De Nationale Arbeidsraad kan het bedrag van de aanvullende vergoedingen van de brugpensioenen en de halftijdse brugpensioenen elk jaar op 1 januari herzien naargelang van de ontwikkeling van de conventionele lonen.
Op 22 december jl. bepaalde hij de herwaarderingscoëfficiënt voor de brugpensioenen en halftijdse brugpensioenen (cao 17 tricies ter) op 1,0048. Dit betekent dat de aanvullende vergoedingen voor de brugpensioenen en het halftijds brugpensioen vanaf 1 januari 2009 met 0,48% worden verhoogd.
Die verhoging is echter niet volledig van toepassing voor wie onlangs op brugpensioen of halftijds brugpensioen ging: de aanpassing is immers afhankelijk van de maand die als basis diende voor de berekening van de vergoeding. Deze refertemaand is gewoonlijk de maand vóór het brugpensioen ingaat. Valt die refertemaand
vóór 1 januari 2008, dan is de verhoging 0,48%
in het eerste kwartaal van 2008, dan is de verhoging 0,36%
in het tweede kwartaal van 2008, dan is de verhoging 0,24%
in het derde kwartaal van 2008, dan is de verhoging 0,12%
in het vierde kwartaal van 2008, dan is er géén aanpassing
Voorbeeld: voor wie in april 2008 met brugpensioen ging (op basis van het nettoloon van maart 2008) zal de verhoging 0,36% bedragen.
De herwaarderingscoëfficiënt wordt ook toegepast op het bruto maandloon dat in aanmerking wordt genomen om het netto referteloon te bepalen. Vanaf 1 januari 2009 bedraagt dit loonplafond voor voltijdse brugpensioenen 3476,05 euro en voor halftijdse brugpensioenen 1738,03 euro.
Opmerking: art. 6 van cao 17 bepaalt dat het netto referteloon op de hogere euro wordt afgerond.