Het succesverhaal van het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) dat in 2004 begon met de wet op de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen (WAPZ) zet zich door in 2010.
De WAPZ heeft op grondige wijze het aanvullende pensioenstelsel voor zelfstandigen gemoderniseerd:
* een zelfstandige kan een aanvullend pensioen opbouwen bij een pensioeninstelling naar keuze. Vóór de invoering van de WAPZ was dit enkel mogelijk bij een sociaal verzekeringsfonds;
* een zelfstandige kan kiezen tussen een gewone pensioenovereenkomst en een sociale pensioenovereenkomst. Deze laatste biedt naast de pensioenprestaties ook bepaalde “solidariteitsprestaties” aan zoals bijvoorbeeld de financiering van het pensioen in geval van arbeidsongeschiktheid;
* de bijdragen die de zelfstandige stort voor de opbouw van het aanvullend pensioen zijn – binnen bepaalde grenzen – fiscaal aftrekbaar.
Uit de jaarlijkse statistieken die Assuralia sinds de invoering van de WAPZ opstelt, blijkt dat er vorig jaar bijna 32.000 nieuwe VAPZ-polissen zijn onderschreven, goed voor een incasso van 37 miljoen euro.
Het overgrote deel (94 %) van de nieuwe productie is afkomstig van contracten die rechtstreeks door de pensioeninstelling afgesloten zijn (zonder tussenkomst van een sociaal verzekeringsfonds).
De gemiddelde premie schommelt sinds de invoering van de WAPZ rond de 1.100 euro.
Hoewel het aandeel van sociale pensioenovereenkomsten in de nieuwe productie over de jaren heen redelijk beperkt bleef, merken we toch een licht stijgende trend op van het aantal sociale pensioenovereenkomsten. In 2004 waren slechts 7 % van de pensioenovereenkomst sociaal van aard, zes jaar later is dat er één op vijf.
De cijfers over de pensioeninstellingen voor vrije beroepen (de vroegere pensioenkassen) zijn niet opgenomen in de Assuralia-enquête terwijl deze zelfstandigen gemiddeld gezien meer sociale pensioenovereenkomsten afsluiten en een hogere gemiddelde VAPZ-bijdrage storten.
Eind 2010 hadden de verzekeraars een kleine 350.000 VAPZ-polissen in portefeuille, hetgeen betekent dat 37 % van de 935.000 actieve zelfstandigen (in hoofd- en bijberoep) een VAPZ-verzekeringsovereenkomst heeft. Indien we uitsluitend de zelfstandigen in hoofdberoep in beschouwing nemen (662.000), dan kunnen we besluiten dat iets meer dan de helft van de zelfstandigen in hoofdberoep vandaag via het VAPZ aan aanvullende pensioenopbouw doen.
Dit bevestigt dat het VAPZ een efficiënt en eenvoudig middel is voor zelfstandigen om aan de noodzakelijke aanvullende pensioenopbouw te doen. Assuralia pleit er dan ook voor om een analoog systeem voor werknemers mogelijk te maken. Zo zouden werkgevers een eenvoudige structuur kunnen opzetten om werknemers die dit wensen de mogelijkheid te geven om bijkomende vrijwillige stortingen – door de werkgever ingehouden op hun loon – in de tweede pensioenpijler te doen. Op die manier krijgt elke werknemer, net als zelfstandigen, de mogelijkheid via de tweede pensioenpijler een toereikend pensioen op te bouwen.
Daarnaast pleit Assuralia er voor om de maximumbijdragevoet voor het VAPZ aan te passen en een VAPZ-bijdrage toe te laten in functie van het loon waarop sociale bijdragen worden geheven in plaats van volgens een forfaitair geplafonneerd jaarloon. Op die manier worden de regels voor de wettelijke en aanvullende pensioenopbouw voor zelfstandigen op elkaar afgestemd.