De Vlaamse gemeenten beginnen met de opbouw van een aanvullend pensioen voor niet-vastbenoemde personeelsleden. DeVlaamse overheid is daar nog niet aan toe.
De meeste Vlaamse gemeenten, OCMW's en provincies beginnen in 2010 met de opbouw van een aanvullend pensioen voor hun 80.000 niet-vastbenoemde personeelsleden. De werkgeversorganisaties VVSG en VVP en de drie vakbonden van het personeel officialiseerden vorige week het akkoord dat ze daarover hadden bereikt (DS 13 oktober); ze deden dat in aanwezigheid van de minister van Binnenlands Bestuur, Geert Bourgeois (N-VA), de minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), en de Vlaamse minister-president, Kris Peeters (CD&V). Die drie zeiden eensgezind dat de beslissing dringend en rechtvaardig was. Het aanvullend pensioen moet de grote kloof dichten met het veel hogere ambtenarenpensioen dat de vastbenoemden krijgen.
De afspraak is dat de gemeenten 1procent van de lonen storten in het pensioenfonds; dan duurt het nog jaren eer zo een deftig bedrag bijeengekapitaliseerd is.
De niet-vastbenoemden vormen intussen de meerderheid van de 150.000 mensen die de lokale besturen in dienst hebben. Verwacht wordt dat een beperkt aantal besturen geldtekort zal inroepen om nog niet te starten. De vakbonden zijn van plan hen onder druk te zetten.
Vlaamse ambtenaren
Hoezeer de drie Vlaamse ministers ook beklemtoonden dat het goed is dat de gemeenten dit initiatief nemen, zelf zijn ze er nog niet aan toe. Minister Geert Bourgeois erkende dat de Vlaamse regering aan haar eigen niet-vastbenoemden nog niet toekent wat hun de collega's van de lokale besturen nu wel zullen krijgen. 'Dat is voor hen nog niet overeengekomen in de onderhandelingen met de vakbonden, en het zal zeer moeilijk zijn om er de eerste jaren aan te beginnen.' Hij zei ook dat er geen geld voor is ingeschreven in de meerjarenbegroting voor de hele regeerperiode.
Minister Bourgeois kaartte wel een ander probleem aan. Onder de Vlaamse vastbenoemde ambtenaren zijn er almaar meer die niet meer op 65 maar op 60 jaar met pensioen gaan, terwijl precies de tegenovergestelde beweging zich zou moeten aftekenen. Hij betreurt dat de pensioenwetgeving nog steeds helemaal federaal is en dat hij zelf geen instrumenten heeft om het langer werken aan te moedigen.
Hij betreurt ook dat de federale minister van Pensioenen, Michel Daerden (PS), nog geen wettelijk kader klaar heeft voor de aanvullende pensioenen voor lokale ambtenaren.
'De Vlaamse gemeenten storen zich daar niet meer aan. Maar het ontbreken van dat kader houdt problemen onopgelost, zoals: wat gebeurt er als een niet-vastbenoemde op het eind van zijn loopbaan toch vast benoemd wordt?'