De door de regering geplande KB-wijziging van de pensioenen, waarbij iedereen die ouder is dan 65 jaar onbeperkt mag bijverdienen na een loopbaan van 42 jaar, lokt wrevel uit bij nogal wat zelfstandige beroepen. Voor artsen is dit een onmogelijke vereiste. De Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) stelt de bevoegde ministers, Alexander De Croo en Sabine Laruelle, twee concrete oplossingen voor.
De wijziging van het KB over de pensioenen die nu op de regeringstafel ligt, is niet alleen discriminerend naar artsen toe, het staat haaks op het huidige politieke beleid om de beroepsbevolking langer aan het werk te houden. Artsen die na hun 65ste blijven werken, kunnen de vergrijzingsgolf mee helpen opvangen en een eventueel (huis)artsentekort compenseren.
Voor de artsengroep stelt de BVAS concreet twee oplossingen voor. Ofwel wordt er rekening gehouden met de jaren waarin de artsen onder het sociaal sui generis statuut vallen van arts-in-opleiding. Dat kan eenvoudig door de toevoeging van het artikel 107, par. 2 B van het KB van 22 december 1967 over het pensioen van de zelfstandigen. Ofwel wordt er rekening gehouden met de “afgekochte” opleidingsjaren en tellen die mee als effectieve jaren loopbaan.
Vervolg