Stap 1 : Kijk na wanneer je pensioengerechtigd bent
Voor mannen ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar. Voor vrouwen is dat, tot 1 januari 2009, 64 jaar. Na die datum wordt ook voor hen de pensioenleeftijd opgetrokken tot 65. Voor vrouwelijke ambtenaren is dat nu al het geval. Sommige beroepscategorieën kunnen vroeger met pensioen vanaf 55 of 60 jaar, zoals mijnwerkers, personeel van de burgerluchtvaart, zeevaarders, militairen en magistraten. Ook door andere werknemers kan een vervroegd pensioen aangevraagd worden, vanaf de leeftijd van 60 jaar. Voorwaarde hiervoor is dat de loopbaan minstens 35 jaar lang was en de aanvrager elk van die jaren ten minste eenderde van een voltijdse betrekking had. Ook gelijkgestelde jaren, zoals bv. ziekte of werkloosheid, tellen mee in die 35 jaar.
Stap 2 : Kijk na voor welk pensioenstelsel je in aanmerking
Het Belgisch pensioenstelsel omvat drie pijlers. De eerste pijler is die van de wettelijke pensioenen, die gefinancierd wordt door de verplichte pensioenbijdragen van personen die een beroepsactiviteit uitoefenen. Zowel de actieve werkbevolking als de werkloze en zieke heeft recht op dit wettelijk pensioen. De tweede pijler wordt gefinancierd door de aanvullende pensioenen, ook gekend als de ‘groepsverzekering’. Deze wordt via de werkgevers aangelegd: ondernemingen of hele bedrijfsectoren kennen hun werknemers een aanvullend pensioen toe. Tot slot is er de derde pijler, die gefinancierd wordt door de vrijwillige pensioenverzekeringen die personen individueel afsluiten bij een bank- of verzekeringsinstelling. Daarnaast bestaan er drie grote pensioenstelsels: afhankelijk van de beroepsactiviteit wordt het pensioen berekend volgens het stelsel van de werknemers, zelfstandigen of ambtenaren. Personen met een gemengde beroepsloopbaan hebben recht op een pensioen samengesteld uit twee of drie stelsels. De berekening van je pensioen is afhankelijk van het pensioenstelsel waaronder je valt en van de aard van het pensioen: het rustpensioen (na het beëindigen van de loopbaan) of het overlevingspensioen (op basis van de loopbaan van een overleden huwelijkspartner). In principe is een overlevingspensioen gelijk aan ongeveer 80% van het rustpensioen (aan gezinsbedrag in de privé-sector). Bij de ambtenaren mag een overlevingspensioen nooit meer bedragen dan 50% van de maximumwedde van de laatste graad van de overledene. Je persoonlijke situatie zal dus bepalen of en wanneer je recht hebt op een overlevingspensioen of rustpensioen, volgens welk pensioenstelsel het pensioen berekend wordt en of je, naast het wettelijke pensioen, recht hebt op een uitkering via een aanvullend pensioen of een vrijwillige pensioenverzekering.
Stap 3 : Kijk na of je je pensioen moet aanvragen
Een rustpensioen wordt in principe automatisch toegekend: het recht op een rustpensioen wordt onderzocht zogauw iemand de pensioenleeftijd bereikt. Ook wie een uitkering ontvangt, krijgt automatisch het rustpensioen van werknemer toegekend, zodra de wettelijke pensioenleeftijd is bereikt. Let wel: wie voor of na de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat, of wie in het buitenland woont, moet wél een aanvraag indienen. Ook weduwen waarvan de echtgenoot op het ogenblik van overlijden nog actief was, moeten een overlevingspensioen aanvragen. Werknemers en zelfstandigen of hun weduwen kunnen hun aanvraag indienen bij het gemeentebestuur van hun woonplaats, de centrale dienst van de Rijksdienst voor Pensioenen (of een gewestelijk kantoor) of het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Ambtenaren of hun weduwen richten zich tot hun administratie. Je kan ten vroegste één jaar voor de gekozen ingangsdatum van het pensioen je aanvraag indienen.
Stap 4: Kijk na welke kortingen je kan krijgen
Senioren hebben recht op tal van kortingen. Sommige kortingen krijg je omdat je gepensioneerd bent (ongeacht je leeftijd); andere kortingen omdat je een bepaalde leeftijd bereikt hebt (ongeacht je wel of niet op pensioen bent). Openbaar vervoer Senioren genieten van een voorkeurtarief op de trein. Reizigers kunnen vanaf hun 65 jaar een seniorenbiljet kopen. Daarmee reizen ze voor 4 euro heen en terug in tweede klasse naar een bestemming van hun keuze. Met een Omnipas 65+ rijden 65-plussers gratis met bussen en trams van De Lijn in Vlaanderen, de TEC in Wallonië en de MIVB in Brussel. Je hoeft die niet aan te vragen, hij wordt automatisch thuisgestuurd wanneer je die leeftijd bereikt hebt. Socio-culturele activiteiten 55-plussers krijgen interessante kortingen met de Plus-3-pas. Die geeft recht op prijsverminderingen voor de toegang tot bijvoorbeeld musea, bioscoopzalen, theater en opera in Vlaanderen en Brussel. Je kan hem gratis aanvragen bij het Seniorencentrum Brussel (tel. 02/210 04 60) of in je gemeentehuis. Dat doe je sinds september 2006 eenvoudig op vertoon van je identiteitskaart. Telefoon Telecommunicatieoperatoren (Belgacom, Telenet, Proximus, Base en Mobistar) zijn verplicht een sociaal tarief te hanteren voor senioren. Je kan echter slechts voor één operator en één aansluiting tegelijk van dit voordeeltarief genieten. Je kan dus niet bij de ene operator voor je vaste lijn en bij een andere voor je mobiele telefoonabonnement een sociaal tarief aanvragen. Om te kunnen genieten van het sociaal tarief moet men 65 jaar of ouder zijn en niet samenwonen met personen die jonger zijn dan 60 jaar. De inkomsten van de betrokken persoon mogen niet hoger liggen dan 13.512,18 euro, verhoogd met 2501,47 euro per samenwonende. Het sociaal tarief voorziet een korting van minstens 50% op de installatiekosten van een telefoonlijn of op de activeringskosten, een korting van 8,40 euro op het maandabonnement evenals een korting van 6,20 euro op de gesprekskosten, per periode van twee maanden. Het bedrag wordt afgetrokken van de reële gesprekskosten per periode die gefactureerd worden.
Stap 5: Kijk na van welke rechten je nog kan genieten
Voor sommige ouderen kan het pensioen niet vroeg genoeg komen. Anderen nemen met spijt afscheid van het beroepsleven en de collega’s. Om die overgang niet te bruusk te laten verlopen, blijven sommige gepensioneerden graag nog wat meedraaien in het professionele leven, zij het op een lager ritme. In principe kan je als gepensioneerde een beroepsactiviteit uitoefenen, als loontrekkende of zelfstandige, zonder je recht op pensioen te verliezen. Daarvoor moeten twee voorwaarden vervuld zijn: je moet de beroepsactiviteit vooraf melden aan de instelling die je pensioen uitbetaalt, en de beroepsinkomsten moeten onder een bepaalde grens blijven. Als beide voorwaarden niet vervuld zijn, kan je pensioen geschorst worden. Vanaf 1.01.2006 geldt geen aangifteplicht meer voor gepensioneerde werknemers of ambtenaren die de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben. De grens waaronder je inkomsten moeten blijven, is afhankelijk van de functie in je beroepsactiviteit, je leeftijd, de aard van het pensioen en je gezinslast. Bijvoorbeeld: je bent jonger dan 65 jaar, zonder kind ten laste, en geniet van een rustpensioen. Daarnaast oefen je nog een beroepsactiviteit uit als loontrekkende. Het bruto beroepsinkomen dat je daarvoor krijgt, mag in 2007 op jaarbasis niet hoger liggen dan 7.421,57 euro. Ben je ouder dan 65 jaar, dan ligt de grens op 17.149,20 euro. Ga je 15% boven deze grens, dan wordt je pensioen volledig geschorst. Als je beroepsinkomsten het vastgestelde plafond met minder dan 15% overschrijden, dan wordt je pensioen verminderd met een percentage dat gelijk is aan het percentage van de overschrijding. Een uitzondering hierop vormen artistieke en wetenschappelijke activiteiten. Net als beroepsactiviteiten moeten deze aangegeven worden. Maar de inkomsten die je hier uithaalt, hebben geen gevolgen voor je pensioen.