De geplande uitstapleeftijd van 50-plussers bedraagt 62 jaar. Het gaat om de gemiddelde leeftijd die de groep van nog werkende 50- tot 69-jarigen aangaf op de vraag wat de geplande leeftijd is voor het stopzetten van alle betaalde arbeid. "Op te merken valt dat het stopzetten van alle betaalde arbeid niet noodzakelijk hetzelfde is als met pensioen gaan. Een klein percentage personen blijft nog een aantal uur per week werken na zijn/haar pensionering", aldus de FOD Economie.
De enquête toont ook aan dat Brusselaars plannen het langst aan het werk te blijven. "Wellicht heeft dat te maken met de hogere gemiddelde scholingsgraad van de Brusselse bevolking. Gemiddeld gezien plannen hooggeschoolden immers langer te werken dan laag- en middengeschoolden", licht de Algemene Directie Statistiek toe, die eraan toevoegt dat het opvallend is dat de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd daalt naarmate het scholingsniveau hoger is. Hooggeschoolden gaan gemiddeld twee jaar vroeger met pensioen dan laaggeschoolden.
De gemiddelde leeftijd waarop personen een ouderdomspensioen, een rustpensioen na een actieve loopbaan of een vervroegd pensioen, ontvangen is 60,7 jaar. Net zoals bij de geplande uitstapleeftijd ligt de gemiddelde pensioenleeftijd hoger bij mannen dan bij vrouwen. De wettelijke pensioenleeftijd van vrouwen bedraagt momenteel 64 jaar en ligt nog tot eind 2008 onder de wettelijke pensioenleeftijd van mannen (65 jaar).
"In Brussel en Vlaanderen gaat men gemiddeld genomen ongeveer op dezelfde leeftijd met pensioen. De gemiddelde effectieve pensioenleeftijd van Walen ligt ongeveer een jaar lager", luidt het.
Een gepensioneerde heeft gemiddeld genomen een loopbaan van 38 jaar achter de rug. Bij mannen duurt de loopbaan ongeveer 40 jaar; bij vrouwen minder dan 36 jaar. De loopbaan is korter in Wallonië dan in Brussel en Vlaanderen.
Laaggeschoolden werken meer jaren dan hooggeschoolden: een loopbaan van een kleine 40 jaar voor de eersten versus 36 jaar voor de laatsten.
De stelling dat zowat alle werkenden hun arbeidsduur verminderen vooraleer ze op pensioen gaan, blijkt niet op te gaan. Bijna de helft van de respondenten heeft zijn/haar arbeidsduur niet verminderd als stap naar volledige pensionering en zegt ook expliciet dat niet van plan te zijn de komende vijf jaar. Het cijfer ligt hoger bij mannen dan bij vrouwen: respectievelijk 52,5 en 40,9 procent.
De helft van de werkende 50-plussers wil zijn/haar huidige arbeidsduur ten slotte niet verminderen de komende jaren en 72.000 personen waren tijdens het tweede kwartaal van 2006 nog aan het werk tijdens hun pensioen, vooral om wat bij te verdienen.