In ons land zorgen de sociale bijdragen van de werkenden voor wie op pensioen is, of voor wie jong is: studerend, thuiswerker, werkzoekend, invalide, ziek,... Men voorspelt dat er, in verhouding tot het aantal werkenden, meer inactieven zullen bijkomen door de vergrijzing. In 2010 waren er 140 inactieven voor 100 werkenden. In 2030 zou de verhouding 144/100 worden of +3,5 procent.
De kosten van de sociale zekerheid zouden met 12,9 miljard stijgen in 2030 (Studiecommissie voor de vergrijzing, cijfers van juni 2011). Per jaar zou er dus 650 miljoen bijkomend moeten gevonden worden. Dat is een peulenschil in vergelijking met de besparingen van Di Rupo, ten gevolge van de redding door de overheden van meerdere banken, de steunmaatregelen aan het bedrijfsleven (bijdrageverlaging, notionele intrestaftrek...), en de nettowinsten van de beursgenoteerde Belgische bedrijven.
Maar goed, in 2030 moeten we die 12,9 miljard vinden. Omdat de economie (BNP) groeit, toch over een langere periode, groeit ook de totale welvaart. Wat vandaag een flink bedrag betekent, is binnen 18 jaar klein bier. Maar de huidige keuze is dus: lagere pensioenen tenzij men langer werkt (verlies van gelijkgestelde periodes, enz.).
Het alternatief
Het pensioenspook, EPO, te koop voor 18,50 EUR(excl verzendingskosten) . Met je lerarenkaart ontvang je exclusief 5% korting.