Pensioenspaarders die voor de formule van de pensioenverzekering hebben gekozen, zullen deze dagen beslist tevreden zijn over hun keuze. In tegenstelling tot de pensioenspaarfondsen zijn individuele pensioenverzekeringen immers niet rechtstreeks gekoppeld aan de beurs, maar werken die met een gewaarborgd kapitaal en een vast jaarlijks minimumrendement.
De pensioenreserves van de individuele pensioenverzekeringen hebben dan ook geen krimp gegeven. Of de verzekeraars volgend jaar ook een winstbonus zullen kunnen uitkeren bovenop het gewaarborgd minimumrendement is echter nog een andere vraag. Gezien de financiële crisis is die kans dit jaar redelijk klein. Ook de verzekeraars zagen hun beleggingsportefeuilles immers zwaar aangetast worden. Maar van massale verliezen zijn de verzekeringsspaarders gespaard gebleven.
Op het vlak van risico hebben pensioenverzekeringen dan ook duidelijk een streepje voor in vergelijking met hun bancaire tegenhangers. Qua rendement zijn de vooruitzichten op lange termijn dan weer gunstiger voor de pensioenspaarfondsen. Inclusief de winstbonus schommelde het totale rendement van de pensioenverzekeringen in het verleden bij de meeste verzekeraars rond de 4 à 5 procent. De pensioenfondsen behaalden sinds hun oprichting gemiddeld een rendement van ongeveer 7 procent. Vooral op lange termijn leidt dat verschil in rendement tot behoorlijk wat extra kapitaal. Wie nog meer dan 20 jaar te gaan heeft tot zijn pensionering, is vanuit het oogpunt van rendement dan ook beter af met een pensioenfonds dan met een pensioenverzekering. Voor wie nog minder dan 20 jaar verwijderd is van zijn pensioen, biedt een pensioenverzekering dan weer meer zekerheid.
Op het vlak van kosten zijn de bancaire pensioenspaarfondsen doorgaans voordeliger. Door de meeste wordt een instapkost aangerekend van 2 of 3 procent per storting en wordt elk jaar een beheerskost ingehouden van 0,80 à 1,20 procent van het beheerde vermogen. Bij de pensioenverzekeringen is de kostenstructuur meestal minder doorzichtig, maar daarom niet minder zwaar. Bij sommige verzekeraars lopen de instapkosten zelfs op tot 6 procent. Voor je een pensioenverzekering afsluit, vergelijk je dan ook best de offertes van verschillende maatschappijen, zodat je de aangerekende kostenpercentages en de gewaarborgde eindkapitalen objectief met elkaar kan vergelijken.
Zeker wanneer je een pensioenverzekering afsluit na je vijftigste, kunnen de kosten van zo'n plan zwaar doorwegen. Bij sommige verzekeraars liggen de kosten zelfs zo hoog dat je ze op een termijn van pakweg tien jaar amper kan terugverdienen door het rendement van de verzekering. Uitkijken dus.