donderdag 4 oktober 2007

Nederland – België - Nieuws uit het vak

Het nieuwe Belgische wettelijke kader voor pensioenfondsen zet warempel een heuse Nederland – België in gang.

Het nieuwe Belgische wettelijke kader voor pensioenfondsen, dat op 1 januari 2007 in werking trad, leidt tot spanningen tussen België en Nederland. Michael Mohr (partner) en Ivan Eulaers (senior manager) bij Deloitte wijzen erop dat de Nederlanders de aantrekkingskracht ervan voor Nederlandse pensioenfondsen blijkbaar als bedreigend ervaren. De commotie bereikte een voorlopig hoogtepunt met het recente ministeriële schrijven van J.P.H. Donner, de Nederlandse minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat rondschrijven houdt een nauwelijks verholen waarschuwing in tegen de risico’s van de Belgische wetgeving voor Nederlandse pensioenfondsen die hun activiteiten naar ons land willen verleggen.

Het Belgische wettelijke kader van oktober 2006 maakt de oprichting van pan-Europese pensioenfondsen in België mogelijk. Donner wijst in zijn brief op ernstige tekortkomingen van het Belgische kader. Zo zouden solvabiliteitsbuffers, vereiste herstelplannen en -termijnen en kostendekkende premies ontbreken en niet of nauwelijks nader gespecificeerd worden in lagere regelgeving of beleidsregels. Dat zou een rentemismatch tot gevolg hebben die kan leiden tot forse verschillen in de schommelingen in de waarde van activa en passiva en dus tot mogelijke financiële tekortkomingen in de balans. “Donner concludeert dat het Belgische kwalitatieve kader vooralsnog onduidelijk en onzeker is, in tegenstelling tot het Nederlands model”, aldus Mohr en Eulaers.

De nieuwe wetgeving op Organismes voor de Financiering van Pensioenen (OFP) creëert in de eerste plaats een bijzonder aantrekkelijk fiscaal regime, zowel voor directe als indirecte belastingen. Dat regime geldt zowel voor de bestaande Belgische of vanuit België werkende pensioenfondsen, die nu verplicht worden om de rechtsvorm van OFP aan te nemen, als voor de creatie van pan-Europese en internationale pensioenfondsen. Hiermee is België het eerste Europese land dat een volledig wettelijk kader creëerde voor pan-Europese pensioenfondsen.

Dat kader biedt naast het gunstige fiscale regime een solide maar flexibele beheerstructuur, technische voorzieningen gebaseerd op kwalitatieve regels en een beheer van de activa zonder kwantitatieve beperkingen, mits respect voor de prudentieprincipes.

Toch biedt het ook garanties. In het Belgische stelsel zit immers een grote discretionaire bevoegdheid voor de toezichthouder CBFA. Die publiceerde in mei 2007 een circulaire met principes voor deugdelijk bestuur van pensioenfondsen. Die regels moeten waarborgen dat onze OFP’s een veilige bron voor de financiering van pensioenuitkeringen zijn en blijven.
De circulaire verplicht de OFP’s te werken met een interne onafhankelijke auditor, een eveneens onafhankelijke compliance officer, een financieringsplan en een investeringsbeleid volgens de principes van de ‘prudente’ persoon, die veiligheid, kwaliteit, liquiditeit en rendement waarborgt.

“De circulaire biedt wel degelijk de nodige garanties voor goed en deugdelijk bestuur van de OFP’s dat voldoet aan de vereisten van risicocontrole. De verklaring voor de harde reactie van Nederland op het Belgische wettelijke kader voor pensioenfondsen moet eerder in politieke hoek, dan in de kwaliteit van het Belgische stelsel gezocht worden”, aldus Mohr en Eulaers.

Meer info: FDMagazine van november 2007.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :