In deel 1 van Back to the future heb ik de rol van de werkgever in 2025 beschreven in pensioenland. Nu komt de werknemer aan bod.
Ik ben nog met de VUT gegaan in 2007, zegt u 77-jarige buurman”. De VUT zegt u? U werkt dus al niet meer vanaf uw 60-ste? Ja, zegt uw buurman, dat was toen ‘done’, zo snel mogelijk stoppen met werken. En wat bent u gaan doen, vraagt u. Tja, niets eigenlijk, beetje dit, beetje dat. Best wel vervelend soms……
Gelukkig is het nu anders anno 2025. U bepaalt zelf hoeveel u werkt. Omdat de levensloopregeling maar geen succes werd, is deze radicaal omgegooid. Iedere werknemer moet 10% van zijn salaris besparen per jaar, naast de 10% van de werkgever die in pensioen wordt gestopt, en mag zelf weten hoe dat wordt aangewend. Dus 3 maanden op vakantie, prima. Een jaar lang maar 3 dagen per week werken? Geen probleem. 4 dagen werken is overigens gebruikelijk. Omdat iedereen langer moet, maar vooral door wil werken, is een ‘normale’ werkweek 4 dagen. Werkgevers die werknemers ‘straffen’ voor ‘teveel’ gebruik van het levensloopgeld worden gemeden. Gelukkig staan goede werkgevers in de rij. Het levensloopgeld mag ook volledig gebruikt worden voor het opstarten van een bedrijf, naast 50% van het pensioengeld. De plannen om pensioen en levensloop in één regeling te stoppen zijn in volle gang. Daardoor wordt 20% van het inkomen in ‘later’ gestopt. Omdat iedere werknemer feitelijke elke dag de keus heeft om een deel direct te gebruiken, is dit geen probleem. Als gevolg van de communicatiecampagnes en vooral de financiële ‘inburgeringscursussen’ voor volwassenen, is iedere Nederlander goed in staat zijn eigen financiën te beheren. Jongeren krijgen vanaf hun 12e tot hun 18e wekelijks een uur financiële (levens)planning. Daarnaast hebben gemeentes, waar sinds 2015 ook een radicale cultuuromslag heeft plaatsgevonden, eigen financiële adviesafdelingen waar iedereen kosteloos 2 uur per jaar terecht kan. Wel is iedereen zelf verantwoordelijk voor z’n financiële levensloop en oudedagsvoorziening. Eigenlijk is het zo eenvoudig dat niets doen (er wordt dan toch 20% per jaar gespaard en veilig belegd) gewoon betekent dat je vanaf 63 jaar rustig kunt stoppen. Met alle rekenkundige tools is het ook ‘een eitje’ om gevolgen van opnames van levensloop- en pensioengeld snel door te rekenen. www.pensioenregister.nl is uitgegroeid tot hét platform voor ‘eigen’ financiële planning. Vind je het zelf niet leuk om hierop te ‘knutselen’ dan ken je wel iemand die dat wel leuk vind. Daarnaast zijn er altijd kundige professionals om betaald te helpen.
In vergelijking met bijvoorbeeld België hebben ‘we’ het veel beter gedaan. Daar zijn ze pas in 2018 afgestapt van het idee dat je op 60 jaar kunt stoppen. De overige Zuid-Europese landen (met name Italië en Spanje) zijn noodgedwongen uit de Europese Gemeenschap gestapt en kennen een gierende inflatie. Op vakantie daar betekent dus niet alleen mooi weer maar ook goedkope pizza’s en sangria! Veel ‘oudere’ Nederlanders hebben daar inmiddels een appartement (al dan niet met familie/vrienden) en brengen daar veel tijd door.
Al met al kunnen we blij zijn met ons Nederlandse pensioenstelsel en vooral de (krediet)crisis in 2008/9. Toen zijn snel bakens verzet en is de blik op de toekomst gericht. Nederland is dan ook gidsland voor pensioen in Europa, en eigenlijk wereldwijd geworden. Een baan in de pensioensector is de ultieme droom van velen!
mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.
Back to the future deel 1, werkgever