zal de rente niet meer worden uitbetaald en uw erfgenamen zullen niets krijgen van uw pensioenkapitaal. Dit probleem kan opgelost worden door te kiezen voor een overdraagbare rente naar de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner. Dit betekent dat er nog maximaal 80% van de rente wordt uitbetaald aan uw echtgenote of wettelijk samenwonende partner indien u overlijdt. Zowel het percentage als de mogelijkheid tot overdraagbaarheid naar de langstlevende moet voorzien zijn in het reglement van de groepsverzekering.

Directe belastingen
Indien u kiest voor een eenmalige uitbetaling in de vorm van een kapitaal dan zal dit kapitaal als volgt worden belast:

• 16,5% op het kapitaal dat gefinancierd is door de vennootschapsbijdragen of door persoonlijke bijdragen van vóór 1 januari 1993.
• 10% op het kapitaal dat gefinancierd is door persoonlijke bijdragen van na 31 december 1992
• Progressieve belasting (t.e.m. 50% + aanvullende gemeentebelastingen) indien het kapitaal dat gefinancierd wordt door vennootschapsbijdragen wordt uitgekeerd vóór de leeftijd van 60 jaar.
• 33% indien het kapitaal dat gefinancierd wordt door persoonlijke bijdragen wordt uitgekeerd vóór de leeftijd van 60 jaar (behoudens bij overlijden)

De winstparticipaties die gelijktijdig worden uitbetaald zijn vrijgesteld van belastingen.

Om het werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar aan te moedigen wordt het tarief van 16,5% verlaagd tot 10% indien u effectief actief blijft tot 65 jaar.

Het kapitaal is onderworpen aan RIZIV-bijdrage van 3,55% en aan solidariteitsbijdragen van 0% tot 2%. Daarna wordt een bedrijfsvoorheffing ingehouden van 10,09%, 16,66% of 33,31% indien het respectievelijk belastbaar is aan 10%, 16,5% of 33% (of de progressieve belastingen).

Indien u kiest voor de uitbetaling in de vorm van een rente dan zijn de renten onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing en zijn ze belastbaar aan het progressief belastingtarief (+ aanvullende gemeentebelastingen). U kan wel genieten van een belastingvermindering voor pensioeninkomsten.

Successierechten
Indien u (een zelfstandige bedrijfsleider) overlijdt dan zal uw extra legaal pensioenkapitaal uit de groepsverzekering (die voorziet in een overlijdensdekking) worden uitgekeerd aan uw erfgenamen. In tegenstelling tot werknemers bestaat er hier geen vrijstelling van de successierechten. Volgens het Grondwettelijk Hof en de Minister van Financiën is dit geen discriminatie.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...