Afgelopen donderdag in de Senaat, tot nader order een eerbiedwaardige federale instelling. Na een vraag van Geert Lambert, intussen parlementslid van Groen!, over de soliditeit van onze pensioenen bestijgt de bevoegde minister het spreekgestoelte. In zijn handen een in het Nederlands gestelde tekst die hij kennelijk voor het eerst ziet, want het duurt secondenlang voor hij zijn interventie begint.
Al snel blijkt dat de minister, de beruchte Michel Daerden (PS), alweer in een opperbeste bui verkeert. De gortdroge tekst die zijn medewerkers voor hem hebben uitgeschreven, inspireert hem tot een vrolijkheid die weinig verband houdt met de ernst van het onderwerp. Hij proeft de woorden van zijn tussenkomst als waren het bellen goedbewaarde vintage cognac en zijn stemming wordt met de minuut beter, in tegenstelling overigens tot zijn verstaanbaarheid.
Het meest onthutsende voor wie naar het intussen op het internet circulerende filmpje kijkt, is dat niemand in de Hoge Vergadering met deze schertsvertoning een probleem schijnt te hebben. De boven de minister uittronende voorzitter, Armand De Decker (MR), blijkt het zelfs hoogst vermakelijk te vinden en kijkt besmuikt naar zijn medewerkers. Zo wordt een vervelende bijeenkomst opgevrolijkt door een sympathieke hansworst. De boog kan niet altijd gespannen staan, zie je hem denken.
Zo ook de schaarse aanwezige senatoren. Die voelen wel dat er iets niet in de haak is, maar meer dan een zoemend gemonkel lokt dat niet uit. Zelfs de vragensteller, Geert Lambert, gaat in zijn repliek van de illusie uit dat er zonet iets verstandigs op zijn vraag is geantwoord. Zelfs hij komt niet op het idee te protesteren tegen de lichtzinnigheid waarmee in dit parlement belangrijke beleidskwesties worden behandeld.
De vraag of de joligheid van de minister was ingegeven door alcoholdampen, is nauwelijks nog relevant. Want als dat niet het geval is, dan zijn onze pensioenen de speelbal van een man die in een permanente staat van beneveling verkeert, wat daar ook de oorzaak van moge zijn. Geen van beide hypothesen is bemoedigend. En allebei zijn ze onaanvaardbaar. Wanneer worden aan deze vaststelling eindelijk eens conclusies verbonden? Weg die man. Dat zijn stijl door velen in zijn kiesgebied voor volksheid en jovialiteit wordt gehouden, kan niet eeuwig een argument blijven om hem op verantwoordelijke posities te dulden. Als zijn partij ernstig wil blijven worden genomen, moet ze aan die toestand een einde stellen.
Conclusies dringen zich ook op over de Senaat. Niet voor het eerst worden vragen gesteld over het nut ervan. De manier waarop deze minister daar optreedt, beschadigt hem. Maar de schaapachtigheid waarmee de voorzitter en de leden ervan met zich laten sollen, slaat alles. Er is geen remediëren aan: sluiten die tent. En de besparing kan meteen in het Zilverfonds worden gestort. Dat is nuttiger.