De pensioenspaarfondsen staan sinds begin dit jaar unaniem in het rood, van 8,19 tot 27,4 procent. Maar het rendement van de jongste vijf jaar is nog steeds behoorlijk positief, zelfs zonder rekening te houden met het fiscaal voordeel.
De zware koersverliezen op de internationale beurzen hebben diepe wonden geslagen. Sinds begin dit jaar verloor de Bel-20-index van de belangrijkste waarden op de Brusselse beurs al meer dan 43 procent. De Europese topwaarden moesten gemiddeld bijna 38 procent inleveren.
Ook de pensioenspaarfondsen konden niet ontsnappen. Als hun individuele koersverliezen sinds de laatste dag van vorig jaar worden afgewogen tegen het bedrag dat het fonds beheert, dan blijkt voor alle pensioenspaarfondsen samen een gemiddeld verlies van 16,33 procent.
Dat de verliezen veel minder hoog oplopen dan op de beurzen zelf, heeft alles te maken met de obligaties die ze allemaal in meerdere of mindere mate in portefeuille hebben. Hoe meer ze vastrentend belegd zijn, hoe beperkter de verliezen.
Vandaar de minder zware verliezen van de meer defensieve fondsen die de banken enkele jaren geleden op de markt brachten. Ze deden dat vooral om in te spelen op de behoeften van de iets oudere spaarder die zijn pensioenleeftijd in het vizier krijgt en minder risico wil nemen. De verliezen blijven daar beperkt tot 8,19 procent bij Fortis, over 8,69 procent bij Dexia tot 9,05 procent bij KBC.
Bij de grote pensioenspaarfondsen valt de relatief sterke prestatie op van Fortis B Pension Balanced. Met 14,18 procent is het verlies duidelijk minder dan gemiddeld. Ook het Star Fund van ING presteert iets beter dan gemiddeld. Pricos van KBC zit met meer dan 20 procent verlies flink onder het gemiddelde en Dexia is duidelijk de zwakkere van het kwartet.
Maar tegelijk leren gegevens uit de financiële databank van het persbureau Bloomberg dat de terugval op de internationale markt van vergelijkbare pensioenfondsen 'beperkt' is gebleven tot gemiddeld 11,8 procent. De afgelopen vijf jaar deden zij het dan weer duidelijk minder goed dan hun Belgische sectorgenoten met een gemiddelde jaarreturn van 4,6 procent.
In heel wat gezinnen waar het pensioensparen maandelijks langs een permanente opdracht verloopt, is de band met de beurs en het risico dat daar gelopen wordt, allicht niet steeds duidelijk geweest. Als de bank de volgende stand van zaken bezorgt, dreigt de klap dus hard aan te komen.
De mogelijkheid om de stortingen tot op zekere hoogte af te trekken van de belastingen, zal de pijn uiteraard verzachten. En ook het besef dat pensioensparen bij uitstek een langetermijnzaak is. De fondsen die al vijf jaar of meer bestaan, halen een gemiddelde gewogen jaarrerturn van 6,97 procent. De prestaties schommelen tussen 3,58 procent voor het dynamisch pensioenfonds van Dexia en 9,19 procent voor het Record Top fonds van ABN Amro.
Daarmee doen de pensioenspaarfondsen ook daar veel beter dan de beurs. Het gemiddeld rendement van een belegging in de Bel-20 was de jongste vijf jaar 2,04 procent, de Stoxx 600 blijft zelfs steken op 1,19 procent.
Maar anderzijds is het langetermijnrendement bij een pensioenspaarfonds iets relatiefs, omdat er jaarlijks geld bijgestort wordt, terwijl het gemiddelde jaarrendement ervan uitgaat dat het geïnvesteerde bedrag vijf jaar geleden al in het fonds belegd was.
Verkopen is voor een pensioenspaarfonds uiteraard geen optie, toch niet voor wie jonger is dan zestig. Anders wordt prompt een belasting geheven van 33 procent, tegen 10 procent voor wie de rit uitzit. Geen stortingen meer doen kan uiteraard wel. De doorlopende opdracht voor maandelijkse storting nu even annuleren en ten minste tot het einde van het jaar afwachten, is misschien wel het overwegen waard