Pensioen is voor talloze Nederlanders hun grootste financiële bezit. De koersval door de bankencrisis kost de pensioenbeleggers kapitalen. Prijskaartje: wellicht 5 miljard euro.
Nog drie werkdagen te gaan en een rampkwartaal voor de beleggers van de Nederlandse pensioenfondsen is voorbij. Maar voor werknemers, werkgevers en gepensioneerden gaat het dan pas echt beginnen: de komende maanden beslissen de besturen van bijna 800 pensioenfondsen over de hoogte van de prijscompensatie op de toegezegde pensioenen (indexatie) en over de premies in 2009.
Volledige indexatie is van cruciaal financieel belang voor werknemers en gepensioneerden: het bepaalt de koopkracht van (toekomstige) pensioenen. Voor talloze Nederlanders is pensioen hun grootste financiële bezit. Indexatie is geen recht, maar afhankelijk van de financiële positie van het fonds.
De premies zijn nu ruim 24 miljard euro. Werkgevers betalen tweederde, zo is de vuistregel, werknemers eenderde.
Waar de beleggers van het 700 miljard euro pensioengeld ook kijken, bijna overal lichten de laatste weken koersverliezen op. Aandelen kelderen, vastgoedbeleggingsfondsen gaan omlaag, grondstoffen zoals olie zijn scherp lager en ook allerlei effecten met een vaste rente zijn in waarde gedaald.
„Twee van de vijf pensioenfondsen hebben minder buffers dan verplicht is”, zegt Dennis van Ek, partner bij adviesbureau Mercer, die de financiële positie van tientallen fondsen van dag tot dag volgt. Drie van de vijf fondsen hebben wel adequate reserves, maar zullen niet de volledige indexatie betalen, verwacht Van Ek. Hij rekent bij deze fondsen op een halve prijscompensatie.
„Geen nieuws”, reageerde minister-president Jan Peter Balkenende (CDA) toen VVD-leider Mark Rutte hem vorige week bij de algemene politieke beschouwingen sombere verwachtingen voorhield van de vereniging van de grootste pensioenfondsen, de VB. Balkenende koos in de Tweede Kamer voor positief nieuws. Met beperkte indexatie had het kabinet al rekening gehouden. Daarom waren koopkrachtmaatregelen genomen om ouderen te helpen.
Het Centraal Planbureau, dat het kabinet adviseert, rekent in zijn koopkrachtcijfers met een prijscompensatie op pensioenen die voor tweederde wordt uitgekeerd. Vervolgens klonken de eerste waarschuwingen. „Een aantal pensioenfondsen komt weer wat in problemen”, zei president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank in actualiteitenrubriek Nova. Hij wilde niet zeggen wie dat zijn.
„Je ziet de financiële positie van de pensioenfondsen wegsmelten als sneeuw voor de zon”, zegt Peter Broekhuijsen, bestuurslid van gepensioneerdenorganisatie NVOG en ouderenclub CSO. „Als je de Miljoenennota leest, is er zicht op enkele procenten indexatie, maar dat lijkt me uiterst optimistisch. Daar blijft niet veel van over.”
De ouderenorganisaties zijn extra ontstemd omdat het kabinet ook kosten verhogende maatregelen in de gezondheidszorg neemt.
De uitkeringen aan gepensioneerden van pensioenfondsen met tekortschietende buffers zijn zeker niet in gevaar, zegt Van Ek.
Maar die fondsen zullen de pensioenuitkeringen (ouderen) en de pensioentoezeggingen (werknemers) niet verhogen met de inflatie. De inflatie ligt nu boven de 3 procent, de verwachting voor 2009 is hoger en dat maakt de situatie aanzienlijk vervelender voor werknemers en gepensioneerden dan in de vorige pensioencrisis van 2001-2003. Toen kelderden de beurskoersen tijdens het leeglopen van de internetzeepbel, maar de inflatie was historisch laag.
Op het dieptepunt in dat tijdvak kampten 200 pensioenfondsen met te weinig reserves. Per eind juni lag het aantal fondsen met een reservetekort op 46, zei De Nederlandsche Bank vorige week in haar kwartaalbericht.
Broekhuijsen: „In 2002 werd ons voorgehouden dat de pensioenwereld buffers moest opbouwen voor klappen die eens in de veertig jaar zouden vallen. En hier staan we weer, zes jaar nadien, maar nu lijkt het nog veel erger te kunnen worden dan in 2001.”
De gevolgen van de schattingen van Van Ek lopen in de miljarden. De pensioentoezeggingen aan werkenden en gepensioneerden komen op 480 miljard euro. Van Ek becijfert de gevolgen van de onvolledige indexatie op 5 miljard euro. De gemiste koopkracht van gepensioneerden schat hij op 250 miljoen euro.
Broekhuijsen van de ouderenorganisaties is bang dat dit nog maar het begin is. Pensioenfondsen zullen hun reserves moeten aanvullen. Daarvoor moeten zij een zogeheten herstelplan bij De Nederlandsche Bank indienen met maatregelen die soms jaren van kracht zijn. Afgaand op de vorige pensioencrisis is beperking van de indexatie, of helemaal geen indexatie, het meest probate middel om de financiële positie te herstellen.
Is er nog hoop? Op wat langere termijn werken twee trends in het voordeel van de pensioenwereld. De eerste is dat de pensioenpremies in tegenstelling tot de vorige crisis hoog zijn. Dat zorgt automatisch voor herstel van reserves. Een klein aantal pensioenfondsen zal niettemin de premies moeten verhogen, verwacht Van Ek.
De tweede gunstige trend is de rente, die wat oploopt. Hoe hoger de rente, hoe lager de pensioenverplichtingen uitvallen, des te beter ziet de financiële positie van de pensioenfondsen eruit. „Het is wat wrang”, zegt van Ek. „De oplopende rente is een afspiegeling van het sentiment onder beleggers dat de risico’s in de economie groeien, zie de Amerikaanse bankencrisis. Maar op de pensioenverplichtingen heeft het een positief effect.”