Doorgaan naar hoofdcontent

Vastgoed populairste belegging bij grote pensioenfondsen

'Gewijzigde noden van pensioenfondsen en de globalisatie verplichten vermogensbeheerders om te innoveren', stelt het hoofd van Investment Consulting bij Watson Wyatt, Roger Urwin. 'De verschuiving naar alternatieve activaklassen zet onverminderd door.' Vooral de grotere vermogensbeheerders profiteren van de interesse van pensioenfondsen in 'alternatieve' fondsen.

Voor 2007 komt vastgoed als grote winnaar uit de bus. Eind 2007 hadden de grootste 50 vermogensbeheerders 512 miljard dollar in hun vastgoedportefeuilles, tegenover 387 miljard in 2006. De ondervraagde managers beheerden 146 miljard dollar in fondsen met verschillende hefboomfondsen erin, en 139 miljard in fondsen met private equity. Private equity groeide met 65 procent het snelst van alle activaklassen. De toeloop van pensioenfondsen naar infrastructuurfondsen en grondstoffen blijft beperkt tot respectievelijk 43 miljard en 16 miljard dollar, al groeit de interesse gestaag.

De enquête van Watson Wyatt sluit directe investeringen van pensioenfondsen in private equity en hefboomfondsen uit. 'Het is opmerkelijk dat zoveel pensioenfondsen een beroep doen op zakenbanken om die alternatieve beleggingen uit te zoeken. De premies en kosten lopen immers hoog op en de fondsmanagers staan niet altijd garant voor mooie rendementen.'

Waarom oefenen alternatieve beleggingsfondsen dan zoveel aantrek uit op de pensioenfondsen? 'De belangrijkste reden is dat pensioenfondsen steeds op zoek zijn naar absoluut rendement en meer diversificatie in hun portefeuilles. Maar ook de appetijt voor directe investeringen in private equity en hefboomfondsen neemt toe.'

KLEIN België

Op Belgische pensioenfondsen maakt het rendement van de alternatieve activa minder indruk. 'In theorie bieden private equity, hefboomfondsen en vastgoed diversificatievoordelen voor pensioenfondsen', verklaart Jo Steenhout van KBC Asset Management. 'Maar om rechtstreeks in private equity te investeren, zijn de Belgische spelers te klein. Slechts een handvol Europese fondsen is daartoe in staat. Over hefboomfondsen wordt veel gesproken, maar weinig in geïnvesteerd. De returns van hefboomfondsen lopen enorm uiteen. Een fonds dat belegt in verschillende hefboomfondsen biedt een oplossing. Daar is wel wat interesse voor. Maar ook dat blijft binnen de perken. Hefboomfondsen hebben niet altijd de beste reputatie. Tijdens de kredietcrisis bleek trouwens dat hun prestaties vaak wel gecorreleerd waren met aandelen en obligaties.'

'Een andere hype zijn grondstoffen. Iedereen wil zijn wagonnetje haken aan de hausse. Maar op lange termijn bieden grondstoffen historisch lage returns met grote tussentijdse schommelingen. Pensioenfondsen zoeken precies het tegenovergestelde.'

'De opkomende infrastructuurfondsen bieden daarentegen wel een vaste opbrengst mét inflatiebescherming. Denk maar aan de financiering van een nieuwe brug, waarvan de interesten met de tol worden betaald. Belgisch vastgoedcertificaten zijn een andere klassieker voor pensioenfondsen. De opbrengsten stijgen immers elk jaar met de inflatie door de indexering van de huurprijzen. Maar typisch houden pensioenfondsen bij ons het aandeel van vastgoed stabiel op 5 procent.'

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...