Doorgaan naar hoofdcontent

Professoren willen grotere rol deelstaten in sociale zekerheid

De deelstaten een rol geven in de sociale zekerheid en ze zelfs financieel verantwoordelijk maken. Dat is het advies van zeven professoren.

In een ongevraagd advies pleiten zeven Vlaamse en Franstalige professoren-specialisten van de sociale zekerheid voor een responsabilisering van de deelstaten voor bepaalde delen van de sociale zekerheid. Ze werkten hun standpunt dit weekend uit, na hun studiedag van vrijdag daarover, en publiceren die vandaag in De Standaard.

Het zijn niet alle specialisten van de sociale zekerheid, maar wel zeven erg belangrijke. Voordien hadden ze allen genuanceerde maar uiteenlopende meningen hierover. Na onderzoek en discussie zetten ze zich op één lijn: Bea Cantillon (Antwerpen); Filip Abraham, Erik Schokkaert en Paul Van Rompuy (Leuven); Etienne de Callataÿ en Robert Deschamps (Namen) en Bruno Van der Linden (Louvain-la-Neuve). Ze keren zich af van 'het verkrampte debat tussen voor- en tegenstanders van defederalisering'.

Hun advies gaat verder dan de sociale zekerheid. Ze spreken ook over de aanbeveling van veel internationale organismen om de loonvorming in België ook per gewest te laten verlopen. Dat wijzen ze af. Ze blijven bij loon-cao's per nationale bedrijfstak, maar aanvaarden een formule die de lonen meer per bedrijf laat verschillen.

Ze zijn tegen een splitsing van de werkloosheidsverzekering, maar willen de deelstaten wel verregaand verantwoordelijk maken. De huidige regelingen belonen de deelstaten niet als ze goed werk leveren en geven de gewesten geld voor activering zonder dat ze verantwoording verschuldigd zijn voor de resultaten.

De deelstaten moeten beloond worden als ze via vorming, bemiddeling en begeleiding langdurig werklozen weer aan het werk krijgen. Er is sprake van 'financiële prikkels of gedeelde verantwoordelijkheid', van de overheveling van het activeringsgeld en van samenwerkingsakkoorden.

Voor de ziekteverzekering gaat het advies dezelfde kant uit, zij het iets terughoudender. Toch erkent het 'dat het betrekken van de deelgebieden kan verzoend worden met het streven naar een grotere doelmatigheid'. De financiering moet centraal blijven, maar een financiële responsabilisering van de deelgebieden kan wel. Als wordt vastgesteld dat een deelstaat meer uitgeeft dan verantwoord is, dan moet die deelstaat dat uit eigen middelen terugbetalen of zijn burgers daarvoor om een bijdrage vragen. Dat gelijkt op de financiële verantwoordelijkheid voor de ziekenfondsen die in de jaren negentig is uitgewerkt door enkele van deze professoren.

Responsabilisering van de deelstaten kan volgens de professoren ook in andere socialezekerheidsuitgaven zoals het brugpensioen en het tijdskrediet (waarin Vlaanderen hogere uitgaven heeft).

Over de pensioenen zwijgen ze, behalve over die van de ambtenaren van de deelstaten: de federale staat betaalt die nog altijd; als een deelstaat hogere lonen betaalt en zo hogere pensioenen veroorzaakt, moet hij de meerkosten daarvan compenseren.

Centrum Sociaal Beleid Herman Deleeck

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...