Ook in ons land is het dringend tijd om het pensioendebat ten gronde te voeren. Uit cijfers die de FOD Economie deze week publiceerde blijkt dat het aantal 100-jarigen sinds 1990 bijna verdrievoudigd is tot circa 1.400. Dat is slechts een fractie van onze totale bevolking, maar het is wel het bewijs bij uitstek dat onze bevolking aan het vergrijzen is.
Deze week botsten we in een studie van Aon Consulting op nog een ander ontluisterend cijfer: slechts één op de drie 55- tot 64-jarigen werkt in ons land. Terwijl de uitbetalingen voor de wettelijke pensioenen tegen 2050 liefst 15,5 procent zullen bedragen van ons bbp.
Het is in ieders belang dat het pensioendebat op een serene manier gevoerd wordt, waarbij elke partij aan de verleiding moet weerstaan om populistische paden te betreden. Denk maar aan de verontwaardiging van enkele weken geleden naar aanleiding van een studie van de KULeuven waaruit bleek dat werknemers die al een hoog wettelijk pensioen genieten, vaak ook op een hoog aanvullend pensioen kunnen rekenen. Goed nieuws overigens voor die criticasters: steeds meer bedienden én arbeiders zijn via de werkgever aangesloten bij een groepsverzekering. Minder goed nieuws is dat zij tevreden moeten zijn met steeds minder. Hoe u meer uit uw groepsverzekering kunt halen, leest u op pagina 12.
Het is niet meer dan logisch dat de betere verdieners recht hebben op een hoger (aanvullend) pensioen. Zij dragen ook meer bij tot het systeem, aangezien die bijdragen progressief zijn. De pensioenuitkeringen daarentegen zijn geplafonneerd. Concreet: iedere werknemer die meer dan 44.000 euro verdient, ziet zijn bijdrage aan het totale systeem oplopen. Maar het deel van zijn loon dat die 44.000 euro overtreft, wordt niet meegenomen in de berekening van zijn eigen pensioen.
De - terechte - conclusie van steeds meer van die betere verdieners is dan ook dat het werknemersstatuut voor hun eigen pensioenopbouw niet het meest interessante systeem is.
Nog meer dan van het inkomen hangt het wettelijk pensioen in ons land af van het statuut: zelfstandige, werknemer of ambtenaar. Terwijl enkel het loon van de laatste 5 jaar (jaren met de meeste inkomsten) als basis dient voor het pensioen van een ambtenaar, wordt het pensioen van een werknemer en van een zelfstandige berekend op basis van de inkomsten tijdens zijn volledige loopbaan. De verschillen in het wettelijk pensioen lopen daardoor hoog op. Een man met een voltijdse loopbaan mag gemiddeld rekenen op 850 euro als zelfstandige, 1.177 euro als werknemer en 2.260 euro als ambtenaar. Van een pensioenkloof gesproken.