Xavier Verboven eist ernstige bijsturingen van de rooms-blauwe onderhandelaars
Xavier Verboven is gewezen algemeen secretaris van het ABVV.De heer Perl, administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Pensioenen, is in deze krant een sterk pleitbezorger om een "pensioenpact" af te sluiten tussen de sociale partners en de nieuwe regering (DM 19/10). De heer Perl heeft overschot van gelijk door te beweren dat er reeds voldoende wetenschappelijke kennis vergaard is omtrent de vergrijzing en over de toekomst en financiering van de pensioenen in het bijzonder. Hij heeft ook gelijk als hij stelt dat het beleid, de toekomstige regering, strategische en ideologische keuzes moet maken en een coherente visie moet ontwikkelen en dat in samenspraak met de sociale partners. Maar ik geloof nooit dat dat zal uitmonden in een echt sociaal pact tussen enerzijds de sociale partners en anderzijds de regering. Daarvoor ligt de clash over het Generatiepact nog te vers in het geheugen.
Een pensioenpact zal het niet alleen moeten hebben over de uitgaven met betrekking tot het wettelijke pensioen maar ook over de financiering ervan. Langs de uitgavenkant zullen dan politieke garanties moeten worden gegeven dat het mechanisme van welvaartsaanpassing, dat zopas door de sociale partners en de huidige regering werd uitgewerkt, overeind blijft in een volgende regering. Die welvaartsvastheid geldt niet alleen voor de uitkeringen maar ook voor de plafonds waarop de pensioenen berekend worden, zoniet los je het probleem van de hogere inkomensgroepen niet op. Door die plafonds te laten evolueren, niet alleen in functie van de index, maar ook in functie van de koopkracht, verhoog je het pensioenbedrag van de hogere inkomensgroepen en overtuig je ze om solidair te blijven met het wettelijke pensioenstelsel.
Langs de inkomenskant zal men een tweesporenbeleid moeten voeren om de pensioenen betaalbaar te houden. Enerzijds zal op het eerste spoor opnieuw het debat moeten worden gevoerd over het scheppen van duurzame tewerkstelling en economische groei, want groei en tewerkstelling genereren meer inkomsten in de sociale zekerheid en zijn de beste waarborg om de wettelijke pensioenen in de toekomst betaalbaar te houden. Ook ontsnapt men niet aan een diepgaand immigratiedebat dat niet kan worden gevoerd vanuit de optiek van goedkope arbeidskrachten maar wel vanuit een perspectief van een ernstige integratie van migranten op de arbeidsmarkt. Dat debat zal niet alleen op Belgisch niveau moeten worden gevoerd, maar ook op Europees niveau, want niet alleen België vergrijst, ook Europa. Anderzijds zal men met het tweede spoor absoluut opnieuw het debat moeten aankaarten over een nieuwe financieringsvorm van de sociale zekerheid waarbij niet alleen de loonmassa maar ook andere inkomens om hun solidariteit gevraagd wordt, zoals de inkomens van roerende en onroerende goederen of die voortvloeien uit meerwaarden van beleggingen. Het debat over de fameuze algemene sociale zekerheidsbijdrage zal opnieuw in zicht komen. Dat is een debat dat bijzonder gevoelig ligt in werkgeverskringen. Wanneer we het over solidariteit hebben ter financiering van de wettelijke pensioenen zal niet alleen de intergenerationele solidariteit tussen actieven en gepensioneerden aan bod komen, maar ook de intragenerationele solidariteit. Die intragenerationele solidariteit houdt in dat degenen die genieten van een hoog pensioen hun solidariteit betuigen door een deel van hun pensioen af te staan aan degenen die moeten leven van een klein pensioen. Daarvan hebben we reeds een staal gehad met de zogenaamde 'solidariteitsbijdrage'. Iedereen zal zich nog herinneren hoe daartegen gereageerd is door sommige verenigingen van gepensioneerden en ook in vakbondsmiddens was het debat daarover niet altijd gemakkelijk. Binnen de vakbonden heeft men de solidariteitsbijdrage slechts aanvaard op voorwaarde dat de opbrengst ervan zou worden besteed aan de verhoging van de kleinste pensioenen.
De verhouding tussen de drie 'pijlers' zal ook opnieuw ter tafel gebracht worden door de sociale gesprekspartners, maar vanuit een verschillende invalshoek. De vakbonden zullen ongetwijfeld de eerste pijler koesteren, desgevallend gekoppeld aan een uitbreiding van de tweede pijler naar de arbeiders, en de werkgevers zullen vooral het accent leggen op de versterking van de twee andere pijlers. Dat alles uiteraard vanuit ideologische overwegingen. Het optrekken van de pensioenleeftijd zal bij de vakbonden onmiddellijk de vraag doen rijzen naar verbeterde werkomstandigheden voor alle werknemers, zodat ze niet uitgeblust zijn op vroegere leeftijd en de arbeidsmarkt willen verlaten. En dan heb ik het nog niet over de problematiek van de gelijkgestelde dagen in de eerste pijler, of over de weerslag van de vergrijzing in de sector gezondheidszorgen van de ziekteverzekering - wat dan onvermijdelijk de discussie over de groeinorm (fameuze 4,5 procentnorm) in de sector gezondheidszorgen op gang brengt.
Ziedaar de ingrediënten en uitdagingen die ter tafel zullen komen als er over een allesomvattend pensioenpact wordt onderhandeld. Over al die ingrediënten en strategische visies zijn reeds verschillende rondetafelconferenties georganiseerd met de sociale gesprekspartners en de overheid, en ook bij het Generatiepact kwam het wettelijk pensioen aan bod. Vanwege fundamentele verschillen in visie en verschillende ideologische uitgangspunten is er in onze naoorlogse sociale geschiedenis nooit een dergelijk globaal en allesomvattend pact tot stand gekomen, het pact over de totstandkoming van de sociale zekerheid uitgezonderd. En ik vrees dat een pensioenpact, waarover de heer Perl het heeft, er ook nooit zal komen.
De (soms uiteenlopende) standpunten van de sociale partners, maar ook hun afspraken (welvaartsvastheid, Riziv-advies over de groeinorm) zijn bekend. Ook de methodes en de ingrediënten van het debat zijn bekend. De volgende regering(en) zal (zullen) politieke keuzes moeten maken. En de regering mag niet vergeten dat België ongeveer de laagste wettelijke pensioenen in Europa kent en dat 27 procent van de gepensioneerden onder de armoedegrens leeft.
Wat we nu al weten over de eerste teksten van het formatieberaad is echter niet geruststellend. De onderhandelaars zullen serieus moeten bijsturen, wil men vermijden dat de armoede onder de gepensioneerden een onrustwekkend peil bereikt.