dinsdag 11 augustus 2009

Herstel pensioenfondsen remt groei Nederlandse economie

De plannen van de Nederlandse pensioenfondsen om hun aangetaste vermogens te repareren, hebben een negatief effect op het economische herstel bij onze noorderburen. De Nederlandsche Bank DNB, de financiële toezichthouder, onderzocht onlangs de effecten van de herstelplannen van de fondsen op de nationale economie. Alle maatregelen samen zouden leiden tot een verlies van 0,75 procent van het bruto binnenlands product in de periode 2009-2013.
Bijna alle fondsen laten in de komende jaren, zo blijkt, een indexering van de uitkeringen aan de gepensioneerde achterwege. Dat betekent dat de koopkracht van de gepensioneerden vermindert, waardoor ook de economische bedrijvigheid afneemt.
Verder laten de pensioenfondsen, om aan te sterken, de werkgevers en werknemers een hogere premie betalen. Voor de werknemers betekent die extra bijdrage ook koopkrachtverlies. De werkgevers zien hun brutoloonkosten door de premieverhoging voort stijgen. Ondernemers hebben daardoor minder ruimte voor investeringen en uitbreiding van de productie.

Werkgevers
De werkgevers in Nederland weigeren bovendien voor de bijstortingen in de fondsen op te draaien. VNO-NCW, de grootste werkgeversorganisatie van Nederland, laat weten dat haar leden niet voor het herstel van de pensioenvermogens kunnen opdraaien. Ze betalen nu al twee derde van de premie, terwijl werknemers maar een derde betalen. Werkgevers moeten dit jaar volgens VN0-NCW 30 procent extra aan de bedrijfs- en bedrijfstakpensioenfondsen afdragen om de reserves weer op peil te brengen. Dat is in crisistijd niet op te brengen voor het bedrijfsleven, klinkt het. Volgens VNO-NCW zit er niets anders op dan het collectieve aanvullende pensioen, de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, te versoberen.
Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers. De eerste pijler is het staatspensioen dat iedere Nederlander vanaf zijn 65ste ontvangt. De tweede pijler wordt gevormd door aanvullingen uit de kassen van de bedrijfs- en sectorpensioenfondsen. De derde pijler zijn de koopsom - of lijfrentepolissen die Nederlanders individueel afsluiten.
De tweede pijler kraakte vorig jaar in al zijn voegen. Bedroeg het vermogen van de bedrijfspensioenfondsen en sectorale fondsen in Nederland begin 2007 nog 700 miljard euro, eind 2008 was dat gedaald naar 576 miljard euro. De beurscrash was de belangrijkste aanstichter van de ellende.
Door de beurshausse van de voorbije weken komen de fondsen in een rustiger vaarwater, maar de pensioenkassen voldoen nog lang niet aan de eisen die de federale overheid hen stelde. De reserves moeten binnen vijf jaar minimum 105 procent van de uitstaande verplichtingen aan gepensioneerden dekken. Op iets langere termijn moet die dekkingsgraad tussen 110 en 130 procent uitkomen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :