Vlaams-joodse oorlogskinderen komen nauwelijks in aanmerking voor financiële en medische bijstand. Amper 3van de 14 aanvragen voor een oorlogspensioen werden goedgekeurd, tegenover 47 op 65 in Wallonië.
En wat dat betreft, lijken Vlaams-joodse oorlogskinderen ongelijk te worden behandeld tegenover slachtoffers uit het Franstalig landsgedeelte. Dat concludeert Joods Actueel deze maand na een parlementaire vraag van Zoë Genot. De Ecolo-politica vroeg minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) naar het aantal behandelde dossiers van joodse oorlogskinderen. Aan Vlaamse kant werd er afgelopen jaar in 14dossiers een beslissing genomen. Amper drie daarvan werden goedgekeurd. Franstalig België keurde er 47 goed op 65 aanvragen.
In ieder geval heeft een Franstalig joods oorlogskind vandaag veel meer kans op een aanvullend oorlogspensioen. Om hoeveel geld het gaat, hangt af van de graad van invaliditeit. Voor oorlogskinderen wordt die meestal bepaald tussen de 20 en 40 procent. 'Wat neerkomt op een aanvulling van minstens 1.000 euro per maand', aldus Renkens. Bovendien worden bijna alle medische kosten gedekt.
Vervolg