Het exacte wetgevende kader moet nog uitgetekend worden, maar toch kunnen we al enkele contra’s meegeven voor wie een omgekeerd woonkrediet wil onderschrijven.
Eigenaars die hun woning verkopen in het kader van een omgekeerd woonkrediet, souperen op die manier een deel van hun latere erfenis op. De eventuele erfgenamen, die hadden gehoopt om het ouderlijke huis te erven, zien die droom alvast in rook opgaan.
Een omgekeerd woonkrediet is ook lang niet geschikt voor iedereen. Enkel voor welbepaalde klantenprofielen kan het een oplossing bieden.
De bank ziet de aankoop van de woning via een opeethypotheek uiteraard als een investering. Dat maakt dat de bank uiteraard zal proberen om niet de maximale verkoopprijs te betalen. De kans dat de eigenaar zijn hoogste vraagprijs ingevuld ziet, is dan ook erg klein. In Nederland bijvoorbeeld komt er steeds een expert ter plaatse om de waarde van de woning vast te stellen. Hij houdt daarbij rekening met de waarde bij gedwongen verkoop. En die ligt steevast een stuk lager dan de reële verkoopswaarde. Ook het woonrecht van de eigenaar wordt in de prijs verrekend.
Wie zijn woning verkoopt via een opeethypotheek, ziet bovendien eventuele waardestijgingen van zijn woning aan zijn neus voorbijgaan. Het is de bank die hiervan profiteert.
Voorts is de fiscaliteit nog onduidelijk. In Nederland levert de opeethypotheek alvast geen fiscale voordelen op. Eén van de andere vragen die nog beantwoord moet worden is of het woonrecht van de eigenaar kan vervallen. In Nederland is zoiets mogelijk, bijvoorbeeld als de eigenaar zijn huis moet verlaten om gezondheidsredenen. Een bijkomende vraag is dan of de eigenaar in zo’n geval kan rekenen op een vorm van schadevergoeding. In het Nederlandse model is het antwoord hierop doorgaans ‘neen’.