Een verkoop op lijfrente en een opeethypotheek hebben gelijkaardige trekken. Toch zijn er enkele wezenlijke verschillen tussen beide. We zetten een en ander op een rijtje.
Wanneer een eigenaar zijn woning verkoopt op lijfrentebasis, dan is dit definitief. De erfgenamen kunnen dan ook geen aanspraak meer maken op de woning. In het geval van een opeethypotheek behoudt de eigenaar een woonrecht als volwaardig eigenaar.
In het kader van een verkoop op lijfrente is het tijdstip van overlijden cruciaal. Als de eigenaar-bewoner snel overlijdt na de verkoop, dan draait de deal erg nadelig uit voor zijn erfgenamen.
Een opeethypotheek geeft de verkoper de keuze tussen een uitkering in kapitaal of in rente. Een verkoop op rente kan, zoals de naam het al zegt, alleen in de vorm van rente-uitkeringen, en dus niet in een eenmalig kapitaal.
Bij een opeethypotheek wordt een maandelijks bedrag uitgekeerd dat gebaseerd is op de volledige waarde van de woning. Bij een verkoop op lijfrente ligt de uitgekeerde rente lager als de eigenaar ook echt in het huis wil blijven wonen.
Als de lijfrente op twee personen gebaseerd is, dan kan de uitkering gehalveerd worden als één van beide overlijdt. Bij een opeethypotheek blijft dit bedrag normaliter gelijk.