maandag 22 november 2010

Kaderleden trekken vier jaarlonen bij pensioen, arbeiders één jaarsalaris

Een kaderlid dat met pensioen gaat, ontvangt gemiddeld vier jaarlonen bruto uit zijn groepsverzekering als hij met pensioen gaat. Bij een bediende is dat drie jaarlonen. En bij een arbeider één jaarsalaris. Dat blijkt uit de pensioenplannen van de bedrijven die het adviesbureau voor personeelsdiensten Aon Hewitt heeft doorgelicht.


Aon onderzocht daartoe 378 pensioenplannen bij 216 bedrijven. Ze slaan op meer dan 250.000 werknemers uit meer dan 14 sectoren.

Eerste constatatie: zes op de tien werknemers in de privésector genieten van een groepsverzekering. Vier op de tien, of ruim één miljoen werknemers, dus nog niet. Vooral arbeiders zitten in deze laatste categorie.

Tweede vaststelling. De pensioenplannen kunnen het verschil tussen het laatste loon en het pensioen gedeeltelijk dichtfietsen. Als het kapitaal zou worden omgezet in een maandbedrag zou het pensioen van kaderleden worden opgetrokken van 40% naar 81% van zijn laatste loon. Bij een beidende wordt dat van 62% naar 86% en bij een arbeider van 74% naar 83%. Althans indien men met 65 op pensioen gaat.

Kaderleden die al met zestig met pensioen gaan, zien hun inkomen stijgen van 38% naar 63% van het laatst verdiende loon, bedienden van 61% naar 76% en arbeiders van 70% naar 76%.

Meer
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :