Veel mensen verwachten tijdens hun pensioen eindelijk van het leven te kunnen genieten. Gepensioneerden hebben door de hogere levensverwachting immers nog heel wat actieve jaren voor de boeg. Wie na zijn loopbaan van zijn oude dag wil genieten, zal niet al te veel hoop mogen stellen in een royaal wettelijk pensioen. Een overzicht van de zaken die u moet doen om het later goed te hebben.
Wie na zijn pensioen dezelfde levensstandaard wil aanhouden, zal daar zelf voor moeten zorgen. Het wettelijk pensioen zal immers niet volstaan om de kloof tussen het laatst verdiende loon en het pensioen te dichten. Het aanvullend pensioen (tweede pijler) en het individuele spaarplan (derde pijler) kunnen dat wel. Het komt er dus op aan om uw pensioen te plannen, en liefst zo vroeg mogelijk.
Persoonlijke planning
U hoeft er niet alleen voor te staan. U kunt beroep doen op een persoonlijke financiële planner. Hij zet alle financiële aspecten op een rijtje terwijl hij rekening houdt met uw persoonlijke vermogen, uw gewenste pensioenleeftijd, uw bijeengespaarde kapitaal en de projecten die u na uw pensioen voor ogen hebt. Aan de hand van simulatietools zal de persoonlijke financiële planner berekenen hoeveel u nog moet sparen om dezelfde levensstandaard aan te houden. Klassieke tussenpersonen zijn banken en verzekeraars die u bijstaan met financieel advies.
Wanneer u aan pensioenplanning wil beginnen, moet u zich toch enkele vragen stellen: hoeveel zal uw wettelijk pensioen bedragen, hoeveel inkomen per maand zal u nodig hebben na uw pensioen, hoeveel kapitaal heeft u al bijeengespaard en hoeveel zal u maandelijks moeten sparen om het vooropgestelde bedrag te bereiken? De algemene regel is dat het budget van een gezin ongeveer 80 procent van het huidige netto-maandinkomen bedraagt. Sommige kosten vallen immers weg zoals het woon-werkverkeer en de uitgaven voor de kinderen. In plaats daarvan komen natuurlijk andere uitgaven zoals reizen, medische kosten enzovoort.
Vroeg begonnen...
Wanneer begint u eigenlijk het best aan pensioenplanning? Eigenlijk kunt u niet vroeg genoeg beginnen. Hoe eerder u aan pensioenplanning doet, hoe meer u wint. Volgens de consumentenorganisatie Test-Aankoop loont het de moeite om vanaf 35 jaar in een pensioenspaarfonds te beleggen. U krijgt immers extra rendement dankzij het belastingvoordeel bovenop het loutere beleggingsrendement. Test-Aankoop raadt voor deze leeftijdsgroep een fonds met een dynamische beleggingsstrategie aan. Wie tussen 45 en 50 jaar is, kan het best beleggen in zowel een pensioenspaarfonds als in een gewone levensverzekering. Tussen 50 en 60 jaar is het ideaal om in een pensioenspaarverzekering en een gewone levensverzekering te beleggen. Vanaf 50 jaar nadert u immers het ogenblik waarop u het bijeengespaarde kapitaal wil gebruiken.
De leeftijdsgrens voor pensioensparen is 64 jaar. Wie dus pas op 55-jarige leeftijd een rekening voor pensioensparen opent, moet er rekening mee houden dat het theoretisch kapitaal automatisch belastbaar wordt tien jaar nadat de rekening werd geopend. Als het dus mogelijk is, begint u best met pensioensparen vóór uw 55ste verjaardag. Als u pas na uw 55ste begint te sparen, worden alle stortingen tot het einde belast.
Kloof dichten
Wie een inkomen wil dat vergelijkbaar is met dat van de actieve loopbaan, zal daar dus zelf voor moeten zorgen. In een collectief georganiseerd systeem, zoals de eerste en tweede pensioenpijler, is het onmogelijk om het volledige laatst verdiende loon te verwerven. Het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen mogen samen immers niet hoger liggen dan 80 procent van de laatste brutobezoldiging. Voor sommigen biedt de derde pijler soelaas, namelijk aanvullende individuele spaarinspanningen, zoals pensioenspaarverzekeringen en pensioenspaarfondsen, waarvoor de spaarder zichzelf inschrijft. Zijn de eerste drie pijlers niet voldoende om dezelfde levenswijze te handhaven, dan is er ook nog de vierde pijler. Het gaat om beleggingen, die geen fiscaal voordeel hebben, maar wel in staat zijn het gat tussen het pensioen en het laatst verdiende loon volledig te dichten. Soms spreekt men ook van de vijfde pijler, namelijk het afbetalen van het woonkrediet. Een eigen huis bezitten is immers ook een vorm van sparen.
© Tijd.be