dinsdag 26 februari 2008

Steeds meer vrouwen met brugpensioen

Bij de mannen stijgt het aantal bruggepensioneerden niet meer, maar bij de vrouwen zit het brugpensioen nog altijd stevig in de lift.

Het Generatiepact mag de toegang tot het brugpensioen dan al verstrengd hebben, in de praktijk blijft het aantal bruggepensioneerden oplopen. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

Eind december 2007 betaalde de RVA een uitkering aan in totaal 113.734 bruggepensioneerden. Dat waren er 1.163 of één procent meer dan een jaar voordien, eind 2006.

Die stijging oogt misschien niet spectaculair, ze steekt wel schril af tegen de daling van de 'gewone' werkloosheid (vorig jaar min 10procent) en het is veelbetekenend dat de afremmingsmaatregelen uit het Generatiepact de brugpensioencijfers niet omlaag doen gaan. Sinds 2002 gaat het aantal bruggepensioneerden jaar na jaar met ruim 1.000 omhoog, dus ook na de inwerkingtreding van het Generatiepact (sinds 2006).

Dergelijke aangroei van het brugpensioensysteem is nochtans geen natuurwet. Tussen 1990 en 2002 ging het aantal 50-plussers met brugpensioen jaar na jaar omlaag, van ruim 139.000 tot 106.000 (zie grafiek). Sindsdien zijn er weer 7.000 bruggepensioneerden bijgekomen.

Die stijging is grotendeels -en vorig jaar zelfs volledig- op rekening van de vrouwen te schrijven. Het brugpensioen was historisch bekeken een bijna volledig mannelijke zaak. Tien jaar geleden schommelde het percentage van de vrouwen rond nauwelijks 10 à 11procent. Maar vorig jaar overschreden de vrouwen voor het eerst de kaap van 20procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal bruggepensioneerde vrouwen met drie kwart toegenomen, tot bijna 23.000.

Hoe komt dat?

De verklaring is dubbel. De huidige generatie 50-plussers -de babyboomers van na de Tweede Wereldoorlog- bevat nu eenmaal meer vrouwelijke werknemers die net als hun mannelijke collega's vroeg of laat in aanmerking komen voor een 'conventionele' brugpensioenregeling (bij cao), of die bij een bedrijfsherstructurering met brugpensioen gestuurd worden.

Daarnaast speelt de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd voor vrouwen een rol. Die leeftijd wordt in fases opgetrokken tot 65 jaar, zoals bij de mannen, en daardoor blijven vrouwen die met brugpensioen zijn gegaan ook langer in het stelsel zitten.

De RVA publiceert sinds mei vorig jaar ook cijfers over een totaal nieuwe groep van bruggepensioneerden. Het gaat om bruggepensioneerden die niet langer kunnen genieten van de 'klassieke' vrijstelling van de plicht om als werkloze naar een nieuwe baan te zoeken. Voor 113.598 bruggepensioneerden bestaat die vrijstelling nog altijd. Voor 136 anderen niet.

De groep van bruggepensioneerden die als gevolg van het Generatiepact op zoek moeten naar een nieuwe job, blijft vooralsnog heel erg klein: 0,1 procent van het totaal.

In die kleine groep bedraagt het aandeel van de vrouwen 35 procent, met 48 op 136. Dat is, alle verhoudingen in acht genomen, een pak meer dan in het 'klassieke' brugpensioen.

Normaal gezien ligt de leeftijdsgrens voor werklozen en bruggepensioneerden om verplicht naar werk te zoeken op 58 jaar. Uit de RVA-cijfers blijkt dat er eind vorig jaar twee (!) zestigplussers waren die nog actief moeten zijn op de arbeidsmarkt, ondanks hun brugpensioenstatuut. Het gaat om twee Waalse mannen.

Mogelijk gaan de brugpensioencijfers dit voorjaar verder omhoog. Pas dit jaar zullen de kandidaat-bruggepensioneerden uit de herstructurering bij VW Vorst in de statistieken opduiken. Als de regels van het Generatiepact gevolgd worden, zullen ze allemaal in de nieuwe categorie 'werkzoekenden' terecht komen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :