Soms helpt het om gewoon even naar de cijfers te kijken. De AOW is nu dertig keer zo hoog als tijdens de invoering in 1957 en er zijn nu ruim drie keer zoveel AOW-ontvangers. De Nederlandse bevolking is in die vijftig jaar precies anderhalf keer zo groot geworden. Over tien jaar zal dat niet veel meer zijn, maar het aantal AOW-ontvangers zal dan bijna vijf keer zo groot zijn als in 1957.
Meer mensen worden oud en wie de 65 heeft gehaald, heeft alle kans nog bijna twintig jaar te leven. Dat is gemiddeld vier tot vijf jaar meer levensverwachting dan vijftig jaar geleden. Omdat de meeste mensen ook al met pensioen gaan voor ze hun eerste AOW krijgen (62 jaar is de favoriete pensioenleeftijd, nog geen 10% gaat echt pas met 65 met pensioen), is een goede oudedagsvoorziening een heel kostbare zaak geworden. Het gaat nu om zo'n euro 50 miljard per jaar, ongeveer gelijk verdeeld tussen AOW en aanvullend pensioen. Met de inkomsten uit eigen vermogen erbij praat je over 10% van het bruto binnenlands product voor nu ruim 15% van de bevolking. In 2020 zal dat tot boven de 20% zijn opgelopen. Er zijn landen waar dat percentage nu al bereikt is (Duitsland, Italië) of zelfs hoger ligt (Japan), maar er zijn niet veel landen met een zo genereus pensioensysteem als Nederland.
Zorgkosten
Statistisch gezien is er zelfs geen leeftijdsgroep met minder mensen (3%) op het minimuminkomen. Ook de echte rijkdom zit vooral bij ouderen. Zeker de jongere ouderen hebben in meerderheid een eigen huis en daarnaast hebben juist de eigenhuisbezitters gemiddeld ook nog eens fors bedrag aan eigen vermogen. Aan het begin van deze eeuw was dat ongeveer euro 90.000. Het zal nu wel wat minder zijn.
Minister Klink rekent voor 2010 op euro 60 mrd aan kosten van gezondheidszorg. Het zal zeker meer worden en een groot deel van die kosten, die nu honderd keer zo hoog zijn als vijftig jaar geleden, zal gemaakt moeten worden voor ouderen. De helft van alle zorgkosten worden in de laatste vijf jaar van het leven gemaakt. Gemiddeld zal voor iedere 85-jarige, ziek of niet, volgend jaar twee keer zo veel aan zorg als aan AOW worden uitgegeven.
Het 1,5% oudste deel van de bevolking is goed voor ongeveer 15% van de zorgkosten. Dat is zo hoog, omdat in Nederland de thuishulp en de zorg in het verzorgings- en verpleeghuis volledig meetellen als kosten van de gezondheidszorg. In veel landen moeten mensen deze vormen van zorg zelfs grotendeels uit eigen zak betalen. Hoewel ook van de honderdjarigen in Nederland nog bijna de helft zelfstandig woont, zullen steeds meer heel oude mensen een beroep op de zorg moeten doen. Dat is dure zorg, die niet te automatiseren valt. Zal daar in 2020 en nog meer in 2030, als de grote babyboomgeneratie hulpbehoevend gaat worden, het geld en het personeel voor zijn?
Kredietcrisis
Lange tijd heb ik de snelle stijging van de zorgkosten en het ontbreken van voldoende personeel een groter probleem gevonden dan de betaalbaarheid van de pensioenen. De arbeidsparticipatie is immers enorm toegenomen en dus betalen ook meer mensen mee aan de AOW en de pensioenen. Als de belastingvoordelen voor 65-plussers worden afgeschaft, iedereen ook weer tot 65 jaar blijft werken en meer dan nu ( 8% van de mannen) ook nog daarna, zou er geen pensioenprobleem hoeven te zijn.
De kredietcrisis en de recessie hebben duidelijk gemaakt dat dit niet voldoende is. Het gaat dan, dat is in de strijd tussen werkgevers en vakbonden duidelijk gebleken, niet alleen om de AOW-leeftijd, maar ook om de aanvullende pensioenen en de premies die daarvoor moeten worden opgebracht.
Veel van de strijdpunten van nu speelden een halve eeuw geleden ook al. Zo wilde de regering de AOW-leeftijd niet laten meegroeien met de levensverwachting, omdat een hogere levensverwachting nu eenmaal niets zegt over iemands arbeidsvermogen. Ook aan flexibilisering van de pensioenen en een hogere uitkering bij langer werken werd al gedacht, maar men vond dat administratief zo'n gedoe.
Dat is nog zo, maar wat echt is veranderd, is dat destijds de solidariteit van allen met de arme oudere werd gevraagd. Dat is zo goed gelukt, dat het nu gaat om de solidariteit van de rijker geworden oudere met de armer wordende collectiviteit.