Terwijl de Nederlandse regering de wettelijke pensioenleeftijd optrekt tot 67 jaar, is het in de begrotingsmaatregelen van de regering-Van Rompuy, op een timide maatregel voor de brugpensioenen na, vruchteloos zoeken naar ingrepen die iets veranderen aan het loopbaaneinde. Het officiële excuus is dat gewacht wordt op de resultaten van de rondetafelconferentie over de pensioenen. De echte reden is dat de coalitie een serieuze hervormingspoging bijna zeker niet zou overleven.
Ondertussen geven onze noorderburen ons het nakijken. Zoals uit de tabel blijkt, blijft de gemiddelde Nederlander nu al veel langer aan de slag dan de modale Belg. Anderzijds liggen de Nederlandse pensioenen veel dichter bji het vroegere arbeidsinkomen en beschermen ze beter tegen de armoede.
Nu moet je met vergelijkingen altijd oppassen. De Nederlandse werkzaamheidsgraad wordt gedopeerd door het hoge aantal deeltijds werkenden.
Maar ook na een correctie daarvoor blijft Nederland ruim vooropliggen. Het ergste is dat de kloof toeneemt. In België steeg de werkzaamheidsgraad bij 55-plussers tussen 1997 en 2008 met 12,4 procentpunten. In Nederland steeg hij met 21 procentpunten.
De opbouw van de twee pensioenstelsels is ook verschillend. In Nederland is het wettelijke pensioen (de AOW) slechts een basispensioen. Om aangenaam te kunnen blijven leven rekent de Nederlander op het aanvullende pensioen van zijn bedrijf of sector. In België lag de nadruk van oudsher meer op het wettelijke systeem. De opbouw van een tweede pijler begon er veel later.
Ons land besteedt - uitgedrukt in procent van het bbp- dan ook bijna het dubbele van Nederland aan zijn wettelijke pensioenen. De Belgische pensioenfondsen daarentegen zijn dwergen in vergelijking met hun Nederlandse collega's. In 2007 waren die - weer in bbp procent- 34 keer groter dan de Belgische. Het gaat hier om tweedepijlerfondsen, niet om pensioenspaarfondsen.
Ademnood
Het Nederlandse model is zeker niet volmaakt. De crisis bracht nogal wat fondsen in ademnood. Het herinnerde onze noorderburen eraan dat je beest steunt op een evenwichtige mix van een universeel omslagstelsel, waarbij de actieven van nu voor de gepensioneerden van nu betalen, en een aanvullend kapitalisatiesysteem.
Maar in België is van zo'n mix nog minder sprake. We steunen bijna uitsluitend op een wettelijk omslagstelsel dat door de vergrijzing onder steeds zwaardere druk zal komen te staan. Desondanks stellen we hervormingen om het leefbaar te houden steeds weer uit. De discussie over de pensioenleeftijd is daar maar één voorbeeld van . In België bleeft het aantal bruggepensioneerden ondanks het Generatiepact stijgen. Nij de Nederlandse tegenhanger, de VUT, ging de deur al in 2006 op slot.
Een Nederlanse gepensioneerde mag bijna onbeperkt bijverdienen. De Belgische wetgeving gaat ervan uit dat een gepensioneerde stilletjes thuis moet zitten.