Pensioenspaarders die dezer dagen het tegoed van hun pensioenspaarrekening onder ogen krijgen, kunnen er wellicht niet mee lachen. De klassieke 'dynamische' pensioenspaarfondsen, die voor 70 tot 75 procent in aandelen zijn belegd, verloren het afgelopen jaar gemiddeld pakweg 30 procent van hun waarde. Voor pensioenspaarders van het eerste uur die 20 jaar lang trouw gespaard hebben, betekent dit dat er van hun portefeuille van pakweg 30.000 euro nog maar ongeveer 20.000 euro overschiet. Je zou van minder chagrijnig worden…
De zogenaamde 'neutrale' of 'balanced' pensioenfondsen - die in de nasleep van de vorige beurscrash boven de doopvont werden gehouden - brachten het er iets beter van af. Die fondsen verloren gemiddeld 'slechts' 25 procent van hun waarde. De verklaring voor hun 'superieure' prestatie is niet ver te zoeken. Vermits die fondsen slechts voor ongeveer 50procent in aandelen belegd zijn, en voor het overige obligaties en cash aanhouden, kwam de beurscrash hier minder zwaar aan.
De 'defensieve' fondsen ten slotte die slechts voor een kwart in aandelen zijn belegd, brachten het er begrijpelijkerwijze het minst slecht van af. Maar zelfs die fondsen deelden in de klappen en moesten verliezen incasseren van tussen de 10 en de 15 procent.
Al die ellende betekent echter niet dat je maar beter een jaartje kan overslaan met pensioensparen. Integendeel, de gedaalde koersen maken pensioensparen dit jaar zelfs uitzonderlijk interessant. Voor eenzelfde storting krijg je nu pakweg 40 procent méér deelbewijzen dan een jaar geleden. En daar profiteer je uiteraard van als de koersen weer stijgen. Onderzoek heeft uitgewezen dat koersdips zoals deze het rendement van een pensioenspaarplan in aandelen op lange termijn met ongeveer 2 procent opkrikken. Zo bekeken was er dan ook zelden een beter moment om aan pensioensparen te doen dan nu. Rustig de crisis uitzweten en vooral niet stoppen met pensioensparen, is de boodschap. Voor spaarders die de pensioenleeftijd stilaan in het vizier krijgen, is dat echter maar een magere troost. Zij zien het kapitaal dat ze jarenlang zorgvuldig hebben opgebouwd volledig onderuit gaan en kunnen alleen maar hopen dat het tijdig terug in orde komt.
Alles bij elkaar kunnen ook zij echter nog best tevreden zijn. Op lange termijn zijn de rendementen van de pensioenfondsen immers nog altijd okee. Ondanks de koersval van de voorbije maanden behaalden de pensioenfondsen sinds hun oprichting in 1987 een gemiddeld jaarlijks rendement van ongeveer 7 procent. En daarbovenop hebben ze ook jarenlang van de belastingvermindering genoten die aan pensioensparen verbonden is. Pensioenspaarders van het eerste uur hebben dus niet te klagen. Zeker niet als ze de tijd kunnen nemen om hun pensioenplan ook deze opdoffer weer te boven te laten komen.
Als er één les is die we uit deze crisis kunnen leren, dan is het dat er ook voor pensioenfondsen geen eenrichtingsverkeer omhoog bestaat en dat je altijd voorbereid moet zijn op koersdalingen. Zeker voor spaarders die de leeftijd vijftig jaar voorbij zijn, is dat een belangrijke boodschap. Hun beleggingshorizon - en dus ook de tijd die ze nog hebben om verliezen te recupereren - begint immers flink te korten. Voor hen is het dan ook geen dwaas idee om wat extra veiligheid in te bouwen als de koersen weer hersteld zijn
De beste manier om dat te doen, is hun kapitaal over te hevelen van een klassiek of 'dynamisch' pensioenspaarfonds naar een 'defensief' fonds. Banken als Axa, Dexia, Fortis en KBC hebben allemaal zo'n defensief pensioenfonds in hun gamma. Wie klant is bij een andere bank kan zijn tegoed eventueel laten overhevelen naar een fonds bij één van deze banken. Onderhandelen over de in- en uitstapkosten die daarmee gepaard gaan, is daarbij aangewezen.
Ontmoedigde beleggers die het echt niet meer zien zitten en die hun pensioenplan willen opzeggen, afkopen of onderbreken, of die de overstap willen maken naar een risicoloze pensioenverzekering, moeten rekening houden met de volgende spelregels:
Spaarders mogen hun kapitaal pas opvragen bij pensionering op de normale pensioenleeftijd, tijdens de vijf jaar die daaraan vooraf gaan of bij brugpensionering. Wie z'n kapitaal vroeger opvraagt, wordt belast tegen een boetetarief. Dat bedraagt 33 procent voor kapitalen opgebouwd met stortingen vanaf 1993. Voor het gedeelte van het kapitaal dat opgebouwd werd met vroegere stortingen wordt het boetetarief berekend tegen het marginale belastingtarief. Kortom: ongeveer een derde van het kapitaal vloeit dan naar de fiscus.
Op elke pensioenrekening of -verzekering moeten minstens vijf stortingen gebeuren. Die moeten niet in opeenvolgende jaren gebeuren maar mogen vrij verricht worden tijdens de hele looptijd van het contract.
Elke storting moet minstens vijf jaar belegd blijven. Het kapitaal gevormd met stortingen die bij de opname van het kapitaal nog geen vijf jaar belegd waren, wordt belast tegen 33 procent. Die belasting kan vermeden worden door dat stuk van het kapitaal langer te laten staan. Deze regel vervalt wanneer op 60-jarige leeftijd de eindbelasting of 'anticipatieve heffing' werd ingehouden.
Het contract moet minstens tien jaar oud zijn voor je het kapitaal mag opvragen. Wie pas na z'n 55ste gestart is met pensioensparen, moet dus tot zijn 65ste wachten om het kapitaal op te vragen. Zoniet is het boetetarief van 33 procent van toepassing.
Het kapitaal overhevelen van een pensioenfonds naar een pensioenverzekering of vice versa wordt beschouwd als een afkoop van het kapitaal en wordt dus belast tegen het boetetarief als niet aan bovenstaande voorwaarden is voldaan. Een overdracht van het kapitaal binnen hetzelfde systeem (van fonds naar fonds of van verzekering naar verzekering) wordt niet beschouwd als een opname en kan gebeuren zonder inhouding van belastingen.
Na inhouding van de eindbelasting op het kapitaal - meestal in het jaar waarin de pensioenspaarder zestig wordt - vervallen alle bovenstaande regels en worden er geen bijkomende belastingen meer geheven op het kapitaal.