
Slecht nieuws: paars liet de begroting 2007 in het rood eindigen. Een budgettair deficit veroorzaakt namelijk verregaande gevolgen voor de pensioenen.
Enerzijds kondigde premier Verhofstadt begin deze week aan dat de marge voor de ondersteuning van de koopkracht in 2008 zeer beperkt zal zijn.
Anderzijds brengt het tekort ook de verdere aanleg van financiële reserves voor de toekomstige pensioenen via het Zilverfonds in het gedrang.
Er bestaat voor OKRA, trefpunt 55+, geen twijfel over: de (interim-) regering zal in 2008 een strak begrotingsbeleid moeten voeren. Het durven vastleggen van duidelijke prioriteiten is hierbij onontbeerlijk. Deze prioriteiten moeten volgens OKRA in de eerste plaats sociale maatregelen zijn (geen fiscale), zodat de prangende inkomensproblemen van gewone mensen als gevolg van de stijgende levensduurte, een reële oplossing krijgen.
OKRA eist daarom alvast dat de (interim-)regering voor wat de pensioenen betreft, volgende prioriteiten vastlegt. Eén prioriteit moet liggen in het vrijwaren van de toekomstige betaalbaarheid van de pensioenen. De overheidsuitgaven voor de wettelijke pensioenen nemen immers geleidelijk aan toe. Door het toenemende aantal ouderen in de totale bevolking en door de verlenging van de pensioenduur. Een andere prioriteit moet erin bestaan de systematische verarming op latere leeftijd te stoppen. Want door een gebrekkige welvaartsaanpassing tijdens de voorbije jaren, hinkt het pensioenbedrag steeds meer achter op de welvaart.
Wil men deze doelstellingen realiseren, zijn twee beleidsmaatregelen noodzakelijk:
De verdere opbouw van de financiële pensioenreserves via het Zilverfonds
De pensioenen moeten écht welvaartsvast gemaakt worden:
- via een inhaaloperatie voor de oudste en laagste pensioenen
a. 1% voor de pensioenen ingegaan tussen 2002 en 2006
b. 2% voor de pensioenen ingegaan tussen 1997 en 2001
c. 3% voor de minima en de pensioenen ingegaan vóór 1997
- gecombineerd met de instelling van een jaarlijks automatisch, procentueel en structureel welvaartsmechanisme
- welvaartsaanpassingen mogen geen negatieve effecten ressorteren op andere tussenkomsten zoals o.a. de tegemoetkoming Hulp aan Bejaarden.