Als je later wil genieten van een zorgeloze oude dag, dan begin je best op tijd met pensioensparen. Bij de meeste mensen ligt het wettelijk pensioen een flink pak lager dan het loon dat ze op het einde van hun carrière gewoon zijn. Een eigen pensioenspaarpotje is dus geen overbodige luxe. Bovendien haal je nú al belastingsvoordeel uit pensioensparen.
In België is het wettelijk pensioenstelsel een repartitiestelsel. Dat betekent dat de werkende generatie door sociale bijdragen het pensioen van de niet-actieve, oudere bevolking betaalt. Een solidair en sluitend systeem, tenminste als de balans tussen actieve, en niet-actieve personen gelijk blijft. En daar wringt het schoentje momenteel. Er zijn in verhouding steeds meer gepensioneerden en het ziet er niet naar uit dat er gauw een verandering komt in die situatie. Vanaf 2030 zou minder dan één op de twee actief zijn op de arbeidsmarkt.
Als je daarenboven weet dat veel Belgen te vroeg op pensioen gaan – gemiddeld op 57 jaar in plaats van op 65 jaar, de huidige officiële pensioenleeftijd – en dat we steeds langer leven, dan wordt het plaatje duidelijk. Je kan best naast het wettelijk pensioen voldoende eigen middelen voorzien om te genieten van je oude dag. Zo kan je de levenstandaard behouden die je gewoon was tijdens je carrière. Het zou jammer zijn als geldzorgen een domper zetten op die nieuwe vrije tijd en die lang gekoesterde dromen, zoals een verre reis of een nieuwe hobby.
Het Belgische pensioensysteem bestaat uit vier pijlers. Het wettelijk pensioen dat de overheid voorziet, is daar maar één van. De andere zijn: een aanvullend pensioen via je beroepsactiviteit, een individueel aanvullend pensioen met onmiddellijk fiscale voordelen en een extra pensioen zonder fiscale gunstmaatregelen. Wie de vier pijlers benut, voelt zich gerust voor later. Hoe vroeger je begint, hoe beter: zo bouw je een mooie reserve op én je geniet vandaag al van het belastingsvoordeel.