zaterdag 20 oktober 2007

Pensioen en ziekte vergen 1 euro op 4


België kleurt grijs. En nog niet zo'n beetje. Tegen 2050 komen er 1,2 miljoen gepensioneerden bij. Maar de werkende groep 18- tot 65-jarigen, die de exploderende pensioenlast moet torsen, groeit in diezelfde periode maar aan met 400.000. Zijn zij opgewassen tegen die herculische taak? En zal uw pensioen volstaan om uw huidige levensstandaard op peil te houden, zodat u de buikriem niet drastisch hoeft aan te halen?

In zes afleveringen analyseert De Standaard de impact van de vergrijzing op de pensioenen, en wat u er zelf kunt aan doen.


In 2050 vergen pensioenen en gezondheidszorg een kwart van onze rijkdom. Dat is het gevolg van de vergrijzing en de ontgroening van onze samenleving. In de oranje-blauwe formatiegesprekken is die bedreigende evolutie nog niet echt aan bod gekomen.

Op de formatieonderhandelingen is al over veel gepraat, maar over de vergrijzing heeft men het nauwelijks gehad. Uit de berekeningen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing is nochtans af te leiden dat dit bij de grootste knelpunten hoort voor de komende decennia en dat daarvoor de komende jaren voorzorgsbeslissingen moeten worden genomen.

Uit die cijfers valt onder meer te berekenen dat de uitgaven voor de pensioenen en de gezondheidszorg door de vergrijzing de komende decennia oprukken van 16 procent van de welvaart (bruto binnenlands product - bbp) tot 24 procent, een kwart van onze rijkdom. Vandaag is één op de zes van de euro's die we met z'n allen verdienen, bestemd voor de betaling van die twee posten; in 2050 is dat één euro op de vier. Vandaag gaat zowat 50 miljard euro naar de wettelijke pensioenen en de gezondheidszorg; in 2050 zal dat de helft meer zijn; omgerekend naar vandaag: 75 miljard euro of 2.500 euro per inwoner meer.

Voor de totale sociale uitgaven is vandaag iets meer dan één vijfde van onze welvaart nodig; in 2050 zal dat één euro op de drie zijn.

In dat jaar zal tegenover elke werkende ongeveer één gepensioneerde staan.

De sterke stijging van de pensioenuitgaven - van 8,9 procent van het bbp vandaag tot 13,4 in 2050 - is niet toe te schrijven aan de hoogte van de Belgische pensioenen. Die behoren, relatief gezien, bij de laagste in Europa, althans voor werknemers en zelfstandigen. En de Studiecommissie voor de Vergrijzing houdt maar rekening met een beperkte welvaartsaanpassing van 0,5 procent per jaar. De verklaring voor die lage pensioenbedragen ligt vooral in het zeer hoge aantal sociale uitkeringen dat ons land betaalt, en het geringe aantal werkenden dat die moet financieren. Amper 60 procent van de bevolking op actieve leeftijd werkt; dat zou 70 procent moeten zijn.

Het Zilverfonds, dat een spaarpotje moest vormen om de stijgende uitgaven voor deze twee posten wat te milderen, bevat momenteel maar 15 miljard euro.

De begrotingstoestand die gisteren stilaan duidelijk begon te worden, is zo slecht dat het onwaarschijnlijk is dat de komende jaren veel geld gevonden wordt om ons land beter in te dekken tegen de vergrijzingsuitgaven.

Website De Standaard.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :