donderdag 6 december 2007

De koning werkt te traag

Op 7 april 2005 schreef ik in deze kroniek dat de koning soms in een te ver verleden leeft. Nu kan ik ook schrijven dat de koning soms te traag werkt. En dat komt zijn schatkist niet ten goede.

Een verzekeringsmaatschappij sluit verzekeringscontracten en verbindt zich ertoe om schade te vergoeden die ontstaat wanneer zich een bepaald risico voordoet. De verzekeraar weet op grond van ervaring dat hij schade zal moeten vergoeden. Alleen kan hij niet precies zeggen wanneer en welk bedrag hij zal moeten betalen. Hij weet dat het bij sommige van zijn brandverzekeringsklanten zal branden, alleen weet hij niet wanneer en hoe erg. De verzekeraar is op het einde van het boekjaar verplicht die toekomstige schade-uitkeringen te ramen en een voorziening in de boekhouding op te nemen.

Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen zegt dat deze voorzieningen vrijgesteld zijn van belasting binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de koning bepaalt. De koning heeft dat voor bepaalde risico's gedaan, voor andere niet. De fiscus meent daarom dat de vrijstelling enkel geldt voor de geregelde risico's en niet voor de andere.

De rechter van Namen is het daar in zijn vonnis van 5februari 2007 niet mee eens. Hij stelt vooreerst vast dat de koning manifest in gebreke is gebleven door sommige risico's niet te regelen, ook al heeft het Parlement dat aan de koning opgedragen. De rechter meent dat hij door deze lacune niet anders kan dan teruggrijpen naar het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens. Artikel1 van het eerste Protocol beschermt de eigendom en zegt dat iemand alleen onteigend mag worden op grond van een wet. Dit regel geldt ook voor belastingen: geen belasting zonder wet. Dat staat trouwens ook in onze Grondwet.

Welnu, de wet stelt voorzieningen van verzekeraars vrij onder de voorwaarden door de koning bepaald. Indien de koning nalaat voorwaarden vast te leggen, geldt een eenvoudige vrijstelling van belasting.

Deze stelling biedt veel perspectieven. Ik pik er één geval uit.

Bijdragen die een werkgever betaalt voor het aanvullend pensioen van zijn werknemers zijn aftrekbare beroepskosten. Er bestaat weliswaar een beperking. Enkel indien de zogenaamde 80%-regel wordt gerespecteerd, zijn ze aftrekbaar. Het wettelijk en het aanvullend pensioen samen mogen niet meer bedragen dan 80% van de laatste normale bruto jaarbezoldiging. Het wetsartikel dat deze beperking technisch regelt, bevat veel begrippen en percentages die de koning moet invullen. Hij moet de voorwaarden en de toepassing van de 80%-beperking regelen.

Maar hij heeft dat tot op heden slechts gedeeltelijk gedaan. Het ziet er in deze boeiende politieke tijden ook niet naar uit dat er nog een koninklijk besluit zal komen vóór de deadline. Op 31december klinkt onverbiddelijk het fluitsignaal voor 2007. Zoals uitvoerig beschreven in mijn bijdrage van 7april 2005 kan de koning na dat fluitsignaal de regels van het spel voor 2007 niet meer wijzigen.

Als zal blijken dat de koning weer te traag heeft gewerkt, zullen de voorwaarden en de wijze van toepassing van de 80%-beperking niet vastliggen. Bijgevolg geldt in 2007, op basis van de stelling van de rechter van Namen, een onbeperkte aftrekbaarheid van pensioenbijdragen.

Het is aan de koninklijke gezant om uit te maken of dit 'een dringend dossier is dat de lopende zaken overstijgt'.

Koen Van Duyse is advocaat bij Tiberghien Advocaten.

www.standaard.biz/fiscalekroniek
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :