Alle zelfstandigen zijn het erover eens dat hun wettelijke pensioenuitkering te laag is. Maar over de vraag hoe ze hun inkomen als gepensioneerde het best zouden opkrikken, lopen de meningen sterk uiteen. Een verhoging van het wettelijk basispensioen vergt hogere sociale bijdragen. Dat is een teer punt. De beloofde gelijkschakeling met het minimumpensioen voor werknemers zal de nood trouwens niet volledig lenigen.
Sinds 1981 bestaat er weliswaar een aanvullende pensioenregeling voor zelfstandigen, zeg maar de tweede pensioenpijler voor ondernemers. Maar een groot succes is dat niet.
In 2005 waren er 169.500 aangeslotenen, of bijna 25procent van de 693.000 actieve zelfstandigen. Volgens de ondernemersorganisatie Unizo doen 28procent van de vrije beroepen mee. De deelnemers komen grotendeels uit de hogere beroepsinkomens en betalen jaarlijks meer dan 2.000 euro aan extra bijdragen.
Van de ruim 18.700 zelfstandigen die in 2005 met pensioen gingen, hadden er 11,6 procent (of bijna 2.200) een aanvullend pensioeninkomen.
De constructie van dat aanvullende pensioenstelsel is ietwat eigenaardig. Ondernemers hebben de vrije keuze om er in te stappen. Er is dus geen sprake van een verplichting. Maar omdat de betaalde premies fiscaal worden gecatalogeerd als sociale bijdragen, zijn ze aftrekbaar van het beroepsinkomen -als beroepskosten zeg maar. Bovendien wordt dezelfde berekeningswijze gebruikt als bij het wettelijke zelfstandigenpensioen.
Dat doet sommigen beweren dat het eigenlijk om een soort eerstepijlersysteem gaat. Nogal wat beleidsmakers vinden trouwens dat dat vrij aanvullend pensioen moet worden omgebouwd tot een verplichte eerste pijler-bis.
Is zoiets haalbaar? Uit enquêtes van Unizo bij de eigen bestuursleden blijkt van niet. Driekwart ziet een verplichte pensioenaanvulling niet zitten. Eén op de vijf van de ondervraagde Unizo-leden betaalt zelfs geen bijdragen voor het vrij aanvullend pensioen.
'De weerstand tegen een uitbreiding van de pensioenverplichting is nu zelfs groter geworden dan bij een enquête drie jaar geleden', aldus Anne Vanderstappen van Unizo. 'Als ondernemers moeten kiezen tussen investeren in hun bedrijf, nu, of sparen voor hun oude dag, later, gaat de keuze meestal naar het bedrijf.'