maandag 13 juli 2009

Crisis richt ravage aan in pensioenland

De crisis heeft een fors negatieve impact op de pensioenstelsels wereldwijd. Op korte termijn zitten vooral de in meer of mindere mate op aandelenportefeuilles steunende private systemen in het verdomhoekje. Maar op langere termijn dreigen de publieke stelsels evenzeer in de klappen te delen, waarschuwt de OESO in 'Pensions at a glance', haar jongste overzicht van de pensioenstelsels in de dertig lidstaten van de organisatie van de westerse economieën.

De Belgische bedrijfspensioenfondsen behoren tot de grote verliezers, blijkt uit het OESO-overzicht. Ze hadden vorig jaar een negatief rendement van meer dan 21 procent. Alleen in Ierland, Australië, de Verenigde Staten en IJsland verloren de fondsen nog meer geld.

Dat slechte nieuws moet wel op twee manieren worden getemperd.

Voor de Belgische ondernemingen vormen die verliezen niet echt een probleem, blijkt uit de conclusies van een door het adviesbureau AON Consulting uitgevoerde enquête bij topmanagers uit elf landen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederlandse of Britse bedrijven werken nog slechts weinig Belgische ondernemingen met pensioenregelingen met een gegarandeerde opbrengst. In de meeste gevallen zijn het ook verzekeraars en niet de ondernemingen zelf die het risico dragen.
Voor de individuele ligt dat anders. Maar zij kunnen zich troosten met de vaststelling dat volgens de OESO private pensioenen en beleggingen slechts 8,1 procent uitmaken van het inkomen van de modale Belgische gepensioneerde. Dat is erg weinig. Het OESO-gemiddelde bedraagt 19,5 procent.

Keerzijde
Maar die vaststelling heeft natuurlijk een keerzijde. Belgische (toekomstige) gepensioneerden zijn nog veel meer dan hun lotgenoten uit de meeste andere OESO-lidstaten afhankelijk van hun wettelijk pensioen.

De OESO waarschuwt dat het een illusie is te denken dat die wettelijke systemen immuun zijn voor de crisis. Groeiende werkloosheidscijfers en begrotingstekorten ondermijnen hun financiering. Tegelijk neemt de verleiding toe om de deur weer wijder open te zetten voor vervroegde pensionering. Dat jaagt de uitgaven omhoog op een moment dat die door de vergrijzing al in de lift zitten.

Uit de OESO-statistieken blijkt bovendien nog eens dat de Belgische wettelijke pensioenen nu al pover zijn. De meest correcte vergelijkingsbasis is de nettovervangingsratio. We kijken eerst welk nettobedrag een gepensioneerde werknemer vroeger als actieve verdiende. We zien vervolgens welk percentage daarvan hij nu netto overhoudt. Voor een gemiddeld loon bedraagt die ratio in ons land 63,7 procent. In 18 van de 30 OESO-landen ligt die ratio hoger. Het gemiddelde voor de hele organisatie is 70,3 procent.

De Belgische score wordt nog slechter als we de brutocijfers nemen of de vergelijking maken voor betere verdieners. Maar ook voor lage lonen is het resultaat niet echt fameus. Ondanks die magere pensioenbedragen besteedt België toch 9 procent van zijn bbp aan zijn wettelijke pensioenen. In de hele OESO is dat 7,2 procent.

In haar aanbevelingen waarschuwt de OESO voor de verleiding om de crisis in te roepen als excuus om hervormingsplannen in de diepvriezer te steken. Nu al is duidelijk dat het hervormingstempo sinds 2004 in veel lidstaten is afgenomen.

Gemengd systeem
De organisatie hamert er ook op dat het beste pensioenmodel nog altijd een gemengd systeem is, dat op een mix van publieke en private financiering steunt. Maar ook die private systemen zijn aan een hervorming toe, als ze hun geloofwaardigheid willen herwinnen. Ze moeten beter gereguleerd en beheerd worden en de aangeslotenen een veel betere kijk geven op de risico's, luidt het.

zondag 12 juli 2009

Stappenplan om u pensioen te controleren

Iedere werknemer die niet in een bedrijfstak pensioenfonds zit, zal via zijn (MKB) werkgever meestal in een beschikbare premieregeling worden ondergebracht, al of niet collectief (dus verplicht) in zijn eigen bedrijf geregeld.

Als de werkgever daarbij gebruik maakt van de fiscale premiestaffels, en de premie wordt exact volgens de leeftijdstaffels gehanteerd met een bijdrage van 50% door de werkgever, bouwt iemand een goed pensioen op.
Alle afwijkingen naar beneden in percentage of in bijdrage van de werkgever of de werknemer leiden tot een slecht pensioen. Vooral als je ook nog veel van baan wisselt. En nog extra als je laat beleggen in aandelenfondsen zonder garanties.
Mijn column wil mensen zelf op eenvoudige wijze aan het rekenen zetten en oproepen nadere uitleg te vragen aan de baas en zijn pensioenadviseur. Er wordt heel wat afgeklooid op dat gebied.
Premievrij (Gratis) Pensioen - Een kat in de zak!
Hieronder een stappenplan om te kijken of uw beschikbare premieregeling een voldoende pensioen oplevert:
1. Bereken je bruto salaris inclusief vakantiegeld
2. Trek van de uitkomst €12.209 af (AOW franchise) -dit is je Pensioen Grondslag
3. Ga naar de premiestaffels
4. Zoek bij staffel 3 je leeftijdcategorie
5. Kijk naar het daarbij behorende premiepercentage
6. Vermenigvuldig het gevonden percentage getal met de onder 2. gevonden Pensioen Grondslag en deel de uitkomst door 100.
7. De uitkomst is de premie in euro's die jaarlijks voor je betaald moet worden voor een standaard middelloonpensioen
8. Deel de gevonden premie in euro's door 2
9. De uitkomst is de meest gebruikelijke premiebijdrage (50% van de premie) van je werkgever
10. Deel de uitkomst door 12
11. De gevonden uitkomst is de maandelijkse bijdrage van je werkgever en van de brutopremie die als jouw eigen bijdrage van je loon moet worden ingehouden om een standaard middelloon pensioen op te kunnen bouwen
12. Kijk op je loonstrook en controleer wat er werkelijk aan pensioenpremie wordt ingehouden
13. Vraag aan je werkgever wat hij maandelijks aan pensioenpremie in euro's voor jou betaalt aan de verzekeraar
14. Vergelijk de werkelijke uitkomsten van 12 en 13 met de gewenste en voor een goed pensioen noodzakelijke uitkomsten van 11.
Nu weet je precies hoe het met je pensioen voorstaat. Als de uitkomsten je tegen vallen, vraag dan een gesprek aan met de
pensioenadviseur van je werkgever en vraag om opheldering en advies hoe de situatie te verbeteren.
Let op, dit rekenvoorbeeld is alleen bedoeld voor pensioenen van werknemers die niet zijn aangesloten bij een bedrijfs(tak)pensioenfonds, zoals ABP, Zorg en Welzijn, dagbladjournalisten etc.)

Premievrij (Gratis) Pensioen - Een kat in de zak!

Een premievrij pensioen op basis van een beschikbare premie regeling is eerder een Judaskus, dan het vooruitzicht op een oude dag zonder financiële zorgen. In de praktijk levert zo'n premievrije regeling een belabberd slecht pensioen op. Vaak veel minder dan de helft van waar je op rekende.



De huidige slechte economische vooruitzichten zouden werkgevers in de verleiding kunnen brengen te bezuinigen op de kosten voor de pensioenregeling van hun werknemers en de ouderwetse premie- vrije pensioenregeling nieuw leven in te blazen.
Een premievrij pensioen is hier bedoeld als een regeling, waarbij alleen de werkgever een premie betaalt voor de opbouw van pensioenkapitaal van zijn werknemer. De werknemer is niet verplicht hieraan bij te dragen.


Wake-up call!
Wim Janssen komt thuis. Hij heeft een baan gescoord; uit die vlag! Jaarcontract en een premievrij pensioen! De nieuwe baas betaalt een pensioenpremie en Wim hoeft er niets aan bij te dragen. Iets om te vieren, toch? De vlag eerst maar eens zuinig halfstok, dunkt me.
Goed onderhandeld, denkt Wim. Een gratis pensioen! Maar hij zou gewaarschuwd moeten zijn. Voor niets gaat de zon alleen maar op. Voor een fatsoenlijk pensioen komt méér kijken.

Een voorbeeld
Het is niet moeilijk. Dick Zuiderhoek is 35 en heeft een partner. Hij verdient bruto € 35.000, inclusief vakantietoeslag, per jaar. Om een standaard middelloon pensioen volgens premiestaffel 3 op te bouwen moet er jaarlijks, meestal aan een verzekeraar, een premie van 14,4% over zijn bruto salaris van € 35.000, minus € 12.465 AOW franchise (2009) betaald worden. Als zijn werkgever tenminste niet bij een Bedrijfs(tak)pensioenfonds is aangesloten.
We gaan verder. 14,4% van € 35.000 -/- € 12.465 is € 3.245. In 30 jaar wordt er dan € 166.175 (stijgende leeftijds- staffel )* in de pensioenpot van Dick gestort; een deel daarvan is bestemd voor de partner-verzekering. De rest moet bij een bruto rendement van 3% en minimale kosten een kapitaal opbouwen, dat voor een redelijke aanvulling op zijn AOW kan zorgen. Meestal wordt de premie-pijn 50/50 verdeeld tussen hem en zijn baas. In dit geval elk 7,2 %.
Wordt er dus een premievrij pensioen aangeboden, controleer dan of je baas wel minimaal de helft van die € 3.245, ofwel € 1.623 per jaar, ofwel € 135 per maand aan pensioenpremie voor je stort, als je tenminste nét als Dick jaarlijks € 35.000 verdient en 35 jaar bent.
Als je het kunt missen, draag dan ook minimaal die andere bruto € 1.622 premie per jaar zélf aan je pensioen opbouw bij. De € 135 bruto maandpremie betekent voor jou circa € 85 per maand netto, want de belastingaftrek wordt meteen met het loon verrekend. Die € 85 netto per maand kun je natuurlijk ook zélf wegzetten op een gewone netto rente spaarrekening, als de verzekeraar van je baas je geen gegarandeerd pensioen in euro's toezegt. Je kunt dan later ook vrij over het geld beschikken.
Ben je ouder of jonger dan Dick, of verdien je meer of minder, kijk dan in de pensioenpremie staffel, hoeveel procent premie van je bruto jaarloon er voor jou jaarlijks in totaal gedokt moet worden om zorgeloos oud te kunnen worden. Doe dan het simpele rekensommetje even opnieuw. De AOW franchise (€ 12.465) die je eerst van je bruto jaarinkomen moet aftrekken, blijft voor alle berekeningen in 2009 gelijk.


Nog een voorbeeld
Henk Pietersen, 45 jaar met partner, verdient € 45.000 bruto, inclusief vakantietoeslag per jaar. Voor hem zou jaarlijks voor een middelloon regeling 21.1 % van zijn bruto loon, minus de AOW franchise van € 12.465 aan pensioenpremie betaald moeten worden. 21.1% van € 45.000 -/- € 12.465 = € 6.864. Bij een voor hem premievrije regeling of bij een 50/50 verdeling zou zijn baas minimaal € 3.432 per jaar moeten bijdragen aan zijn pensioen premie.
Tien tegen één dat deze hard-cash bijdrage in veel gevallen door werkgevers, die niet zijn aangeslo- ten bij een van de CAO gebonden en verplicht gestelde collectieve Bedrijfs(tak)Pensioenfondsen, bij lange na niet gehaald wordt.


Partnerpensioen
Bij Collectieve bedrijfstakpensioenregelingen is het nabestaandenpensioen voor de partner tot 50 á 70% van het haalbare Ouderdomspensioen meeverzekerd, ongeacht het moment van overlijden van de werknemer. Bij een opbouw van het Ouderdomspensioen volgens premiestaffel 3, moet nog een aanvullende overlijdensrisicoverzekering voor de nabestaanden worden afgesloten om op hetzelfde niveau te komen. In dat geval mag je de berekeningen doen met de maximale premiepercentages van het brutoloon volgens premiestaffel 4.
Heel vaak is het voordeliger om het overlijdensrisico ten behoeve van de nabestaanden van de werknemer op een aparte polis te verzekeren. Alle beschikbare premies van de werkgever kunnen dan volgens staffel 3 worden besteed aan de opbouw van Ouderdomspensioen en aan de vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid.


Wiens brood men eet...
Slimme pensioen-dealers rekenen voor hun opdrachtgever (de werkgever, dus) uit, bij welk percentage van de totale loonsom de werkgever gunstiger uitkomt met een premievrij pensioen dan met het volgen van de pensioenstaffels en een 50% bijdrage. Dat premievrije pensioen in feestverpakking, waar bij jou dan de vlag voor uitging omdat je er niets aan hoefde bij te dragen, blijkt dan meestal een volgroeide kat in de zak te zijn.
En als je dan ook nog als Flexibele Jobhopper elke keer meestal verplicht in wéér een nieuw premievrij pensioensysteem bij wéér een nieuwe verzekeraar wordt ondergebracht, mis je in ieder geval minimaal de helft van het pensioen dat je eigenlijk nodig hebt om straks niet tot je 80e te moeten doorwerken. Dit mede omdat je telkens de hoge eenmalige kosten betaald.
Dan heb ik het nog maar niet over de kosten, tegenvallende rendementen en de rentestand van misschien wel nul op je pensioendatum, of over pensioengaten door baanwisselingen.
Of, dat bij een verplichte collectieve premievrije pensioen regeling de omvang-kortingen (hoe méér deelnemers hoe hoger die korting) en de teruggave van provisie alleen op de premies voor de werkgever in mindering worden gebracht. Als die tenminste zo slim is geweest om daar bij zijn pensioenadviseur om te vragen... Ik ben nog weinig regelingen tegengekomen, waar die voordelen in de pensioenpot van de werknemer werden gestopt om een beter resultaat te behalen.


Premievrij systeem zonder garantie
Ik ben en blijf daarom een pertinente tegenstander van beschikbare premieregelingen voor niet gegarandeerde pensioen opbouw. Net zolang tot werkgevers verplicht worden om hun (nieuwe) werknemers exact in gegarandeerde euro's voor te rekenen, wat ze al aan pensioen hebben opgebouwd bij alle vorige werkgevers. En wat zij er als nieuwe werkgever gegarandeerd in euro's op de pensioendatum aan toe gaan voegen met hun al of niet premievrije regeling. En wat dat de werkgever en de werknemer precies netto kost.
Bedenk daarbij, dat het de doorsnee werkgever geen bal interesseert wat jij later voor de door hem betaalde premies aan pensioen gaat ontvangen. Hij heeft aan zijn minimale verplichtingen voldaan en de rest is jouw zorg.


Uitleg over fiscale pensioenstaffels verplicht
Bovendien zou daarom elke werkgever, die niet bij een Bedrijfs(tak)pensioenfonds is aangesloten, verplicht moeten worden zijn werknemers vóór indiensttreding inzage in en uitleg te (laten) geven over de voor hen individueel toegestane fiscale pensioenpremie staffels. Als hij van die staffels afwijkt of een premievrije regeling aanbiedt, zou een toelichting over het waarom en de gevolgen daarvan voor de pensioenopbouw van de werknemer absoluut wettelijk verplicht moeten zijn.
Nu waant iedereen, die niets van het pensioensysteem snapt, zich comfortabel en pensioen-proof bij de vaak onwetend en met een glimlach "geschonken" premie-vrije Judaskus voor de oude dag. Dat die glimlach duivelse trekjes heeft, blijkt pas als het véél te laat is. Aan die kat in de zak zit dan inmiddels een flink luchtje. Voor zowel werkgever als werknemer.
Werkgevers die gebruik maken van het advies van een Gecertificeerd Pensioen Adviseur of van een Gecertificeerd Financieel planner lopen minder risico niet te voldoen aan hun zorgplicht inzake de voorlichting over de pensioenvoorzieningen van hun werknemers


De Startbrief


De invoering van de verplichte maar ingewikkelde Startbrief die sinds 1.1.2009 door de pensioen- uitvoerder (verzekeraar) binnen 3 maanden na ingang van de pensioenopbouw aan de werknemer moet worden verstrekt, geeft al wat meer algemeen inzicht in de soort pensioenregeling die de werkgever hem aanbiedt.
De polis en het Pensioenreglement van de werkgever geven nog meer individuele informatie, maar ook die is niet voor iedereen gesneden koek.
Deelnemers die vóór 1 januari 2009 zijn opgenomen in een (premievrije) pensioenregeling, zijn aangewezen op het jaarlijkse Uniforme Pensioen Overzicht dat sinds 2007 door verzekeraars aan de werknemers moet worden gegeven en op het verplichte Pensioenreglement.
Oudere werknemer weer de klos
Wie goed naar de premie pensioenstaffels kijkt begrijpt ook meteen waaraan de oudere werknemer zijn leeftijdshandicap op de arbeidsmarkt mede te danken heeft: De pensioenpremie van een 55-jarige moet in beschikbare premie-stelsels op middelloon basis een veelvoud van die van een 25-jarige collega zijn!


Alleen dáárom al verdient een collectief solidariteits-pensioenstelsel het (iedereen dezelfde premie, ongeacht zijn of haar leeftijd) om te vuur en te zwaard verdedigd te worden. Als het onze overheid tenminste ernst is met haar streven naar een grotere arbeidsparticipatie voor ouderen. Anders blijft het bij holle politieke retoriek.



Een verplichting tot twee jaar langer werken kon dan wel eens een twee jaar langere werkloos- heidsuitkering worden.
*Voor het begripsgemak is er in de voorbeelden van uitgegaan, dat het bruto toekomstig jaarinkomen van Wim Janssen en
Henk Pietersen gedurende hun gehele resterende diensttijd en bij dezelfde werkgever gemiddeld gelijk is gebleven aan
het huidige inkomen. De maximale premie neemt 5-jaarlijks toe door de stijgende staffel.

vrijdag 10 juli 2009

Vlaams Ouderenraad - advies pensioenen

Minister van Pensioenen Arena lanceerde begin dit jaar een Nationale Pensioenconferentie. De ouderen maken er geen deel van uit. De Vlaamse Ouderenraad vindt echter dat de ouderenorganisaties verplicht zouden geconsulteerd moeten worden.
Niet alleen om hun eisen te kunnen kenbaar maken voor de verbetering van de inkomenspositie van de huidige gepensioneerden. Maar ook om op basis van hun ervaring met de pensioenmaterie, voorstellen te kunnen doen om een beter wettelijk pensioen voor de toekomstige generatie uit te tekenen. Een wettelijk pensioen uitgebouwd met het oog op het behoud van de levensstandaard bij pensionnering, is voor elke generatie van essentieel belang. Dit advies omvat dus zowel voorstellen voor de huidige gepensioneerden als suggesties voor een beter wettelijk pensioen voor de toekomstige generaties.

Dit advies kunt u hier raadplegen.

De Commissie begint gerechtelijke stappen tegen Italië mbt discriminerende pensioenleeftijd

De Europese Commissie heeft beslist gerechtelijke stappen tegen Italië te beginnen voor het nalaten om een beslissing van het Europees Gerechtshof (ECJ) uit te voeren mbt verschillen in de pensioenleeftijd voor mannelijke en vrouwelijke ambtenaren. Het zal Italië "letter of formal notice" verzenden in het kader van Artikel 228 de EG verdrag.

Vervolg

Gepensioneerden – beroepsactiviteit na 65 jaar

Gepensioneerden die na een volledige beroepsloopbaan en na hun pensionering op 65-jarige leeftijd, een inkomen uit toegelaten arbeid genieten, dienen nog verder pensioenbijdragen te betalen. 1. Hoeveel gepensioneerden (opgesplitst naargelang het om zelfstandigen, dan wel om loontrekkenden ging) oefenden op 1 januari 2008 na hun pensioenleeftijd nog een beroepsactiviteit uit? 2. Hoeveel daarvan deden dit terwijl zij over een pensioen beschikten na een volledige loopbaan ? 3. Hoeveel pensioenbijdragen heeft deze laatste groep betaald gedurende de voormelde jaren? 4. In hoeveel gevallen werd in voormelde jaren de toegelaten inkomensgrenzen overschreden met minstens 15% en met minder dan 15%?


Klik hier voor het antwoord.

Sociaal akkoord voor 75.000 bedienden in metaalsector

Vakbonden en werkgevers hebben een akkoord getekend over de loon- en arbeidsvoorwaarden voor 75.000 bedienden en kaderleden uit de staalsector. Ze krijgen onder meer een verhoging van hun koopkracht met 125 euro in 2009 en 250 euro in 2010. En in 2011 gaat de pensioenbijdrage omhoog, zegt de christelijke bediendenbond LBC.


Op bedrijfsniveau kan worden onderhandeld over de omzetting van die premies in maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, aanvullend pensioen of ecocheques. Als er geen bedrijfsonderhandelingen zijn, krijgen de bedienden en kaderleden ecocheques.

Voorts gaat het aanvullend sectoraal pensioen vanaf 2011 omhoog. Vanaf dan zullen de werkgevers minstens 1,77% van het jaarloon van bedienden en kaderleden gebruiken om het aanvullend pensioen op te bouwen.

Nederlands pensioenfonds ABP spint garen bij dood Michael Jackson

Het Nederlandse pensioenfonds ABP gaat dit jaar miljoenen verdienen aan de muziek van de onlangs overleden ‘King of Pop' Michael Jackson. ABP is een van de grotere aandeelhouders van de Fortis-holding, die via het investeringsfonds Imagem Music Group vorig jaar een catalogus muziekrechten van Universal Music overnam voor 140 miljoen euro.

In die catalogus staan nummers van onder meer Madonna, de musical The Sound of Music en Michael Jackson. Een daarvan is het nummer “You Are Not Alone”. ABP heeft ook de rechten op de muziek van Justin Timberlake, Beyonce en van klassieke componisten als Stravinsky en Rachmaninov.

De popliedjes bezorgden het ABP in het voor beleggers ‘rampjaar' 2008 een rendement van meer dan 8 procent. De hernieuwde aandacht voor de recent overleden Michael Jackson zal het ABP dit jaar waarschijnlijk miljoenen opleveren. Kort na zijn overlijden nam Jackson de eerste negen plaatsen in de top 10 van best verkochte nummers van muziekdownloadwinkel iTunes in. Op nummer één stond Thriller.

Is Europa tegen fatsoenlijk pensioen?

De Europese pensioenfondsen en hun begunstigden zijn niet ontsnapt aan de implosie van de globale actiefwaarden door de economische crisis. Nog meer schade toebrengen aan hun al zwaar gehavende balansen is wel het laatste is wat ze nu nodig hebben, zou je denken. Maar neen hoor, de Europese Unie heeft zich vastgebeten in een eigenwijze en totaal overbodige oorlog tegen hefboomfondsen en private equity. Nog meer schade is exact wat de pensioenfondsen te beurt zal vallen als ze verplicht worden zich terug te trekken uit zogenaamde alternatieve investeringen die hun de voorbije jaren huizenhoge returns hebben opgeleverd. Die returns zullen niet gemakkelijk te vervangen zijn.

De politici die jagen op de hefboomfondsen, kan het blijkbaar niet schelen dat hun obstinate achtervolgingen heel wat 'collateral damage' kunnen opleveren. Ze zijn op een missie. Bovendien denken ze dat de hefboomfondsen in Europa zo hopeloos op zoek zijn naar Europees geld, dat ze zich na heel wat kreunen en steunen zullen onderwerpen aan wat ze heel terecht beschouwen als drukkende EU-reguleringen.

Beste vrienden in Brussel, de rollen zijn eerder omgekeerd. De wereld zit vol kapitaal op zoek naar goede traderhersenen die het naar steeds hogere rendementen kunnen gidsen. Tradingtalent is het ultieme schaarse goed, en net dat maakt het een onvatbaar doelwit. In plaats van een hefboomfondsbeheerder die in Londen woont en vermogen beheert voor pakweg een Nederlands pensioenfonds, zullen reguleringsexcessen in de EU er gewoon voor zorgen dat die trader naar Zürich zal verhuizen en daar zijn job zal doen voor een Singaporees of Chinees staatsfonds.

Wie houdt hier wie voor de gek? De Europese pensioenfondsen zijn de grote verliezers bij de EU-vendetta, niet de hefboomfondsen. Het moeten veranderen van domicilie is voor hun maar een klein ongemak. Als puntje bij paaltje komt, zijn de ouderen die leven van hun pensioeninkomen het kind van de rekening.

Wat zit er achter de Europese vendetta? Sommige redenen die de Europese reguleringsextremisten opdiepen, kunnen nauwelijks serieus genomen worden. De hefboomfondsen zouden een van de hoofdoorzaken zijn van de crisis. Telkens een bankier dat hoort, moet hij de grijns van zijn gezicht vegen.

Een andere reden - populair bij de vrienden van Angela Merkel in Duitsland - is dat hoewel de hefboomfondsen de crisis niet veroorzaakt hebben, ze toch moeten worden beteugeld, omdat ze misschien wel de volgende crisis zouden kunnen veroorzaken. Wat een onzin. Het is alsof je bij de tandarts zou gaan om een zieke tand te laten trekken, en de tandarts na de ingreep voorstelt om meteen ook maar een gezonde tand te trekken, omdat 'hij je wel eens pijn zou kunnen bezorgen in de toekomst'. Zo'n tandarts heeft duidelijk andere motieven.

Hier zijn alvast wat kandidaten. De hefboomfondsensector zit vooral in Londen. Frankrijk en Duitsland storen zich al lang aan de financiële suprematie van Londen. De oorlog tegen de hefboomfondsen is een amper versluierde campagne tegen Londen.

Het doet me denken aan het verhaal van de verstokte wilde drinker die een groentje advies geeft, net voor een cafégevecht: 'Je wacht tot er een knokpartij uitbreekt en dan haal je uit naar iemand die je altijd al een vuistslag had willen verkopen. Of hij er iets mee te maken heeft, doet er niet toe.' Misschien wou je hem wel klop geven omdat je al die nieuwe rijken haat, die jonge hefboomfondsbeheerders die bijna op slag zeer vermogend zijn geworden. 'Nieuw geld' ergert vaak 'oud geld'. Of misschien wil je hem wel aftroeven omdat je op zoek bent naar een zondebok voor je eigen politieke fouten. Nicolas Sarkozy en Angela Merkel zijn het niet vaak eens, maar beiden waren er als de kippen bij om de crisis te wijten aan 'speculanten' en 'leverage'. Natuurlijk, als de speculanten het gedaan hebben, treft hun geen schuld.

Zondebokken zoeken is normaal in de politiek, maar de brute kracht van de aanvallen op de hefboomfondsen was er echt over. Je zou bang worden als je belangrijke Europese politici hoort praten over 'buitenlandse sprinkhanen' en 'asset strippers'.

Hoe de zaken zullen evolueren, is moeilijk te voorspellen. Het goede nieuws is dat Zweden, de huidige voorzitter van de EU, de hefboomfondsen te hulp gekomen is. Zweden voert aan dat hefboomfondsen duidelijk niet de oorzaak zijn van de crisis, en dat de vrees dat ze grote systeemrisico's inhouden, overdreven is. Duitsland en Frankrijk zullen echter niet gemakkelijk wijken. Ja, er zal een compromis komen, maar de vraag is hoe ver dat gaat. Veel Europese hefboomfondsen houden hun koffers klaar - en met reden.

Melvyn Krauss is senior fellow bij Hoover Institution, een denktank van Stanford University.

donderdag 9 juli 2009

Niet het klimaat, maar de vergrijzing is Europa’s grootste uitdaging


Ondanks dat de klimaatswijziging alle media-aandacht opeist, blijft ook nog een andere tijdbom gewoon verdertikken: die van de vergrijzing. De Europese bevolking is vandaag reeds de oudste ter wereld en het gemiddelde geboortecijfer ligt met 1,5 kinderen per vrouw onder het vervangingsniveau. Over het ganse continent sterven meer mensen dan er kinderen geboren worden en terwijl de levensverwachting steeds verder toeneemt, zijn 19 van de 20 landen met de oudste bevolking Europees.

Richard Ehrman verzamelde een aantal interessante cijfers in zijn boek ‘The Power of Numbers - Why Europe Needs to Get Younger':

•Rusland verliest 10.000 mensen per week door een laag geboortecijfer en een krimpende levensverwachting sinds de val van het communisme. In het jaar 2000 waren er nog 148 miljoen Russen; tegen 2050 zullen er nog 116 miljoen overblijven.
•Duitsers leven langer, maar met een geboorteratio van 1,4 per vrouw en een vrij laag immigratiecijfer zal ook de Duitse bevolking tegen het midden van deze eeuw met 12 miljoen mensen afnemen.
•Landen met lage geboortecijfers en een hoge emigratie eerder dan immigratie zullen nog sneller krimpen. Tegen 2050 zal Bulgarije 30% van haar bevolking verliezen; Oekraïne en Wit-Rusland verliezen 25% ; Polen, Letland, Litouwen en Roemenië ruw geschat 20%, Kroatië 15% en de Hongaarse bevolking krimpt met 10%.
•Italië en Spanje hebben dankzij grote recente immigratiegolven de eerste dreiging van hun uiterst lage geboortecijfers kunnen opvangen. Tussen 2000 en 2005 immigreerden jaarlijks netto 500.000 mensen naar Spanje en 350.000 naar Italië. Als gevolg daarvan zullen de bevolkingsaantallen stabiel blijven, maar wordt wel een dramatische veroudering van die bevolking verwacht. Tegen 2050 zou één op elke drie Italianen een gepensioneerde zijn

De VN voorspelt dat er tegen het midden van deze eeuw nog eens een miljard Aziaten bij zullen komen, iets minder dan een miljard Afrikanen, 200 miljoen meer Latijns-Amerikanen en 130 meer Noord-Amerikanen.

Er zullen wel 40 miljoen minder Europeanen zijn.

Inzicht in je pensioen

Heb je ook een pensioenoverzicht gehad, maar weet je niet wat je er aan hebt? Een zeer simpele berekening laat zien wat je straks per maand op je rekening gestort krijgt. En hoeveel je dus tekort komt.

Van veel pensioenfondsen wordt gezegd dat ze geen duidelijkheid kunnen verschaffen over wat jij aan pensioen gaat krijgen over tien, twintig of dertig jaar. Middelloon, eindloon, aangroei factor A, franchise, opbouwpercentage, bij mij werd telefonisch zelfs gesproken over kansspelen. Als dat maar goed komt - gokken met mijn pensioen...

Ik ga het niet hebben over het niet indiceren van de pensioenen noch over de kans dat pensioenfondsen failliet gaan of dat het geld gewoon op is, tegen de tijd dat ik met pensioen mag. Voor nu is maar één vraag van belang: wat krijg ik bij benadering als ik stop met werken op m'n 65e?

Vanaf je pensioengerechtigde leeftijd krijg je een AOW en daarboven op je gespaarde pensioen. Het AOW-bedrag is nu ongeveer negenhonderd tot elfhonderd euro netto per maand per huishouden, maar dit zal in de aankomende jaren sterk uitgekleed worden. Grote kans dat het over een aantal jaar niet meer dan zo'n 750 euro per maand netto is.

Als je naar je pensioenoverzicht kijkt, dan staat daar het bruto jaarbedrag dat jij ontvangt als je 65 bent. Om dit totaalbedrag terug te rekenen naar wat je ongeveer netto per maand op je rekening gestort krijgt, pak je een rekenmachine en vermenigvuldig je dit jaarbedrag met het getal 0,055. Ik ga dan uit van een belastingtarief van rond de 40% en wat je overhoudt deel ik door 12 maanden.

Bij mij staat een bedrag van ongeveer 23.000 euro, dat ik na mijn 65e bruto per jaar krijg uitgekeerd. Als ik die 23.000 euro vermenigvuldig met 0,055, dan kom ik uit op 1.265 euro netto per maand. Tel ik daar het AOW-bedrag van 750 euro bovenop, dan weet ik dat ik dus netto van iets meer dan 2.000 euro per maand moet leven. 't Is niet nauwkeurig, maar het geeft me een globale indicatie van wat ik krijg.

Is dat genoeg? Kan ik straks met 2.000 euro rondkomen?

Of moet ik nu alvast iedere maand een bedrag wegzetten om tegen die tijd makkelijker rond te komen? Doe de berekening en zie wat jij later bij benadering krijgt en wat je dus tekort komt. Dan kun je daar nu alvast rekening mee houden door maandelijks geld op een spaarrekening te zetten.

Vergrijzing: komende generaties dreigen forse rekening gepresenteerd te krijgen

De jaarlijkse oefening van de Studiecommissie voor de vergrijzing toont aan dat als gevolg van de recente economische crisis de sociale uitgaven, uitgedrukt in % van het bbp, tegen 2060 met 2 procentpunten meer zullen stijgen in vergelijking met vorig jaar toen alles nog goed ging. In totaal zouden de uitgaven tegen 2060 met 8,2% van het bbp stijgen. Op korte termijn verslechtert de toestand dus erg en op lange termijn weet men niet hoe men deze rekening van de vergrijzing, die ieder jaar opwaarts wordt herzien, gaat betalen. De regering meende dat een voorfinancieringsstrategie, zonder inspanningen voor de economische actoren, budgettaire ontsporingen zou kunnen helpen voorkomen.

Maar er kwam geen voorfinanciering. Nu zien we dat de groei van de uitgaven voor pensioenen en geneeskundige verzorging twee keer groter is dan de economische groei. De federale overheid heeft de middelen niet meer om een jaarlijks met 4,5% (exclusief inflatie) stijgend budgettair doel voor geneeskundige verzorging te financieren. De welvaartsaanpassing van de sociale uitkeringen is niet houdbaar: als men de wet naleeft, zal men uitkeringsverhogingen geven die de verhogingen
van de werkenden (die financieren) overtreffen. De stijgende levensverwachting maakt dat men bij het aansnijden van het pensioendebat alle opties open moet houden. Als we kijken naar de langetermijnweerslag van de vergrijzing op de sociale uitgaven (zie grafiek) in een scenario zonder nieuwe maatregelen (scenario van de Studiecommissie), in een ander scenario waarbij de generositeit van de sociale uitkeringen gekoppeld is aan de stijging van de lonen, en in een derde scenario waarbij de werkgelegenheidsgraad van ouderen sterk is toegenomen (met andere woorden, waarbij praktisch een einde wordt gemaakt aan de brugpensioenstelsels), zien we dat het toekomstige gewicht van de sociale uitgaven kan verminderen. Naast deze laatste twee pistes zijn er nog andere mogelijkheden.

De financiële en economische crisis toont aan dat onze sociale stelsels niet in overeenstemming zijn met onze financieringscapaciteit. Deze stelsels moeten dus absoluut hervormd worden om ze op middellange en vooral lange termijn te doen stroken met het sociaaleconomisch kader: neerwaarts herziene productiviteit, weerslag van ‘crisissen’ die men niet had (willen) zien aankomen…

inforN200926_vergrijzing

Stefan Duchateau: De verzekeringssector heeft haar lesje in 2001-2002 geleerd

Het is opvallend dat de verzekeringssector ditmaal minder hard door de crisis wordt geraakt dan de banksector. Volgens financieel adviseur Stefan Duchateau is daar een logische verklaring voor. De verzekeraars hebben namelijk al eerder klappen gekregen. Toch is de lucht nog niet helemaal opgeklaard.

Stefan Duchateau: “In 2001-2002 waren de verzekeraars zwaar geleveraged en dat is ze toen zuur opgebroken. Dat geldt op de eerste plaats voor de levensverzekeraars, die op de beurs rendementen van gemiddeld 6 tot 7% op jaarbasis dachten te realiseren. Nu is de leverage in de verzekeringssector veel kleiner dan in de banksector. De doorsnee bank belegde met een leverage van pakweg 10, maar daarvan was in de verzekeringssector geen sprake."

Toch is er binnen de sector nog een stuk onduidelijkheid, onder andere wat de beleggingsportefeuilles betreft. Stefan Duchateau: “Ik stel me bijvoorbeeld vragen bij de toekomstige winsten van de levensverzekaars. De rente staat laag en het valt nog af te wachten of op de beurzen veel winsten te rapen gaan vallen. Ook de bankverzekeraars kunnen nog harde noten te kraken krijgen. Kijk bijvoorbeeld eens naar ING, dat sterk aanwezig is in levensverzekeringen maar in zijn bancaire poot ook nog eens met een grote portefeuille aan Alt A-leningen. Waarom ING zo sterk in die Alt A-leningen vertegenwoordigd is? Dat was een strategische keuze, die nu niet meer terug te schroeven valt.”

woensdag 8 juli 2009

Rabobank Pensioenfonds beschermt zijn dekkingsgraad

Het Rabobank Pensioenfonds (RPF) heeft als een van de weinige Nederlandse pensioenfondsen een dekkingsgraad die nog steeds aan de vereiste norm voldoet. Dit komt door de unieke beschermingsconstructie die het fonds hanteert.

Als gevolg van de financiële crisis zagen de meeste Nederlandse pensioenfondsen hun dekkingsgraad in de loop van 2008 fors dalen tot onder het wettelijk verplichte minimum. Zoniet het RPF, dat ruim voldoende gekapitaliseerd is als gevolg van haar beschermingsconstructie. Hoewel het fonds de crisis niet zag aankomen, richt RPF zijn strategisch risicomanagement al geruime tijd op de dekkingsgraad. Zo heeft het fonds zijn renterisico sinds 2005 afgedekt middels swaptions, opties op zogeheten swaps. Het fondsbestuur liet eind 2006 onderzoeken op welke kostenefficiënte manier het fonds zijn vereiste dekkingsgraad zou kunnen beschermen tegen andere risico`s dan alleen renterisico`s.

In 2007 werd een bescherming aangekocht die voor een groot deel bestond uit equity-linked receiver swaptions en voor het overige uit gewone receiver swaptions en aandelenputopties. Om de netto premie te beperken heeft het fonds ook equity-linked payer swaptions en gewone payer swaptions verkocht.

AFM: pensioenadvisering aan MKB moet veel beter

De advisering over pensioenverzekeringen in het MKB moet veel beter. Dit blijkt uit een steekproef van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar advisering bij rechtstreeks verzekerde regelingen. De financieel dienstverleners die de MKB-ondernemers over dit complexe product adviseren blijken in het algemeen te weinig ervaring en kennis van dit soort producten te hebben. De AFM komt daarom vanaf vandaag met richtlijnen voor een kwalitatief goed pensioenadviestraject. Ook gaat de AFM vervolgonderzoek uitvoeren naar aanleiding van misstanden die nu zijn geconstateerd. Waar nodig zal de AFM ook handhavend optreden.
Naast het opstellen van richtlijnen voor een kwalitatief goede pensioenadviespraktijk pleit de AFM voor het verhogen van de deskundigheidseisen voor pensioenadvisering. Bij voorkeur door middel van een aparte product dienst combinatie Pensioenen in de Wft. De AFM verwacht dit najaar met uitgebreide uitkomsten van het onderzoek te komen.

Door slechte advisering kunnen werknemers in het MKB pensioenregelingen krijgen die niet voldoen aan de gewekte verwachtingen. Het gaat hierbij om advisering over de rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen, dit zijn pensioenregelingen die rechtstreeks bij verzekeraars worden afgesloten. Deze adviezen vallen onder de adviesregels uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Bij de steekproef is geen onderzoek gedaan naar de bedrijfstakpensioenfondsen.

Pensioenregelingen zijn een arbeidsvoorwaarde die wordt afgesproken tussen werkgever en werknemer. De werkgever wordt bijgestaan door een (pensioen)adviseur. Zowel de werkgever als de werknemer is voor een goede regeling dus afhankelijk van goed advies aan de werkgever. Slecht advies leidt niet per sé tot een slechte regeling, maar maakt de kans daarop wel veel groter. Werknemers moeten hun Uniforme Pensioenoverzicht (UPO), dat zij jaarlijks ontvangen, zorgvuldig lezen om te bepalen of hun pensioen aan hun verwachtingen voldoet. Ze kunnen dan eventueel aanvullende maatregelen nemen.

De adviesleidraad van de AFM zal vanaf vandaag naar de adviseurs van rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen worden gestuurd. De adviesleidraad bestaat uit richtlijnen over tien onderwerpen die deel zijn van het adviestraject. Ongeveer elke drie weken komt een nieuwe richtlijn beschikbaar. Pensioenadviseurs die de leidraad niet automatisch ontvangen en andere geïnteresseerden kunnen hem downloaden van de website van de AFM. Zie daarvoor de link aan de rechterkant van deze pagina. Met behulp van de leidraad wil de AFM de financieel dienstverleners informatie verstrekken die zij kunnen gebruiken bij de verbetering van de kwaliteit van hun pensioenadvisering en eventueel het doorvoeren van aanpassingen die op grond van de wet noodzakelijk zijn.

De steekproef heeft zich geconcentreerd op het advies dat wordt gegeven aan de werkgever. Daarbij is gekeken naar de volgende aspecten:

De mate waarin de werkgever een passend advies krijgt.
De informatie die gedurende het adviesproces aan de werkgever wordt verstrekt. Hierbij is van belang dat de werkgever onder andere wordt geïnformeerd over de premie(s), de kosten, de pensioenopbouw en de risico’s die de werknemers en de werkgever lopen. Er is bij deze analyse niet gekeken naar de hoogte van de kosten die door verzekeraars in rekening wordt gebracht.

"Pensioenleeftijd in België moet omhoog"

België moet dringend structurele maatregelen nemen zodat de begroting de komende jaren niet zou ontsporen. Dat zegt de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, in het laatste economische verslag over ons land.

België had een begroting in evenwicht tot het jaar 2000. Daarna is de begroting geregeld in het rood gegaan. Door de economische crisis ziet de situatie er sinds oktober 2008 niet zo rooskleurig meer uit. "Een geloofwaardig toekomstplan is dus nodig om de toekomst veilig te stellen", klinkt het.
Het Belgische relance- of herstelplan is volgens de OESO bescheiden, maar toereikend om de zwaarste gevolgen van de crisis aan te pakken. Een duurder pakket zou de begroting en de staatsschuld nog meer onder druk zetten.

Om de begroting zo snel mogelijk opnieuw in evenwicht te krijgen zouden de deelstaten wel een handje moeten helpen, bijvoorbeeld door de overname van een deel van de pensioenlasten van de ambtenaren.

De OESO pleit voorts voor een hervorming van de gezondheidszorg en de pensioenen, met onder meer een afschaffing van het vervroegd pensioen. Maar omdat dat wellicht niet zal volstaan om de vergrijzing te betalen, moet ons land ook de pensioenleeftijd optrekken, zoals in sommige buurlanden.

Arbeid en bedrijven worden bij ons ook te zwaar belast: de tarieven voor de vennootschapsbelasting en de personenbelasting kunnen dalen als de overheid meer geld zou halen uit btw op consumptie.

De OESO wil ook dat de energie- en telecommunicatiemarkt veel meer wordt vrijgemaakt. Nu liggen de prijzen in ons land veel te hoog in vergelijking met de buurlanden.

Creatief met pensioenhervormingen

Willen we een gelijkaardige koopkracht voor de volgende generatie gepensioneerden waarborgen dan zijn pensioenhervormingen onvermijdelijk. In deze IZA publicatie suggereren de auteurs het pensioensysteem zelf te herzien door de traditionele ‘Bismarckiaanse peiler’ te combineren met een minder conventionele peiler die verbonden zou zijn met investeringen van het individu in het onderwijs van zijn kinderen. De auteurs argumenteren dat dit systeem de fertiliteit, de algemene scholingsgraad, de arbeidsproductiviteit en het arbeidsaanbod kan verhogen, en wel allemaal tegelijkertijd!

pp4

Verzekeringsbudget van de Belg gedaald

In 2008 betaalde de Belg gemiddeld 2.924,35 euro aan verzekeringen. Dat is een daling met 100 euro (3 procent) tegenover 2007. Dat blijkt uit een rapport van Swiss Re, de op een na grootste herverzekeraar in de wereld. Het bericht staat woensdag in La Libre Belgique.

In het verzekeringsbudget zitten diverse polissen, zoals de autoverzekering, individuele levensverzekering, groepsverzekering via de werkgever, arbeidsongevallenverzekering en dies meer. België telt ongeveer 4 miljoen huishoudens van gemiddeld 2,5 personen. Dat betekent volgens het rapport dat elk gezin in 2008 zowat 7.310,88 euro uitgaf aan verzekeringen. In 2007 was dat nog 7.539,23 euro.

Volgens het rapport van Swiss Re bespaarde de Belg vooral in de premies voor de levensverzekering.

4,25 % rendement in 2008 voor het sectoraal pensioenplan voedingsindustrie

Sinds april 2004 genieten alle 58.000 arbeiders van de voedingsindustrie een aanvullend pensioen, ofwel op basis van het sectoraal sociaal pensioenplan, ofwel op basis van een bedrijfseigen systeem.

Daardoor krijgen alle arbeiders bij pensionering een pensioenkapitaal bovenop het wettelijke pensioen. Samen met het wettelijke pensioen moet dit toelaten om met meer financiële zekerheid een onbezorgde oude dag tegemoet te zien.

De inrichter van het sectoraal pensioenplan, het Fonds 2de pijler PC118, heeft de aanvullende pensioenen verzekerd in een Tak 21 product. Dit garandeert momenteel een rendement van minstens 3,25% op de gestorte bijdragen. De beleggingsportefeuille waarin deze pensioenbijdragen belegd worden, bestaat uitsluitend uit overheidsobligaties.

Sinds de start, heeft het aanvullend pensioenplan een gemiddeld jaarlijks rendement van 4,21% opgebracht. Zelfs in de moeilijke financiële omstandigheden van 2008 werd een totaalrendement behaald van 4,25%.

Klik hier voor de rendementen van de voorbije 5 jaar

dinsdag 7 juli 2009

VBO benadert het pensioendossier wel zeer cynisch!

Onze wettelijke pensioenen zijn te laag en moeten verbeterd worden. Iedereen met enige realiteitszin is het daarover eens. Niet zo het VBO.
Wat het nu voorstelt zal leiden tot nog lagere pensioenen naarmate de levensverwachting stijgt. Werknemers die bereid zijn langer te werken zouden wel op het huidig pensioenpeil blijven.

ABVV Voorzitter Rudy De Leeuw: “Dit is wel een zeer cynische boodschap vooraleer de officiële pensioenconferentie van start gaat en op een ogenblijk dat er 200.000 werklozen bijkomen, dat bedrijfsleiders aankondigen dat de zware kloppen deze zomer nog zullen vallen, dat bedrijven gretig gebruik maken van allerlei vormen van tijdskrediet en economische werkloosheid….Langer werken kan misschien voor sommige beroepen maar wat met zware beroepen, met mensen die op hun 14de begonnen te werken, met nachtarbeiders….Het VBO gaat voorbij aan de realiteit.
In zijn analyse besteedt het ook absoluut geen aandacht aan de evolutie op de arbeidsmarkt ,waar de laatste 30 jaar veel meer werkende vrouwen waren dan vroeger. Zal men die nu bestraffen voor hun werkzaamheid?”

Het VBO gaat ook voorbij aan het echte probleem: het stelt dat er langer moet gewerkt worden omdat we met zijn allen gemiddeld langer leven. De financiering van de pensioenen is inderdaad een probleem maar zal niet opgelost worden door iedereen die dat psychologisch en fysisch nog aan kan langer te doen werken of door de angst voor de toekomst op te drijven zodat wie het zich kan betalen naar tweede en derde pensioenpijlers zal overstappen en het wettelijk pensioen dus compleet in de verdrukking zal komen.

Rudy De Leeuw: “Waarom weigert het VBO te praten over onze alternatieven: fiscale fraudebestrijding, compensatie voor de reddingsoperaties van de banken, evaluatie van de miljardensteun aan het bedrijfsleven, creatie van jobs in een nieuw duurzaam groeimodel….”

Het VBO haalt bovendien één deelprobleem uit de context van het hele werkgelegenheidsbeleid.

Ballonnetjes oplaten in de komkommertijd gebeurt wel vaker maar dit ballonnetje heeft last van de hittegolf!

Imagoschade kost AG titel beste verzekeraar


Dat blijkt uit de tweejaarlijkse enquête die consultant AT Kearney uitvoerde bij de Belgische verzekeringsmakelaars. De rondvraag vond plaats in maart en april van dit jaar. Er namen 345 makelaars aan deel.

Via de enquête meet AT Kearney de tevredenheid van de makelaars over de Belgische verzekeringsmaatschappijen. Bij de vorige editie, in 2007, stond Fortis AG nog bovenaan de rangschikking bij zowel schadeverzekeringen als individuele levensverzekeringen.

Dit jaar valt Fortis AG in beide rangschikkingen een plaats terug. Mercator is nu de beste bij de schadeverzekeringen; Cardif, een dochter van BNP Paribas, scoort het best bij de individuele levensverzekeringen.

Fortis AG verliest de leidersplaats als gevolg van een slechtere score voor zijn imago, stelt Peter Van den Brande van AT Kearney. In schadeverzekeringen had Fortis AG bij de vorige enquêtes nog het beste imago van de sector. Dit jaar zakt de verzekeraar naar de achtste plaats.

De imagoschade als gevolg van de naam ‘Fortis’ bracht de verzekeringsmaatschappij ertoe zichzelf eind vorige maand om te dopen tot ‘AG Insurance’. AG Insurance is voor 75 procent in handen van de Fortis-holding en voor 25 procent van BNP Paribas Fortis.

Pensioen: back to the future, deel 1

Misschien is het goed om eens te proberen te bekijken hoe het in bijvoorbeeld 2025 is in pensioenland. In dit eerste deel doe ik dat vanuit de positie van de werkgever. In deel 2 doe ik dat vanuit de positie van werknemer.


Allereerst is het belangrijk om te weten dat in 2025 de AOW pas ingaat op je 70-jarige verjaardag, máár, het is wel een echte basisvoorziening. In vergelijking met de hoogte in 2009 is de AOW dan eigenlijk 2x zo hoog. Zelfs zonder aanvullend pensioen kun je er goed van leven.

Én is er een pensioenplicht. Iedere werkgever, maar ook iedere ZZP-er voor zichzelf, moet verplicht minimaal 10% van het inkomen van zijn werknemer in een aanvullende pensioenregeling ‘stoppen’. Omdat de arbeidsmarkt zeer krap is - er zijn ruim 100.000 vacatures- zijn werkgevers graag bereid om veel te investeren in het pensioen van de werknemer. De werkgever is wel verantwoordelijk voor de afdracht van het pensioen, maar verder is het de ‘eigen’ spaarpot van de werknemer. Deze mag op ieder gewenst moment 50% van deze spaarpot gebruiken om minder te gaan werken,, (maximaal) een jaar vrijaf te nemen, of te gebruiken voor het opstarten van een eigen bedrijf. Hiervoor gelden verder geen strikte regels en er is ook geen verdere controle op. Wel moet over het opgenomen ‘pensioengeld’ 20% belasting betaald worden.

Hoewel het niet (meer) verplicht is, zijn er nog steeds heel veel bedrijfstakpensioenfondsen. Deze verzorgen de pensioenen van de werknemers van de (vrijwillig) aangesloten werkgevers. Ook werkgever uit een andere branche mogen gewoon meedoen, tenzij de bestaande werkgevers van het pensioenfonds dit niet toestaan natuurlijk, maar dat kan alleen op grond van vooraf bepaalde criteria. Wat dat betreft is er een hele vrije markt van pensioenuitvoerders. Moge de beste ‘winnen’ is het credo geworden. En is dus echte concurrentie, niet wie de goedkoopste is, maar wie de beste is. Een groot verschil met de pensioenregelingen van vroeger is, dat er alleen nog maar zogenaamde beschikbare premieregelingen zijn. Geen enkele werkgever wil z’n vingers nog branden aan een levenslang gegarandeerd pensioen waarvoor hij verantwoordelijk is.

Via www.pensioenregister.nl kan iedere werknemer precies zien hoe het met zijn pensioen is gesteld. Werkgevers moeten dan ook op alle vragen die ze krijgen van de werknemers die in bij hen in dienst zijn een antwoord, helder en duidelijk, kunnen geven. Als een werknemer werkloos is of ZZP-er wordt is er een centrale ‘overheidsinstantie’ die kosteloos zorg draagt voor de begeleiding in het eerste jaar. Deze begeleiding wordt iedere 3 jaar aanbesteed aan een professionele partij. Omdat sinds zo’n beetje 2015 er nauwelijks nog ‘leuke’ auto’s van de zaak meer mogelijk zijn, en een mobieltje of laptop van de zaak echt niet meer spannend is, is pensioen veruit de belangrijkste arbeidsvoorwaarde naast het salaris.

Veel werkgevers zijn blij dat ze met het pensioengeld wat ze als werknemer opbouwden een eigen bedrijf hebben kunnen starten. Daardoor zien ze er het belang van in om de nodige tijd en geld te investeren in het pensioen van hun werknemers en de bekendheid van hun werknemers mét hun pensioen. Entrepeneur van het jaar Ted Jansen, de bedenker van dé hit van 2024, www.ouderenhelpenouderen.nl (een site a la www.marktplaats.nl, waar ouderen kunnen aangeven wat ze goed kunnen en elkaar dus helpen, al dan niet betaald, dat is een kwestie van onderhandelen) zegt dan ook: “Wat ben ik blij dat ik vroeger heb gewerkt bij een werkgever die veel aandacht voor ‘mijn’ pensioen had. Omdat ik goed heb gespaard heb ik met een deel van dat geld deze site kunnen ontwikkelen. Natuurlijk, dat was risicovol, maar goed, daarvoor heb ik bewust gekozen als ondernemer. Laten we eerlijk zijn, als je niks probeert in het leven, gebeurt er ook niets!”

Volgende week deel 2 van Pensioen: back to the future in 2025; de werknemers.


mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten.

Leergang pensioenrecht Nieuwsbrief nr 6

Leergang pensioenrecht heeft een nieuwe editie van hun nieuwsbrief uitgebracht.

Nieuwsbrief 6

Grote portefeuilles bestaan nog slechts voor kwart uit aandelen, leert onderzoek van Investment & Pensions Europe (IPE)

Europese institutionelen zijn geen langetermijnbeleggers meer - Grote portefeuilles bestaan nog slechts voor kwart uit aandelen, leert onderzoek van Investment & Pensions Europe (IPE)

'De Europese pensioenfondsen en verzekeraars leggen vandaag meer de nadruk op het vermijden van verliezen op de korte termijn, dan de focus te leggen op een zo hoog mogelijk rendement op de lange termijn.' Dat stelt Yves Van Langenhove, hoofd Institutionele Beleggers voor West-Europa bij vermogensbeheerder Invesco. 'Pensioenfondsen en verzekeraars waren lang dé langetermijnbeleggers par excellence. Maar echte langetermijnbeleggers kopen aandelen wanneer ze goedkoop gewaardeerd zijn, zoals nu.'

De Europese institutionele beleggers zijn echter niet meteen van plan om aandelen bij te kopen. Dat blijkt uit de jaarlijkse European Institutional Asset Management Survey uitgevoerd door het vakblad Investments & Pensions Europe (IPE) in april en mei. Slechts 35 procent van de ondervraagde grote beleggers plant dit jaar meer in aandelen te investeren, 34 procent wil het gewicht van aandelen verder afbouwen en 31 wil het gewicht stabiel houden. Dit terwijl het gewicht van aandelen in de portefeuilles reeds zakte van 32 procent eind 2007 tot amper 25 procent eind 2008.

In de Benelux-landen hielden institutionelen eind vorig jaar iets meer aandelen over dan het Europese gemiddelde. Het gewicht in de portefeuille daalde wel fors van 42 procent eind 2006 en 40 procent eind 2007 tot 35 procent eind 2008. In april toonde een enquête van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) ook al aan dat de pensioenfondsen aarzelen om nieuwe bijdragen te investeren in aandelen. De grote Belgische verzekeraars KBC, AG Insurance en Dexia gaven midden maart aan dat ze 'eerder verkopers dan kopers' waren.

'Heel wat pensioenfondsen moesten eind 2008 aankloppen bij hun sponsor om tekorten aan te zuiveren', vervolgt Van Langenhove, die enkele jaren geleden met de enquête van start ging. 'Dit kwam ongelegen, omdat ook bedrijven met magere economische vooruitzichten kampten. De fondsen willen een herhaling ten allen prijze vermijden.'

Daarom trokken institutionelen het gewicht van vastrentende producten op van 51 tot 54,4 procent en cash van 6 tot 10 procent. De helft van de respondenten plant bovendien in 2009 (bedrijfs)obligaties bij te kopen.

Ook Europese verzekeraars, zoals AXA IM, kopen heel wat minder aandelen dan voor de kredietcrisis. AXA-topman Henri de Castries wijt die evolutie grotendeels aan de strenge Europese boekhoudregels, die de verzekeraars verplichten hun aandelen tegen marktwaarde in de boeken op te nemen. De Castries wees bovendien op de potentieel ernstige gevolgen voor de Europese economie. Het belang van institutionele beleggers voor beursgenoteerde bedrijven in Europa kan moeilijk overschat worden. Uit een ontleding van het aandeelhoudersschap van de Federation of European Exchanges (FESE) in 2007 bleek dat de Europese institutionelen 49 procent voor hun rekening nemen.

thuismarkten

De Europese institutionele beleggers investeerden totnogtoe vooral in de thuismarkten en elders in Europa, goed voor ruim 80 procent van de portefeuilles. Aandelen van Europese bedrijven maakten eind vorig jaar zowat twee derde van de gemiddelde aandelenportefeuille uit, Amerikaanse aandelen bijna een vijfde. Opvallend Azië en groeilanden komen er nauwelijks aan te pas.

Aan die nationale reflex lijkt stilaan verandering te komen. Liefst 26 procent van de respondenten plant een verlaging van het gewicht van aandelen uit eigen land en slechts 17 procent een verhoging. De Europese grootbeleggers toonden zich bovendien enthousiaster over Amerikaanse dan over Europese aandelen.

Nog een opvallend detail is dat hefboomfondsen en durfkapitaal, die de voorbije jaren aan een stevige opmars bezig waren, aan populariteit inboeten ten voordele van andere alternatieven. Pensioenfondsen blijven zoeken naar beleggingen waarvan het rendement niet gerelateerd is aan de beurs. De Nederlandse pensioengigant ABP bezit sinds vorig jaar muziekrechten van Michael Jackson.

Gezocht: dwarskoppen

Wie zich dezer dagen op een bijeenkomst met grote beleggers als pensioenfondsen of verzekeraars onpopulair wil maken, moet het woord 'beurs' laten vallen. Aandelen zijn een scheldwoord geworden. Dat onderstreept een enquête van het vakblad IPE. De 117 gepolste institutionele beleggers verminderden opnieuw het percentage aandelen in hun beleggingsportefeuille, van 32 tot 25 procent. Twee derde van de ondervraagden zien in de gedecimeerde beurskoersen geen aanleiding om dat percentage weer op te krikken. De peiling illustreert in welke mate pensioenfondsen en verzekeraars, sinds jaar en dag de langetermijninvesteerders bij uitstek op de beurs, diezelfde beurs de rug toekeren. De Franse verzekeraar AXA belegt nog maar 4 procent van zijn portefeuille in aandelen. Bij de Belgische marktleider AG Insurance maken aandelen nog maar 1 procent van de portefeuille uit.

Die trend is niet nieuw. Grote beleggers hebben sinds de beurscrash van 2000 hun appetijt voor aandelen nooit teruggevonden. Ze stapten toen initieel over op staatspapier. Om vast te stellen dat het rendement op die obligaties erg minnetjes is. Het gevolg was een zoektocht naar extra rendement, die pensioenfondsen en verzekeraars bij herverpakte bedrijfskredieten en andere 'gestructureerde producten' met blitse letterwoorden bracht. Met het bekende desastreuze resultaat.

Na die mislukte zoektocht zijn beleggers weer bij nul aanbeland. Op de korte termijn verlies vermijden, is belangrijker dan op de lange termijn rendement genereren. Ze schuilen in 'risicoloze' alternatieven als cash en obligaties. Nochtans kun je je afvragen of die 'veilige' beleggingen wel risicoloos zijn. 'Een belegging in staatspapier biedt geen risicovrije rente, wel rentevrij risico', schamperde een strateeg eind vorig jaar. En zoals alle boutades bevat die uitspraak een grond van waarheid.

Feit is dat de totale risicoaversie grote schade aanricht op de economie. Gratis lunchen bestaan niet op de beurs: wie geen risico neemt, moet vrede nemen met een lagere return en dus lagere uitkeringen en gewaarborgde minimumrendementen voor verzekerden en gepensioneerden. AXA-topman Henri de Castries onderstreept dat door de exit van pensioenfondsen en verzekeraars het Europese bedrijfsleven bovendien minder risicokapitaal toegestopt krijgt en meer afhankelijk wordt van 'labielere' investeerders als hefboom- en staatsinvesteringsfondsen.

Het valt te hopen dat grote beleggers wat meer durf aan de dag leggen en de weg naar de beurs terugvinden. Dat lijkt gewaagd, nu de beurs door iedereen wordt uitgespuwd. Ze kunnen misschien de quote op pagina 17 van deze krant lezen. 'De essentie van een goede investering is dat de meeste mensen het er niet mee eens zijn.' Het was de kernboodschap van de succesvolle belegger John Maynard Keynes, die ook een legendarisch econoom was. Voor de beurs en voor de economie valt het te hopen dat

Grote belegger mijdt beurs

De Europese pensioenfondsen en verzekeraars zijn niet zinnens aandelen bij te kopen, ondanks de terugval van de beurskoersen. Liefst 65 procent van de grootbeleggers wil het gewicht van aandelen in de portefeuilles dit jaar stabiel houden of zelfs verder afbouwen. Dat leert een enquête bij 117 Europese institutionele beleggers in 24 landen, uitgevoerd door het vakblad Investments & Pensions Europe (IPE).


Die houding is opmerkelijk, want het gewicht van aandelen daalde vorig jaar al fors van 32 procent eind 2007 tot 25 procent eind 2008. Die daling is te wijten aan de beursmalaise en het feit dat nieuwe bijdragen van klanten vaak niet meer werden geïnvesteerd.

Scheefgetrokken
De grootbeleggers trokken in de plaats het gewicht van cash in de portefeuilles vorig jaar op van 6 tot 10 procent. Slechts 5 procent van de institutionelen is bovendien van plan die cash op korte termijn weer te verminderen, terwijl 14 procent zich comfortabeler zou voelen met nog meer cash. De Europese institutionele beleggers zijn duidelijk niet gehaast om hun scheefgetrokken portefeuilles weer in evenwicht te brengen.

Daardoor dreigen de beleggingen minder op te brengen dan het rendement dat pensioenfondsen en verzekeraars hun klanten garanderen. Door de lage marktrentes leveren cash en overheidspapier vandaag nog nauwelijks iets op. De beleggingen van de Europese institutionele beleggers bestaan voor zo'n 42 procent uit cash en staatsobligaties.

'De verzekeraars en de pensioenfondsen moeten ofwel hun beleggingsstrategie omgooien ofwel hun toekomstige bijdragen en premies optrekken', besluit Yves Van Langenhove van de vermogensbeheerder Invesco. De beleggingsstrategie van de grootbeleggers dreigt niet alleen henzelf en hun klanten zuur op te breken, ze heeft ook maatschappelijke gevolgen.


Financiering


Henri de Castries, de topman van AXA, waarschuwde enkele weken geleden al voor de 'zware gevolgen voor de Europese economie' als de grootbeleggers niet meer in aandelen investeren. De beurs is voor veel belangrijke bedrijven een onmisbare bron van financiering.

De Europese genoteerde bedrijven dreigen voorts meer te maken te krijgen met wispelturige beleggers die een kortetermijnblik hanteren. Pensioenfondsen en verzekeraars waren decennialang de langetermijninvesteerders bij uitstek op de beurs. Door hun exit komen steeds meer aandelen in erg losse handen terecht.

maandag 6 juli 2009

Pensioen kost bouw jaarlijks 130 miljoen extra

De pensioenpremie voor werknemers in de bouw gaat de komende jaren naar 22,2 procent. Bouwbedrijven moeten gezamenlijk jaarlijks 130 miljoen euro extra ophoesten.

Dat kondigt pensioenfonds BPF Bouw aan in zijn jaarverslag over 2008. Nu staat de premie op 18,9 procent. In 2008 betaalden deelnemers van het pensioenfonds nog 14,9 procent. De premieverhoging is onderdeel van het herstelplan dat het pensioenfonds heeft moeten maken voor De Nederlandsche bank (DNB). Pensioenfondsen met een dekkingsgraad lager dan 105 procent zijn verplicht een herstelplan in te dienen. BPF Bouw had op 31 december 2008 een dekkingsgraad van 102 procent. Op 31 december 2007 noteerde BPF Bouw nog 141 procent.

zondag 5 juli 2009

De staat faalt. Wat nu?

De werkgevers luidden deze week de alarmklok. Als er niets gebeurt, dreigen onze pensioenen onbetaalbaar te worden. Maar eigenlijk is dat maar het topje van de ijsberg. Heel de vergrijzingsproblematiek komt op ons af, terwijl we er niet klaar voor zijn. De strategie om begrotingsoverschotten op te bouwen, heeft gefaald. Er is geen spaarpotje om de toekomstige kosten van de vergrijzing op te vangen.

Weinigen geven het failliet van de uitgestippelde strategie al openlijk toe. Officieel blijft het ook de lijn van de Vergrijzingscommissie om overschotten op te bouwen, maar in de coulissen wordt toegegeven dat het een doodlopend straatje is. Er bestaat in onze maatschappij geen consensus om daarvan de moeder aller prioriteiten te maken, want er zijn zoveel andere: het wegwerken van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg, het aanpakken van de hoge fiscale druk.

Hoe moet het dan verder? Ook al lukt het in de praktijk niet, officieel blijft men vasthouden aan het discours dat er begrotingsoverschotten moeten worden opgebouwd. Daarnaast wordt steeds maar gezegd dat meer mensen langer aan het werk moeten worden gezet, maar ook daar komt in de praktijk weinig van.

De reden voor dit struisvogelsyndroom is simpel: er is geen plan B. Niemand die eigenlijk weet hoe het verder moet. Volgens de Vergrijzingscommissie loopt het misschien allemaal niet zo'n vaart. Als er maar genoeg migranten aan de slag gaan in België, kan het vanzelf wel goed komen. Het is een gok, maar wel een gevaarlijke, want wat als het niet vanzelf goed komt?

De man in de straat, die lijkt er alvast vanuit te gaan dat hij voor zijn oude dag best niet te veel rekent op de staat. Wie kan, doet zelf aan pensioensparen. Wie kan, sluit zelf een hospitalisatieverzekering af. Steeds meer neemt de markt het over. Die trend is al jaren bezig, en zal alleen maar sterker worden, als de kosten van de vergrijzing zwaarder gaan wegen op onze welvaart.

De vraag is waarheen ons dat leidt? De hospitalisatieverzekering is misschien een goed voorbeeld. Wie grote gezondheidsrisico's loopt, moet veel betalen om zich te verzekeren. Niet iedereen kan zich dat veroorloven. Door het falen van de staat evolueren we naar een struggle of the fittest, en komen we uiteindelijk uit bij een asociaal socialezekerheidssysteem. Ieder voor zich.

Hier en daar wordt wel gezegd dat de markt efficiënter zal werken dan de overheid, maar ook daar kunnen vraagtekens bij worden geplaatst. Het is berekend dat de factuur van de Amerikaanse gezondheidszorgen, die grotendeels een privézaak zijn, hoger uitkomt dan de factuur in de Rijnlanden.

Het is de hoogste tijd dat men zich gaat beraden over hoe het nu verder moet. Misschien dat de staat niet sterk genoeg is om zelf de vergrijzing op te vangen, maar dan hebben we wel een sterke staat nodig om de markt te reguleren.

België niet klaar voor vergrijzing

De vergrijzing staat voor de deur, maar niemand weet nog hoe we de snel oplopende kosten gaan betalen. Officieel is het discours nog altijd dat we begrotingsoverschotten moeten opbouwen, maar die strategie heeft eigenlijk gefaald. Het is een doodlopend straatje.

Volgens de meest recente cijfers komt de kostprijs van de vergrijzing in 2060 op 8,2 procent van het bruto binnenlands product uit, wat nu overeenkomt met 28,7 miljard euro. Het lijkt almaar moeilijker te worden die kosten budgettair op te vangen. Temeer omdat de financieel-economische crisis alle begrotingen in het rood doet gaan. Van begrotingsoverschotten is geen sprake meer.

geen Plan B

Dat niemand openlijk het failliet van de vergrijzingsstrategie toegeeft, heeft alles te maken met het ontbreken van een plan B. Er zijn geen reserves waaruit kan worden geput. Het enige wat nog overblijft, is dat we met z'n allen meer en langer zullen moeten werken. Maar in de praktijk komt ook daarin maar bitter weinig beweging.

Een falende overheid dreigt de opvang van de vergrijzing niet te kunnen garanderen. De kans is groot dat de overheid de zaak uit handen zal moeten geven aan de privé.

vrijdag 3 juli 2009

Bijverdiengrens beter ontwijken?

Politici doen wat gepensioneerden ook doen: als ze de bijverdiengrens niet kunnen afschaffen, proberen ze die te ontwijken.

Het ziet er niet naar uit dat België, dat als enige land in Europa zijn gepensioneerden straft als ze 'iets meer dan niets' bijverdienen, snel van die regel af zal raken. De federale minister van Pensioenen, Marie Arena (PS) - die persoonlijk voor de afschaffing van die regel is - zei gisteren in de Kamer dat de kwestie voorgelegd moet worden aan de Nationale Pensioenconferentie die straks van start gaat.

De minister werd in de Kamer bestookt met vragen over de 2.500 gepensioneerden van wie een volledig jaar pensioen werd afgenomen omdat ze de 'bijverdiengrens' overschreden. Uit dat debat en uit andere reacties valt te leren dat politici en pressiegroepen al allerlei initiatieven hebben genomen om die bestraffing van werkende gepensioneerden af te schaffen. Er circuleren daarover veel wetsvoorstellen, van diverse partijen. Zonder resultaat.

En het blijkt dat politici en pressiegroepen dan op hun manier gaan doen wat burgers en gepensioneerden ook doen: proberen die regelgeving te ontwijken. Vele voorstellen komen erop neer dat men de bijverdiengrens maar laat wat hij is, en probeert hem buitenspel te zetten voor specifieke groepen. De vorige regering deed dat zelf door de grens te behouden, maar hem versoepelen voor wie een heel laag pensioen heeft.

De gepensioneerdenorganisatie Okra stelt een genademaatregel voor: wie blijkt de grens overschreden te hebben, moet het te veel verdiende bedrag kunnen storten aan de pensioenkas of aan de schatkist, en wordt dan vrijgesteld van straf.

Nele Lijnen (Open VLD) had nog een ander ideetje: ze wil gepensioneerden de regeling van de jobstudenten toekennen: maximum 400 uur per jaar werken.

Marie Arena zei dat het probleem ook - zij het wat anders - rijst voor weduwen met een overlevingspensioen.

De minister vermoedt ook dat de afschaffing van de bijverdiengrens minder kost dan 60 miljoen euro, maar nog altijd 'meer dan niets'.

Cynisme

Eigenlijk is het fantastisch nieuws: een eeuw geleden stierven de mensen gemiddeld als ze iets boven de 50 waren. Nu is dat rond de 80 jaar. Maar er is één probleem: onze overheid is er niet op voorbereid.

Mede daarom vond het Verbond van Belgische Ondernemingen het gisteren nodig nog eens de steen in de kikkerpoel te gooien en te pleiten om de pensioenen aan te passen aan de stijgende levensverwachting. Pensioenen worden nu berekend op basis van het aantal gewerkte jaren. Het VBO wil ook het aantal jaren dat mensen na hun 65ste leven in rekening brengen.

De reactie van de vakbonden was een welgemeend neen. 'Ballonnetjes oplaten in de komkommertijd gebeurt wel vaker, maar dit ballonnetje heeft last van de hittegolf', zei ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw. 'We moeten de werkloosheid tegengaan en niet de fout maken van het vorige Generatiepact en het alleen maar over bruggepensioneerden en gepensioneerden hebben', reageerde Luc Cortebeeck van het ACV.

De Leeuw erkende gisteren dat de financiering van de pensioenen een probleem is. En dat is het ook. De gemiddelde Belg gaat ergens tussen zijn 20ste en 25ste aan de slag en stopt met werken als hij zijn 60ste nadert. Dat betekent dat we in ons leven gemiddeld de helft van de jaren werken en dat de andere helft iemand anders voor ons inkomen moet zorgen: ofwel onze ouders, ofwel diegenen die wel werken. Zij betalen belastingen die naar kindergeld en pensioenen gaan.

Wat De Leeuw gisteren zei, is dat je dat probleem niet oplost door een langer deel van je leven te werken. Je lost het volgens hem evenmin op door mensen meer te doen sparen via een bedrijfspensioen of via individueel sparen. Je lost het dus alleen maar op door de overheid voldoende geld te geven om de pensioenen te blijven uitbetalen. Dat is volgens hem de meest solidaire manier.

Dat is juist, maar hoe gaan we dat doen? De federale overheid heeft geen reserves, zoals bijvoorbeeld Nederland er wel heeft. Bovendien wordt de overheidsschuld volgend jaar groter dan het volledige Belgische bruto binnenlands product. Vorig jaar stegen de uitgaven voor pensioenen al met 7 procent tot 26 miljard euro. En daarmee stopt het niet. Normaal gezien wordt het federale budget in 2011 door de eerste echte golf vergrijzingskosten overspoeld.

De vakbonden verweten het VBO gisteren cynisme om nu te gaan morrelen aan de pensioenen. Maar wat is het alternatief: zwijgen terwijl de financiering ervan almaar in grotere problemen komt? Sinds de verkiezingen van 2007 gebeurt er niets meer in dit land, en staan we er door de aandikkende schulden zelfs met de dag slechter voor. Als dat immobilisme aanhoudt, zullen mensen zelf meer beginnen sparen voor hun pensioen omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de overheidspensioenen. Het zou van echt cynisme getuigen daarover te zwijgen.

VBO heeft recept voor langer werken

Ondanks de gestegen levensverwachting werken we steeds minder lang. Dat wordt budgettair onhoudbaar. De directeur-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), Pieter Timmermans, probeerde gisteren via interviews in De Morgen en Le Soir het eindeloopbaandebat weer op de politieke en sociale agenda te plaatsen.

De VBO-topman wil ons pensioenstelsel een 'Zweeds recept' voorschrijven. Dat land voerde al in de jaren 90 hervormingen door die het pensioenstelsel schokbestendig moeten maken. De belangrijkste maatregel was dat het pensioenbedrag niet alleen gekoppeld wordt aan het aantal gewerkte jaren, maar ook aan de levensverwachting. Als die levensverwachting stijgt, wordt het per gewerkt jaar verworven pensioenbedrag automatisch een stukje verlaagd.

De bedoeling daarbij is niet dat de mensen een lager pensioen krijgen, zegt Timmermans, maar wel dat ze langer blijven werken. De eerste doelgroep daarbij is die tussen 55 en 65 jaar. Slechts een op drie van de 55-plussers is in ons land nog aan de slag.

Tegelijkertijd vindt hij dat het niet langer kan dat tijdskrediet dezelfde pensioenrechten oplevert als werken. Wie tijdens de loopbaan onthaast, moet dat compenseren door langer te blijven werken. Timmermans wil die voorstellen dit najaar verdedigen op de Nationale Pensioenconferentie. Ze moeten ingaan als de ergste gevolgen van de crisis verteerd zijn.

De pensioenvoorstellen passen in een ruimer hervormingspakket. De werkgeverskoepel pleit ook voor een forser activeringsbeleid voor werklozen en herhaalt dat de huidige groeinorm van 4,5 procent voor de ziekteverzekering onhoudbaar wordt. Ook het huidige tempo van welvaartsaanpassingen voor de uitkeringen kan niet volgehouden worden.

Timmermans kreeg gisteren steun van de verzamelde regionale werkgeversorganisaties (Voka, UWE en Beci) en van de kmo-federatie Unizo. Unizo-topman Karel Van Eetvelt wees er wel op dat langer werken niet alleen een uitdaging is voor de werknemers. Ook de bedrijven moeten een aangepast hr-beleid ontwikkelen.

Maar de drie vakbonden lieten weten dat een verlaging van het wettelijke pensioen voor hen onbespreekbaar is. Dat is nu al zo laag dat het eerder verhoogd zou moeten worden. De zelfstandigenorganisatie NSZ wil om dezelfde redenen evenmin weten van lagere pensioenbedragen.

De minister van Pensioenen, Marie Arena (PS), zei dat ze op de Pensioenconferentie het debat met het VBO wil voeren. Tegelijk herhaalde ze dat een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd niet aan de orde is. Ze wil wel spreken over methodes om de werkzaamheidsgraad van de 55-plussers op te krikken en om de pensioenen betaalbaar te houden.

Daarbij moet rekening gehouden worden met de gestegen levensverwachting. Vrij vertaald: de minister is het feitelijk eens met de doelstellingen van het VBO, maar hoopt die te kunnen bereiken zonder te veel te veranderen aan de pensioenreglementering.

Debat over betaalbaarheid pensioenen is dringend

Met zijn voorstel om het pensioenbedrag te koppelen aan de toenemende levensverwachting heeft het Verbond van Belgische Ondernemingen een flinke steen in de vijver gekeild. Eigenlijk wil het VBO zeggen dat we met zijn allen minder pensioen - in het wettelijk stelsel - gaan trekken omdat we langer leven. Onze gemiddelde leeftijd neemt toe, maar de duur van onze loopbaan evolueert niet mee in dezelfde zin.

De enige remedie om dit somber toekomstbeeld af te wenden, is dat we langer actief blijven. De drie traditionele vakbonden hebben dit voorstel onmiddellijk in de grond geboord. De creatie van meer jobs is nu dé prioriteit. Voor minister van Pensioenen Marie Arena is een verhoging van de pensioenleeftijd niet aan de orde. Het VBO-voorstel heeft nochtans de verdienste dat het de discussie over het wettelijk pensioenstelsel warm houdt.

De betaalbaarheid van de pensioenen is inderdaad een probleem aan het worden. Die vaststelling wordt door niemand ontkend. De gemiddelde Vlaming is zich bewust van dit probleem, zo bleek uit een enquête van de Christelijke Mutualiteiten. Eén op de drie gepensioneerden kan op het einde van de maand de eindjes niet aan elkaar knopen. Het gemiddelde pensioen ligt om en bij de 12.000 euro per jaar. Wie tijdens zijn actieve leven geen reserves heeft aangelegd of heeft kunnen aanleggen, kan met zo’n uitkering amper overleven. Zowat de hele categorie vierdeleeftijders heeft nooit of amper aan pensioensparen kunnen doen.

Een groot deel van de gepensioneerden voor wie het wettelijk pensioen de enige bron van inkomsten is, zit nu al onder de armoedegrens. Voor een toenemend aantal senioren is het maandgeld ontoereikend om er de rusthuisfactuur mee te betalen. Daar komt nog bij dat de meeste Vlamingen volgens diverse studies bij voorkeur hun carrière stoppen voor hun zestigste en 58 jaar als een mooie leeftijd beschouwen om er een punt achter te zetten.

In de herfst komt de kat op de koord. Dan laat Marie Arena de lang aangekondigde grote pensioenconferentie van start gaan. De betaalbaarheid, overmijdelijk gekoppeld aan de toenemende levensverwachting, wordt een topthema, want alle belanghebbenden zullen hun heilige huisjes en taboes naar voren schuiven. Mirakeloplossingen bestaan niet. Het geld voor de pensioenpot zal van ergens moeten komen.

ABP spint garen bij dood Michael Jackson

ABP profiteert van de dood van Michael Jackson. Het in zwaar weer verkerende pensioenfonds heeft vorig jaar de rechten op een aantal liedjes van de vorige week overleden megaster gekocht. Dat schrijft het Financieele Dagblad vrijdag.


Elke keer als 'You are not alone' of 'Dangerous' worden gedraaid, rinkelt de kassa bij het investeringsfonds Imagem Music Group dat ABP vorig jaar in het leven riep. Volgens de directeur van het fonds is het verwachte rendement van acht procent in 2008 al behaald.

Hoeveel geld het overlijden van de King of Pop ABP precies opbrengt is nog niet te zeggen. De verwachting is echter dat het gaat om vele miljoenen euro's.

Het was eigenlijk de bedoeling van ABP om voorlopig geen nieuwe rechten van liedjes te kopen, maar als de rechten van de Beatles-nummers die Michael Jackson in handen had op de markt komen, wordt dat heroverwogen, schrijft de krant. Dat zou kunnen omdat Jackson enorme schulden zou hebben gehad en zijn familie met de kostbare Beatles-rechten mogelijk geld wil ophalen.

COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN 16 juni 2009

- de heer Luc Goutry aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de grens inzake toegelaten arbeid voor mensen met een overlevingspensioen" (nr. 13084)

- mevrouw Sonja Becq aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de schorsing van uitbetaling van het rust- en/of overlevingspensioen bij overschrijding van de grens inzake toegelaten arbeid met
minstens 15 procent" (nr. 13313)

Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de gebrekkige communicatiemiddelen van de nieuwe
'Pensioenpunten'"

Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de polyvalentie van de aanvraag tot raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken pensioenrechten"

Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de uitbetaling van pensioenen"

Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden over "de aanvullende pensioenen voor contractueel
overheidspersoneel" (nr. 13142)

Document

COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN 1 juli 2009

Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de discriminatie ten aanzien van feitelijk of uit de echt gescheiden echtgenoten inzake pensioenrechten in het kader van de verschillende pensioenstelsels" (nr. 13952)

Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de toekenning van de voordeligste jaren in het kader van de eenheid van loopbaan" (nr. 14051)

Document

Het einde van het pensioen

Het pensioen is een uitvinding van Otto von Bismarck. In 1779 besliste hij dat arbeiders die de leeftijd van 70 jaar overschreden, recht hadden op een maandelijkse uitkering. De gemiddelde levensverwachting voor een Pruis in die tijd was... 45 jaar. Toen de VS in 1935 een systeem van sociale zekerheid introduceerden werd de pensioengerechtigde leeftijd vastgesteld op 65 jaar, 3 jaar meer dan de leeftijd waarop een gemiddelde Amerikaan toen overleed. Staatspensioenen bestonden dus om een miniem percentage van de bevolking een zonnige oude dag te bezorgen.

Vandaag krijgt zowat iedereen een pensioen en voor velen in de rijke landen duurt dat pensioen even lang als de tijd dat ze als werknemer actief waren. In sommige Europese landen duren pensioenen gemiddeld langer dan een kwarteeuw. De Amerikaanse pensioengerechtigde leeftijd ligt op 66, maar de gemiddelde Amerikaan stopt met werken wanneer ie 64 is en leeft dan nog 16 jaar. In 1935 namen penioenuitkeringen 0,2% van het bnp in, vandaag is dat 7%. Volgens de OESO zal dat percentage tegen 2050 verdubbelen.

In 1950 telden OESO-landen gemiddeld 7 mensen tussen 20 en 64 voor elke 65-plusser; vandaag is die verhouding 4 tot 1 en in 2050 zal ze 2 tot 1 zijn. Het is utopisch te denken dat de tekorten op de arbeidsmarkt, die deze demografische evolutie in de rijke landen zullen creëren, door migranten zullen worden ingevuld. De instroom van immigranten zou dan een veelvoud moeten worden van wat vandaag het geval is, iets wat -de Europese verkiezingen van eerder deze maand indachtig- politiek gezien onmogelijk lijkt.

Bedrijven zullen zich dus moeten aanpassen aan deze nieuwe situatie: oudere mensen zullen moeten blijven werken; bedrijven zullen voor hen aangepaste jobs aan aangepaste salarissen moeten creëren. Dat is niet eens zo'n probleem. Het gros van de zestigplussers gaf onlangs aan graag wat langer te blijven werken indien dat hun pensioenuitkering ten goede komt.

Vanaf 2020 zullen werkgevers weinig meer keus hebben dan massaal 60-plussers in dienst te houden. Het gradueel optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd naar zeventig jaar lijkt onvermijdelijk. Totnogtoe heeft enkel Denemarken de wat radicale stap gezet om de pensioenleeftijd te indexeren aan de levensverwachting.

'Defensieve fondsen vormen belangrijk antwoord op de crisis'

Het pensioenspaarfonds van Argenta, vorig jaar het kneusje, staat dit jaar aan kop. 'We hebben vorig jaar te lang vastgehouden aan de visie dat de bedrijven in onze portefeuille niet door de kredietcrisis geraakt zouden worden en dat de ontkoppeling van de groeilanden een feit was', geeft beheerder Johan Van Geeteruyen van Petercam toe. 'We geloven nog steeds in het langetermijnpotentieel van energievoorziening, infrastructuur en landbouw. Thema's waar we voor de crisis ook al mee speelden en die actueel blijven.'

Ook Accent hoorde bij de grote verliezers. 'We hadden geen aandelen van banken, maar wel financiële leningen', verklaart Jan Deprez van SG Private Banking. 'Daardoor kregen we een flinke klap in de tweede helft van vorig jaar. Die leningen zijn door alle overheidsgaranties en kapitaalinjecties wel weer hersteld.'

De defensieve fondsen van Dexia, KBC en Fortis Investments hielden tijdens de beursmalaise heel wat beter stand dan de rest van de sector (gemiddeld -25,6%), met verliezen tussen 11 en 14 procent in 2008. 'Die defensieve fondsen vormen een belangrijk antwoord op de crisis', stelt Wim Vermeir van Dexia. 'Ik raad klanten dan ook aan minstens vijf jaar voor de pensioenleeftijd over te schakelen naar het defensieve fonds met meer obligaties.' Zo vermijden spaarders dat beurscrashes aan het einde roet in het eten gooien.

Door de fiscale aftrek die pensioensparen oplevert, zijn beleggers sowieso minder gevoelig voor beursverliezen. Terwijl Belgen de beurs massaal de rug toekeerden, stortten 1,3 miljoen pensioenspaarders in 2008 voor een totaal van 930 miljoen euro, ongeveer evenveel als de vorige jaren. In het eerste kwartaal van 2009 bedroegen de inschrijvingen 153 miljoen euro, meldt de Belgische vereniging van vermogensbeheerders Beama. Pensioensparen is een typische eindejaarsbelegging, dus ook dat bedrag kan nog fors aanzwellen.

'We zijn moeilijk bestuurbare tanker'

'We zijn moeilijk bestuurbare tanker' - Beheerders pensioenspaarfondsen wijzen op nadelig effect van vele regeltjes op het beheer van miljardenportefeuilles

Niet alleen voor de beleggers in een pensioenspaarfonds was het voorbije jaar bloedstollend, dat was het zeker ook voor de beheerders van die pensioenpotjes van 1,3 miljoen Belgen. 'Het beheer van een pensioenfonds is geen geschenk', zegt Jan Deprez van SG Private Banking. 'We moeten voortdurend een spreadsheet bijhouden om te zorgen dat we binnen de wet werken. In volatiele, brutale markten, zoals vorig jaar, is het zonder wettelijke beperkingen veel makkelijker om het beste antwoord te bieden.' Deprez is niet de enige fondsbeheerder die zich tijdens de financiële crisis vragen stelde bij de 'oubollige' regels. De fiscale aftrek die pensioensparen oplevert, is immers niet vrijblijvend. De beheerders van in totaal 8,6 miljard euro pensioenspaargeld zijn gebonden aan veel regels.

Zeilbootjes

Voor de grote pensioenspaarfondsen die meer dan 1 miljard euro beheren, zoals Pricos van KBC, Star Fund van ING en de fondsen van Dexia en Fortis Investments, levert vooral de verplichting minstens 30 procent van de aandelenportefeuille te investeren in kleine ondernemingen (met minder dan 1 miljard euro beurswaarde) problemen op. 'De grote fondsen zijn behoorlijke tankers', stelt Dirk Thiels van KBC Asset Management. 'Ze kunnen niet snel keren om niet te veel zeilbootjes te doen kapseizen. Het fonds brengt ook zichzelf schade toe door marktprijzen te sterk te beïnvloeden. De verplichting in smallcaps te investeren maakt ons kwetsbaarder wanneer de liquiditeit verdwijnt.'

De grote pensioenspaarfondsen raakten tijdens de beursmalaise nog moeilijker dan anders grote pakketten aandelen kwijt. Uit risicoaversie meden beleggers vorig jaar smallcaps, waardoor de fondsen forse verliezen slikten op die participaties. 'Dit jaar is het spiegelbeeld van vorig jaar', vervolgt Thiels. 'De smallcaps presteren 15 tot 20 procent beter dan de markt.'

KAPITAAL

Thiels kaart ook aan dat een miljard vandaag niet hetzelfde waard is als gisteren of over tien jaar. 'Door de kredietcrisis slonk de beurswaarde van sommige bedrijven tot onder 1 miljard euro, bij een koersherstel steeg hun waarde weer boven die grens en mochten we er plots niet meer in investeren.' Vroeger moesten pensioenspaarfondsen voor een groot deel in België investeren. Onder druk van Europa werd die verplichting opgeheven en vervangen door de smallcapregel. 'De wetgever rekende erop dat de fondsen voor kleine Belgische bedrijfjes zouden kiezen, omdat ze die nog het best kennen.'

Andere fondsen ondervonden last van de regel dat niet meer dan 10 procent cash mag worden aangehouden. 'Het defensieve fonds van Dexia presteerde vorig jaar bij de besten van de klas met 11,4 procent verlies', stelt beheerder Wim Vermeir. 'Toch maakte ook het defensieve fonds verlies omdat de strikte regels weinig flexibiliteit toelaten. Minstens 25 procent van het vermogen moet te allen tijden in aandelen geïnvesteerd zijn.'

Johan Van Geeteruyen, de beheerder van het kleinere pensioenspaarfonds van Argenta, de grootste verliezer vorig jaar (-36,4%), vindt de regels niet echt een issue. 'Met soepelere regels zouden sommige fondsen het veel slechter hebben gedaan vorig jaar. Iedereen kent de krijtlijnen en beheerders moeten maar voldoende creativiteit aan de dag leggen om extra rendement te realiseren.'

Vandaag valt dit extraatje, aldus verschillende beheerders, in de groeilanden te rapen. De regel dat maximum 20 procent van de aandelen- en obligatieportefeuille buiten Europa mag worden geïnvesteerd, is voor de beheerders een hindernis. 'Zonder die regel zouden we meer in aandelen en obligaties van groeilanden investeren', verklaart Bart Van Poucke van Fortis Investments.

Poging nr. 37 tot hervorming pensioenen strandt

Analyse Pensioenhervorming weer in het slop De 'zevenendertigste' voorzet om een publiek debat te beginnen over een hervorming van de pensioenen, is meteen weer afgeblokt. De 36ste poging - de nationale pensioenconferentie - gaat intussen door; ze heeft nog wel Enige kans op slagen want geen van de deelnemers laat er veel over los.

Pieter Timmermans, de sociale topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) creëerde gisteren zijn jaarlijkse pre-vakantierel. Hij suggereerde om in de pensioenberekening voortaan rekening te houden met de gestegen levensverwachting. Dat doen verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen altijd voor de aanvullende pensioenen. Ons wettelijk pensioenstelsel doet dat niet; het is opgebouwd in de tijd toen de mensen gemiddeld maar 65 à 70 jaar werden, terwijl we nu opstomen naar een levensverwachting van 80 en 85 jaar. Dat betekent dat de gemiddelde gepensioneerde 10 à 15 jaar langer pensioenuitkeringen trekt. Dan kan het pensioenbedrag natuurlijk niet zo hoog zijn, als er ook niet langer gewerkt wordt.

In dezelfde logica ligt de opmerking dat wie zijn loopbaan een jaar onderbreekt, op het einde een jaar langer moet werken als hij evenveel pensioen wil hebben.

Als ze abstract worden geformuleerd, aanvaardt zowat iedereen die uitspraken. Bij alle sociale partners zijn er grote voorstanders te vinden van het Zweedse pensioenmodel dat al die elementen minutieus combineert en iedere werknemer de kans geeft op elk moment in zijn loopbaan per computer te berekenen welke pensioenrechten hij al heeft opgebouwd en hoelang hij nog moet werken als hij bedrag X als pensioen wil bereiken.

Bij ons kan geen hond dat voorspellen, omdat ons pensioenstelsel te ingewikkeld is, en omdat de relatie tussen werken en het pensioen dat men ontvangt hier totaal verstoord is. Vijf jaar langer werken levert nauwelijks meer pensioen op.

De meeste Europese landen hebben hun pensioensysteem aangepast tussen 1990 en 2000. Hier werd dat een aantal keren geprobeerd, en telkens mislukte het. Omdat de politiek niet durfde door te gaan en de sociale partners elkaar in de haren zaten. De voorzet die Pieter Timmermans gaf - de '37ste' - werd meteen weer gevat in antagonismen die elk verder gesprek onmogelijk maken.

Alle organisaties van werkgevers steunden zijn verklaringen, zij het dat de meeste het zachter formuleerden: het komt erop aan om veel mensen ertoe te brengen veel langer te werken, zeiden ze. Unizo voegde er terecht aan toe dat de werkgevers dan ook een ander personeelsbeleid moeten leren te voeren.

De vakbonden waren vernietigend over de verklaring van VBO-man Timmermans. Ze willen er niet over spreken. En daarmee is het debat weer afgeblazen. Zoals de afgelopen twintig jaar al talloze malen is gebeurd. ABVV-topman Rudy De Leeuw sprak van 'een cynisch voorstel'. De liberale vakbond ACLVB vertaalde het als een poging om de pensioenen te verlagen die al bij de laagste van Europa behoren. Dat de Belgen het minst lang werken van alle Europeanen, werd er niet bij gezegd. Het ACV 'bedankte' voor een 'tweede Generatiepact' dat enkel focust op de pensioenen en brugpensioenen en zei dat nu de nadruk moet worden gelegd op het aan het werk houden en aan het werk helpen van mensen.

De federale minister Marie Arena (PS) hield zich op de vlakte en zei dat de verhoging van de pensioenleeftijd niet aan de orde is.

Is daarmee uitgemaakt dat de noodzakelijke hervorming van de pensioenen die alle andere Europese landen al doorgevoerd hebben, helemaal mislukt is? Nog niet. Afgelopen jaar is de start van de Nationale Pensioenconferentie voorbereid. Binnenkort kan die echt beginnen. Daarin waren zaken als het Zweedse model wel bespreekbaar, binnenskamers toch. Er is een klein beetje hoop dat die conferentie misschien toch iets gaat opleveren: een goed teken is dat nog geen van de betrokkenen al uit de biecht heeft geklapt.

Bijverdiengrens beter ontwijken?

Politici doen wat gepensioneerden ook doen: als ze de bijverdiengrens niet kunnen afschaffen, proberen ze die te ontwijken.

Het ziet er niet naar uit dat België, dat als enige land in Europa zijn gepensioneerden straft als ze 'iets meer dan niets' bijverdienen, snel van die regel af zal raken. De federale minister van Pensioenen, Marie Arena (PS) - die persoonlijk voor de afschaffing van die regel is - zei gisteren in de Kamer dat de kwestie voorgelegd moet worden aan de Nationale Pensioenconferentie die straks van start gaat.

De minister werd in de Kamer bestookt met vragen over de 2.500 gepensioneerden van wie een volledig jaar pensioen werd afgenomen omdat ze de 'bijverdiengrens' overschreden. Uit dat debat en uit andere reacties valt te leren dat politici en pressiegroepen al allerlei initiatieven hebben genomen om die bestraffing van werkende gepensioneerden af te schaffen. Er circuleren daarover veel wetsvoorstellen, van diverse partijen. Zonder resultaat.

En het blijkt dat politici en pressiegroepen dan op hun manier gaan doen wat burgers en gepensioneerden ook doen: proberen die regelgeving te ontwijken. Vele voorstellen komen erop neer dat men de bijverdiengrens maar laat wat hij is, en probeert hem buitenspel te zetten voor specifieke groepen. De vorige regering deed dat zelf door de grens te behouden, maar hem versoepelen voor wie een heel laag pensioen heeft.

De gepensioneerdenorganisatie Okra stelt een genademaatregel voor: wie blijkt de grens overschreden te hebben, moet het te veel verdiende bedrag kunnen storten aan de pensioenkas of aan de schatkist, en wordt dan vrijgesteld van straf.

Nele Lijnen (Open VLD) had nog een ander ideetje: ze wil gepensioneerden de regeling van de jobstudenten toekennen: maximum 400 uur per jaar werken.

Marie Arena zei dat het probleem ook - zij het wat anders - rijst voor weduwen met een overlevingspensioen.

De minister vermoedt ook dat de afschaffing van de bijverdiengrens minder kost dan 60 miljoen euro, maar nog altijd 'meer dan niets'.

Jobaanbiedingen

Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :